Een opgepoetste Halewyn

Het navertellen of bewerken van oude meesterwerken lijkt wel enigszins in de mode. De Griekse mythen hebben zich er altijd toe geleend, maar de laatste jaren verschijnen er daar extra veel van – ook dankzij Imme Dros die ze vaak schitterend navertelt. Vorig jaar vertelde Paul Biegel de Aeneïs na, Edward van de Vendel kwam met zijn meesterlijke Gijsbrecht, een prestatie die door het woord `navertelling' in de verste verte geen recht wordt gedaan. Hij was zo eigen en nieuw dat hij niet voor niets met een Gouden Zoen voor het beste jeugdboek is beloond. De Vlaamse schrijver Ed Franck heeft een ware hartstocht voor navertellingen, van Tijl Uilenspiegel tot Medea en nu is uitgeverij De Fontein begonnen met een reeks `sprookverhalen', waarin Elegast en Het lied van heer Halewijn in moderne taal en op moderne toon worden herverteld.

De meeste oude verhalen en mythen vallen niet op door bijzondere psychologie. Ze gaan niet over een mens, ze gaan over de mens, over zijn lot en situatie. Of ze gaan over helden of heldinnen, over prinsessen en godinnen – wezens die vooral uitzonderlijk zijn of iets uitzonderlijks meemaken. Dat levert menige herverteller een probleem op. Want wij zijn zo verschrikkelijk psychologisch geworden. De opdracht voor de bewerker is om van de oude stof een eigen kunstwerk te maken. Met de nadruk op kunst. En als hij of zij dat niet kan, dat hij of zij het dan zo sec mogelijk navertelle.

Helaas, dat gebeurt lang niet altijd. De al eerder genoemde Ed Franck siert de verhalen vaak op een onhandige manier op met moderne ingevingen of met quasi-impliciete waarschuwingen waardoor de lezer zich nooit een moment hoeft te vergissen in bedoelingen en eigenaardigheden van de ten tonele gevoerde personages. En of Agave Kruijssen, van wie de twee deeltjes in de nieuwe `sprookverhalen'-serie verschenen, de ideale navertelster is valt ook nog te bezien.

Het lied van heer Halewijn is een vooral geheimzinnig lied. Het is onduidelijk hoe het kan dat heer Halewijn zo'n macht heeft met zijn lied (`Alwie dat hoorde wou by hem zyn') en dat wordt ook niet uitgelegd. Agave Kruijssen doet dat in haar boekje wel: Heer Halewijn is iemand uit het `Andere Land' en woont in het `Woud van de Eeuwige Lente'. ``Je weet dat daar wezens wonen die anders zijn dan wij, die geen tijd kennen, geen begin en geen einde, geen geboorte en geen dood.' De prinses die het lied van heer Halewijn hoort en naar hem toegaat wordt in dit verhaal voortdurend bedreigd door geheugenverlies: zodra ze vergeet wie ze is zal heer Halewijn macht over haar kunnen krijgen. Zo hebben we het merkwaardige beeld van een meisje dat geobsedeerd is door een lied maar dat, als ze eindelijk de man heeft gevonden die dat lied kan zingen, weigert naar hem te luisteren en alleen maar denkt: `ik ben Wynn'.

De verleidelijke kracht van heer Halewijn is daardoor meteen gebroken, wat alles op losse schroeven zet. Waarom gaat Wynn überhaupt nog naar hem toe als ze al voor ze hem bereikt vast besloten is niet naar hem te luisteren? In het oorspronkelijke lied kon je eenvoudig denken dat de maagd geen zin had om te sterven en uitsluitend om die reden zelf het zwaard nam en deed wat heer Halewijn anders bij haar gedaan zou hebben. Maar dat is nu niet goed genoeg, er moet ergens een vlammetje van het geheugen brandend gehouden worden, er zijn groene wezentjes die in kromspraak raad geven, er is een tovenares die het meisje haar eigen lied heeft gegeven bij de geboorte en die verder heel bijzondere kennis en wijsheid bezit – heel de eenvoudige kracht van het lied is bedolven onder een berg versierselen en die versierselen hebben helaas niet zo'n eigen schoonheid dat het oude lied alleen maar een mooie achtergrond is.

Elegast is beter gelukt. Daar is weliswaar een verliefdheid aan toegevoegd, omdat trouw aan de keizer alleen misschien iets te weinig dramatisch werd gevonden, en er is een tovenaar met machtswellust ingevoerd maar het verhaal blijft in zijn kracht overeind en hier en daar zijn er echt mooie en spannende scènes ontstaan. Alleen de toon laat nogal eens te wensen over. De ene ridder die tegen de andere zegt: ``Het zou toch jammer zijn als die keizer Karel van jou vermoord werd.' Navertellen is moeilijk. Bijna niemand kan het. Misschien zou het een idee zijn om iedereen die eraan wilde beginnen eerst verplicht Imme Dros en Edward van de Vendel te lezen te geven. Durven ze dan nog, dan mogen ze.

Agave Kruijssen: Het lied van heer Halewijn. Illustraties Yvonne Jagtenberg. De Fontein, 64 blz. ƒ19,90

Agave Kruijssen: Elegast. Illustraties Yvonne Jagtenberg. De Fontein, 78 blz. ƒ19,90