Dit is mijn lichaam

Het persoonlijke is het belangrijkste wat er is. Laat je zien zoals je bent! Deel 19 van Bas Heijnes serie in het laatste jaar van het millennium.

,,Is het autobiografisch?'' De lezers in het panel van Oprah's Book Club stelden hun hamvraag onbesmuikt, de onschuld van kinderen op hun gezicht. Ze wilden weten of de door Oprah Winfrey uitgekozen auteur, de Duitser Bernhard Schlink, als jongetje van vijftien ook een heftige relatie met een veel oudere vrouw met een nazi-verleden had gehad, net zoals hij in zijn bestseller De voorlezer beschrijft. Ja, dat willen we allemaal weten! viel Oprah hen bij. Had hij zelf? Net als?

De schrijver zelf, die even daarvoor door een gezellig dikke zwarte huisvrouw uit Chicago was meegedeeld dat de relatie tussen de jongen Michael en de 36-jarige Hanna uit het boek natuurlijk een unhealthy relationship was, niet vanwege haar besmette verleden, maar vanwege haar leeftijd, zat er sjiek meewarig bij. Alleen in Amerika, had hij minzaam uitgelegd, dachten zijn lezers dat hij een roman over seksueel misbruik had geschreven. Bij de vraag naar het autobiografische gehalte, trok hij een gezicht alsof hij net iets heel vies in zijn mond had gestopt, maar te beleefd was het zijn gastvrouw te laten merken. ,,I am from the old world, and have an old-fashioned sense of privacy'', antwoordde hij. Wat hij zelf beleefd had, ging niemand wat aan.

Hij vond ons te nieuwsgierig! riep Oprah later uit tegen haar studiopubliek – enigszins geprikkeld, want door haar krijgt Schlink er immers een paar honderdduizend lezers bij. Dan moet hij maar eens naar Jerry Springer kijken! Maar ze vond het toch ook wel mooi vreemd, zo typisch Europees en ouderwets, een schrijver die niet bereid was om op de televisie zijn wonden te openen. Een ouderwets gevoel voor privacy, dat deed denken aan kwaliteit van vroeger, aan een unieke oldsmobile of een mooi tweedjasje, aan een gentleman met een glas cognac in zijn hand. Zo'n man wiens vrouw pas na dertig jaar huwelijk ontdekt dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de dood van zijn beste vriend op school, of dat hij een grote jeugdliefde had die aan de tering is gestorven. Een mooie man, kortom, met mooie gevoelens en mooie problemen.

Maar Hanna in De voorlezer is analfabeet een al te herkenbaar echt probleem! Oprah liet een onvoorstelbare dikke vrouw zien die op haar 46-ste had ontdekt dat waar een wil is altijd een weg is. Het is nooit te laat: deze vrouw had een hartveroverend besluit genomen en nam nu dagelijks als een deemoedige reuzin tussen zevenjarige kleuters in de schoolbanken plaats om te leren lezen en schrijven. We applaud you!

Oprah en Schlink, twee werelden die elkaar nooit zullen ontmoeten. Voor haar boekenclub kiest Oprah meestal romans in het emancipatoire genre, geschreven door vrouwen die zich aan een moeizaam bestaan van alleenstaande moeder met een trits kinderen hebben ontworsteld door 's avonds laat pen en papier te pakken en hun dromen te volgen. Deze roman was dus een verrassende keuze, maar meteen ook aanleiding tot een onthullend misverstand. Schlink als de kunstenaar van de oude stempel, die probeert te verdwijnen in zijn eigen maaksels, het particuliere laat opgaan in het algemene, en Oprah aan de andere kant als de positivistische pleitbezorger van het persoonlijke als voorbeeld voor allen. De eerste wil laten zien hoe complex een ogenschijnlijke enkelvoudige werkelijkheid kan zijn, hoe dubbelzinnig alles en iedereen is, hoe een mens zijn eigen bestaan ervaart. De tweede gaat het erom mensen stevig houvast te bieden in een te complexe wereld.

De een probeert vorm te geven aan de wereld. De ander schept vooral zichzelf.

