De tering is niet stuk te krijgen

Tuberculose, of voorwetenschappelijk `de tering', was volgens de dichter John Bunyan `the captain of the men of death'. Toen de epidemieën van pest, tyfus, cholera of pokken halverwege de vorige eeuw verdwenen, bleef tuberculose over als dodelijke infectieziekte. Vooral voor wie jong en arm was in de erbarmelijke arbeiderswijken van de industriële revolutie, was het een gevaar, al trof tbc ook het romantische genie van Keats en de gezusters Brontë tot Chopin. In onze eeuw stierven Tsjechov, Kafka en Orwell aan de ziekte, na een lange lijdensweg vol ijdele hoop op beterschap.

De sterfte aan tuberculose in de industriële wereld daalde sins 1870 langzaam maar gestaag met kleine pieken gedurende beide wereldoorlogen. De geneeskunde heeft daar weinig aan bijgedragen, maar betere voeding, huisvesting en hygiëne destemeer. Toen in 1882 Robert Koch de tuberkelbacil ontdekte, werden kwispedoors in Frankrijk verboden.

In The White Death beschrijft de Britse patholoog Dormandy de medische, sociale en artistieke aspecten van de tuberculose, die blijkens botafwijkingen al bekend was in de klassieke oudheid. De oorzaak werd gezocht in levensstijl, slechte lucht of geheimzinnige dampen. Naast allerlei charlatannerie genoten zon en frisse lucht een voorkeur, genuegten die alleen gefortuneerden zich konden permitteren. Achterlijke Zwitserse boerendorpjes als Sankt Moritz, Davos en Arosa groeiden uit tot befaamde kuuroorden vol grote hotels, totdat de economische crisis van de jaren dertig een eind maakte aan het kuren en het begin van de wintersport inluidde.

De kuuroorden waren voor de welgestelden, maar `de bleke dood' trof vooral de armen. Voor hen werden volkssanatoria opgericht, met als therapeutische middelen vooral licht, lucht, overmatige voeding en isolatie van de patiënt uit zijn omgeving. Kuren vergde maanden en jaren, gaf tijdelijk verlichting maar weinig genezing. In ons polderland staan nog de monumenten van een volkssanatorium zoals Zonnestraal in Hilversum. De effectieve chemotherapie van longtuberculose maakte daar in de jaren vijftig ook een einde aan, want ook open tuberculose kon voortaan lopend behandeld worden. Tuberculose leek definitief ofwel te voorkomen ofwel behandelbaar. Die hoop was er vooral in de Derde Wereld, met als voorwaarden dat de behandeling betaalbaar was en onder toezicht stond. In zes maanden zou, met één combinatie van geneesmiddelen, tweemaal per week toegediend, tuberculose kunnen worden uitgeroeid.

Maar in deze eeuw komt tuberculose terug, door aids, door armoede en door resistentie tegen geneesmiddelen. Dat gebeurt in de Derde Wereld, maar ook in westerse binnensteden met zwervers, alcoholisten en druggebruikers. Dormandy beschrijft die ontwikkeling met een kritische blik op medische modes en kortzichtigheid. Hij laat zien hoe armoede de kweekbodem van infectieziekten vormt. Hij heeft daarbij een goed oog voor het medische en menselijke detail.

Interessant is dat de sterfte aan alle infectieziekten sinds 1870 afnam zonder dat er enige behandeling voorhanden was. Betere voeding, behuizing, schoon water en riolering waren de belangrijkste bijdragen tot die sterftedaling, die nu nog in de Derde Wereld plaatsheeft. Behalve difterie-serum was er, buiten isolatie en beperking van de besmetting, geen enkel middel beschikbaar tot de komst van chemotherapie en antibiotica na 1945. De hoop dat die therapie, in combinatie met vaccinatie, het einde van alle infectieziekten zou inluiden is niet bewaarheid geworden. Nieuwe armoede, bijvoorbeeld in Rusland, doet tuberculose op grote schaal herleven, terwijl aids in Afrika en Azië door verzwakking van de afweer hetzelfde bewerkt.

Dat is dan ook het weinig opgewekte slotaccoord van dit geschiedenisboek. Het geeft een mengsel van sociale, medische en artistieke aspecten van een volksziekte waarvan wij hoopten dat die inmiddels verdwenen zou zijn. Die ontwikkeling relativeert de rol van de geneeskunde en benadrukt de sociale omstandigheden waaronder ziekten komen en gaan. Dat proces is in Dormandy's boek leesbaar, kritisch en soms ironisch beschreven.

Th. Dormandy: The White Death. A History of Tuberculosis. The Hambledon Press, 433 blz. ƒ100,95