Dereguleringsmoeheid

Ondanks de inspanningen van de ministeries van Economische Zaken en Justitie dringen de zegeningen van de markt maar langzaam door tot de geregelde Nederlandse samenleving. Deregu- leringsmoeheid ligt op de loer, maar markt en consument vragen om meer snelheid. Zevende en laatste deel in een serie over markt en wetten.

Nog even snel na het werk de supermarkt in om de dagelijkse boodschappen te doen. Kan tegenwoordig. Gelijk nog even langs de apotheekbalie in de Albert Heijn om het doktersrecept op te pikken. Kan nog niet. Op weg naar huis stoppen bij de Van der Valkpomp naast het gelijknamige wegrestaurant om de auto vol te gooien met super loodvrij: scheelt toch al gauw een dubbeltje de liter met de Shellpomp langs de rijksweg. Kan binnenkort. Thuis aangekomen gauw even het Internet op om de huispagina van de Staatsloterij te raadplegen en snel een nieuw gokje te wagen in het virtuele staatscasino. Kan nog dit jaar.

Nederland liberaliseert. Beperkende wetten en regels worden verbeterd of zelfs helemaal geschrapt. En waar mogelijk wordt marktwerking geïntroduceerd. De ministeries van Economische Zaken en Justitie zitten als een bok op de haverkist om Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) tot een waar Paars succes te maken. En dat blijft niet onopgemerkt bij bedrijfsleven noch consument.

De eerste marktwerkingsprojecten gingen van start onder voormalig minister van Economische Zaken H. Wijers. Oorspronkelijk kwam het idee van de concurrentievergrotende en wet- en regelgeving beperkende operatie uit de koker van zijn vroegere secretaris-generaal Ad Geelhoed.

Eerdere pogingen om verschillende sectoren te onderwerpen aan marktwerking waren vaak mislukt. De doelstelling `meer concurrentie op het spoor' strandde bijvoorbeeld op naijver tussen het ministerie van Verkeer & Waterstaat en Economische Zaken. En over liberalisering van de geneesmiddelenmarkt kon Economische Zaken het niet eens worden met het ministerie van Volksgezondheid.

De MDW-aanpak gaf dergelijke departementale beschietingen geen kans, omdat een groot aantal onsamenhangende dereguleringsvoorstellen ineens in een coherent kader werd geplaatst. Op het oog volstrekt verschillende onderwerpen als notarissen en taxichauffeurs, of administratieve lasten en benzinepompen, werden onder één noemer op de politieke agenda gezet. In Den Haag doet men dat door het instellen van een interdepartementale werkgroep waarin alle relevante vakdepartementen en maatschappelijke organisaties zitten. De leiding kwam in handen van de ministeries van Economische Zaken en Justitie.

Premier Kok had als coördinerend bewindsman de regie moeten voeren, maar liet de teugels meteen vieren. Dat is volgens de kritische volgers van de MDW-operatie zonde, omdat nu stilaan de steun voor de aanpak dreigt te verdampen. De reden hiervoor is dezelfde als de succesfactor: er is geen samenhang tussen de marktwerkingsprojecten. Daardoor is marktwerking een doel op zich geworden en geen middel om bijvoorbeeld tot lagere prijzen te komen. ,,Het risico van dereguleringsmoeheid groeit, het politieke gevoel van urgentie taant'', schrijft hoofdredacteur H. Keuzenkamp van het economenblad ESB deze maand in Socialisme & Democratie.

En dat sluit weer aan bij een tweede bron van kritiek op de MDW-operatie: hoeveel het allemaal oplevert is een raadsel. Hoewel het financiële argument ook openlijk vaak genoemd wordt, lijkt niemand zich op Economische Zaken bezig te houden met een grondige evaluatie van de projecten. ,,Het is natuurlijk altijd de vraag of zonder de MDW-operatie niet andere manieren gevonden zouden zijn om geld te besparen'', zegt een woordvoerder van het ministerie.