Het ene wereldbeeld kun je existentieel noemen. Het andere is onmiskenbaar evangelisch: het is de bedoeling dat je aangeraakt wordt, geheeld wordt, gered en verlost. In de denkwereld van Oprah wordt die religieuze bevlogenheid gekoppeld aan de feministische idealen van zelfhulp en -ontplooiing. Stel jezelf ten voorbeeld aan anderen, niet in een geïdealiseerde vorm – zoals mannen dat zouden doen – maar zoals je werkelijk bent, met al je verdriet en lijden, al je pijn over wat je is aangedaan. Het persoonlijk is niet alleen politiek, maar ook de kunst en de wereld. Het persoonlijke is alles, alles. Laat jezelf zien! Zoals je bent!

Wie niet gelovig is, ziet alleen een schaamteloos exhibitionisme. In De Volkskrant van vorige week vrijdag stond een interview met de ster van de musical Chicago, Simone Kleinsma, waarin ze vertelt dat haar wereld veranderd is sinds ze een kind baarde dat dood ter wereld kwam. Waarom hebben zij en haar echtgenoot dat verhaal toen zelf aan Henk van de Meyden van De Telegraaf gemeld, vraagt interviewer Cornald Maas. ,,Ik heb gemerkt dat ons verhaal respect afgedwongen heeft. Veel lieve reacties van mensen die soortgelijke ervaringen hebben gehad. Misschien is het ook ergens goed voor geweest.'' Zelfs het feit dat ze een tijdens een of ander gala gezongen lied `heimelijk' aan haar gestorven dochtertje opdroeg, liet ze breed uitmeten op de Privé-pagina van Van der Meyden. Kleinsma: ,,Ik heb er geen moeite mee dat mensen dat weten. Zo'n ingrijpende gebeurtenis verandert je enorm. Ze denken maar wat ze denken willen.'' En even verderop: ,,Het verdriet heeft me rijper en rijker gemaakt.''

Rijper en rijker – het is moeilijk te geloven, net zoals wanneer iemand heel hard roept dat hij zo gelukkig is. Mensen die zoals Berhard Schlink een `ouderwets gevoel voor privacy' koesteren, zullen het onbegrijpelijk vinden dat je zulke intieme gevoelens, zulke pijnlijk persoonlijke ervaringen, verkwanselt aan de showpagina om de bezoekersaantallen van de volgende Joop van den Ende-produktie op te vijzelen. Hier gaat de oud-feministische gedachte dat het goed is voor een vrouw zichzelf open en eerlijk en naakt aan de wereld te tonen, hand in hand met een bedenkelijk soort commerciële berekening. Het is onvoorstelbaar dat Kleinsma oprecht schijnt te geloven dat ze met haar bekentenis iets gewonnen heeft, in plaats van verloren.

Maar de Oprah-aanhangers zien dat radicaal anders: haar dode kind verschaft Simone Kleinsma, tot nu toe een weinig aansprekende theaterpersoonlijkheid die het vooral van haar niet te stuiten olijkheid moest hebben, diepte. Ze stelt zichzelf in haar lijden ten voorbeeld aan anderen, die 's avonds nu een heel ander iemand over het toneel zien schuiven. Ze is een aanwezigheid geworden.

Dit is mijn lichaam – wil roem zich handhaven in de hedendaagse cultuur, dan zal de drager ervan iets van Christus moeten hebben. Eén Bernhard Schlink als fascinerende antiquiteit gaat nog wel, maar roem houdt in dat je echt bloed en echte tranen laat zien. Je bent wat je overkomt. Wanneer je dat niet aan de wereld laat zien, ben je niemand.

Antropologen onderscheiden van oudsher schuld- en schaamteculturen. Bij de eerste wordt het menselijk gedrag gestuurd door besef van schuld en zonde. Bij de tweede soort is het de angst voor gezichtsverlies in de ogen van de anderen die het sociale leven in zijn greep houdt. Onze moderne beroemdheden tonen ons een heerlijke nieuwe wereld waarin met beide, schuld en schaamte, voorgoed is afgerekend.