Minister Jorritsma liet zich niettemin bij de introductie van de plannen om de aanbestedingen aan te pakken ontvallen dat die operatie alleen al een efficiencywinst van zes miljard gulden zou kunnen opleveren. Dat het noemen van dergelijke bedragen riskant is, bewijzen de veilingen van de telecomfrequenties, of de verkoop van energieproducenten als UNA en EZH. De vooraf geschatte opbrengst bleek een fractie van de werkelijke.

Er is kritiek op MDW, maar volgens N. van Hulst, oud-directeur marktwerking van EZ en tegenwoordig directeur-generaal economisch beleid, heeft het ook wat opgeleverd. De banengroei in het midden- en kleinbedrijf wordt aan een MDW-project over de verruiming van de vestigingswet in 1996 toegeschreven. En het openbreken van de telecommarkt wordt dankzij de enorme veilingopbrengsten voor de staat én de lagere beltarieven voor de consument als hét voorbeeld van een succesvolle marktwerkingsoperatie gezien.

In de periode 1994-1998 werd aan 36 MDW-projecten gewerkt, zich uitstrekkend over de hele Nederlandse samenleving. Stroomlijning van de wet- en regelgeving in de bouw, van producten en rondom de incasso van auteursrechten bijvoorbeeld, maar ook het invoeren van concurrentie in de makelaardij, de advocatuur en het loodswezen. Het meest in het oog liep de verruiming van de winkelsluitingstijdenwet. Al met al hebben negen van de 36 projecten geleid tot wetswijzigingen, aan de rest wordt nog gewerkt.

Werd met de eerste serie projecten het bedrijfsleven nog overvallen, bij de MDW-operatie van het tweede Paarse kabinet mochten ondernemers ook suggesties voor projecten aandragen. ,,Schrijft u nu eens op'', vroeg Jorritsma in een brief aan zo'n dertig grote ondernemingen en belangenorganisaties, ,,welke wetten en regels u als onnodig belastend of belemmerend ervaart en die de concurrentie beperken.''

Alleen die vraag al vonden de bedrijven een verbetering van de MDW-aanpak. Vooral werkgeversvereniging VNO-NCW deed in een reactie haar beklag over de geringe betrokkenheid van juist de doelgroep van de hele marktwerkingsoperatie: ondernemend Nederland.

De uitnodiging van Jorritsma bleek niet aan dovemansoren gericht. Liefst 165 reacties ontving het ministerie, gedaan door 37 ondernemingen en belangenverenigingen. In soms eindeloze brieven met bijlagen jeremieert de top van het bedrijfsleven over het gebrek aan realiteitszin dat vanonder de Haagse kaasstolp blijkt over de day-to-day-business van om het even welk bedrijf. Uit de reacties op de vraag van Jorritsma blijkt dat geen wet bedacht kan worden of er is wel een onderneming die deze als belemmerend en daarmee als concurrentievervalsend ervaart. Zo heeft een snoepfabrikant grote moeite met de chocoladerichtlijn en een bezorger van pakketjes ziet zich belemmerd in het feit dat de wet zijn auto al als een vrachtwagen aanmerkt als het laadvermogen 500 kilo is. Géén regels of wetten is de beste stimulans voor marktwerking, zo lijkt het wereldbeeld van de ondernemers.

De wet die de meeste van hen het liefst morgen zouden zien verdwijnen is de Wet Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden, ofwel de Wet Samen die op 1 januari 1998 is ingegaan. Sindsdien moet een werkgever van minimaal 35 werknemers aangeven hoeveel allochtonen bij hem werken en als het er te weinig zijn, moet hij laten weten wat hij gaat doen om dat aantal te verhogen. Inefficiënt, irrelevant, onredelijk en administratief belastend, vinden de ondernemers.

Wetten die de arbeidsmarkt trachten te reguleren, daar heeft het bedrijfsleven het sowieso niet op begrepen, zo blijkt. De Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de gloednieuwe wet Flexibiliteit en Zekerheid en de nog in te voeren wet waarmee werknemers recht krijgen op het werken in deeltijd zijn in de ogen van werkgevers alleen maar bedoeld om hun het leven zuur te maken ten gunste van de werknemer.

Met deze en talloze andere wetten en regels heeft ook de KLM te maken. Zij stuurden een brief van maar liefst veertien kantjes met dertig bezwaren tegen evenzovele wetten. ,,Onze opsomming heeft misschien een wat kritische ondertoon gekregen'', vergoelijkt de KLM. Uit de inventarisatie blijkt in ieder geval hoe complex het leven voor een luchtvaartmaatschappij is. Ze heeft uiteraard te maken met arbeidstijden, milieu- en douanewetgeving. Maar ook de keuring van tropische-viszendingen bij de doorvoer naar derde landen en de regeling ouderschapsverlof zijn de KLM een doorn in het oog.

Het Nederlandse wetgevingssysteem is een jungle voor buitenlandse bedrijven, schrijft sigarettenfabrikant Rothmans. We kunnen ons pad er wel doorheen hakken, maar kostenefficiënt is het allemaal niet. Waarom niet één loket opgericht waartoe buitenlandse bedrijven zich kunnen richten? Rothmans nam tenminste nog de moeite om Jorritsma te antwoorden. Een Amerikaanse computerfirma die eveneens om een reactie was gevraagd, volstond met het opsturen van een morsig kopietje van de standpunten van de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Nederland. Volgens die organisatie kunnen buitenlandse bedrijven naar Nederland worden gelokt door meer flexibiliteit in de arbeidsvoorwaarden en vooral minder en lagere belastingen.

`Level playing field', daar draait het volgens de briefschrijvende ondernemers allemaal om, de woorden komen dan ook in vrijwel elke brief voor. Maar wat voor de ene bedrijfstak als een gelijk concurrentiespeelveld wordt beschouwd, ziet de andere sector weer als een scheeftrekken van de verhoudingen. Zo leveren opvallend veel ondernemers kritiek op MDW-projecten uit de Wijers-serie. Het opengooien van de markt voor accountants, notarissen en assurantiebemiddelingsbedrijven, als gevolg van MDW-projecten, leidt tot een hoop onzekerheid bij de consument, menen vooral banken en verzekeraars.

Zo gaat dat met een overheid die marktwerking wil stimuleren en de eigen rol wil terugbrengen. Dat moet met mate gebeuren. Want als de markt helemaal wordt vrijgegeven maar de gevolgen zijn niet dezelfde als in de economieleerboeken staan, dan zal de overheid toch weer graag op die markt willen interveniëren. Neem bijvoorbeeld het loodswezen. Daarvan had Economische Zaken uitsluitend bedacht dat concurrentie daar mogelijk moest worden gemaakt en dus werd de loodsmarkt vrijgegeven. Vervolgens bood zich maar één aanbieder op die markt aan en bleek de overheid de kiem te hebben gelegd voor een bijna niet te doorbreken monopolie.

Om dit te voorkomen worden her en der toezichthouders ingesteld, zodat Economische Zaken nog de

vinger aan de pols kan houden in moeilijke markten. Zo zijn voor de telecommarkt en de energiesector toezichthouders ingesteld. De nog te liberaliseren waterbedrijven wacht eenzelfde scheidsrechter. Als deze markten `volwassen' zijn en voldoende marktwerking mogelijk is, verdwijnen de toezichthouders en neemt de overkoepelende toezichthouder, de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa, het over.

,,Het kabinet zet met kracht het ingeslagen beleid voort'', zo meldden de ministers Jorritsma en Korthals (Justitie) op 23 maart bij de presentatie van de tweede serie MDW-projecten. En waarom ook niet, de kosten zijn immers minimaal – jaarlijks ruim vijf miljoen, vooral voor onderzoek – en de opbrengsten lopen volgens de bewindslieden minstens in de miljarden zoniet in de tientallen miljarden. Paradoxaal genoeg zaagt het coördinerende ministerie naarmate de MDW-operatie vordert meer en meer aan de poten van haar bestaan. Immers: Economische Zaken is een interveniërend ministerie dat slechts ingrijpt als de markt het laat afweten. En dat gebeurt niet meer als MDW werkt. De marktwerkingsoperatie krijgt daarmee een daverend slot: het verdwijnen van het ministerie van Economische Zaken.