`De doden schuiven bij mij aan'

``Ik heb geprobeerd me te verzoenen met het verleden'', zegt de Chileense Amerikaan Ariel Dorfman over zijn onlangs vertaalde autobiografie `Koers Zuid, richting Noord'. Het opschrijven van zijn herinneringen aan de dictatuur van Pinochet maakte de weg vrij voor zijn nieuwe roman `The Nanny and the Iceberg'.

De Chileense schrijver Ariel Dorfman (57) oogt niet als een Chileen en voldoet al evenmin aan het stereotiepe beeld van een schrijver. Hij is lang (1 meter 88), op het slungelige af, heeft een smal gezicht, grijsblonde haren, en heldere groene ogen. Hij eet gezond, rookt niet, drinkt weinig en gaat geregeld joggen. Tijdens het gesprek dat we voeren in een Amsterdams hotel, wordt duidelijk dat Dorfman hecht aan het leven, en aan zijn gezondheid.

Dat Dorfman vorig jaar op betrekkelijk jonge leeftijd een autobiografie (Looking South, Heading North) schreef, is niet verbazingwekkend. Dorfmans persoonlijke ervaringen, maar ook die van zijn mede-Chilenen tijdens de dictatuur van Augusto Pinochet, nemen in zijn oeuvre een centrale plek in. Dorfman heeft Russische grootouders, werd geboren in Argentinië, groeide op in de Verenigde Staten, doorliep de middelbare school en de universiteit in Chili, en keerde (via Frankrijk en Nederland, waar hij vier jaar woonde) terug naar de VS, omdat er na 1973 in Chili nu eenmaal geen plaats was voor de linkse intellectueel Dorfman. Een man, die zijn leven lang heen en weer geslingerd is tussen Noord- en Zuid-Amerika.

De ballingschap (eerst die van zijn ouders, later die van hemzelf), de repressie in Chili en de schijnbaar eeuwige worsteling met de twee talen Spaans en Engels zijn veelvuldig terugkerende thema's in Dorfmans boeken, ook in de onlangs verschenen roman The Nanny and the Iceberg. Daarin kruipt Dorfman in de huid van Gabriel McKenzie, een `Amerikaanse' jongeman die na de dictatuur van Pinochet terugkeert naar Chili en daar voor het eerst zijn vader ontmoet. McKenzie gaat op zoek naar `tierra firme', vaste grond onder z'n voeten.

De scheidslijn tussen fictie en werkelijkheid lijkt voor Dorfman heel dun. Voor The Nanny and the Iceberg heeft hij weer veel geput uit zijn eigen leven. En uit de vorige maand verschenen Nederlandse vertaling van zijn autobiografie blijkt dat Dorfman zijn eigen leven heeft herschreven. Koers Zuid, richting Noord is niet alleen een autobiografie. Aan de hand van zijn eigen leven vertelt Dorfman de geschiedenis van een continent. Het gaat misschien wat ver om de schrijver te beschouwen als de vleesgeworden tegenstelling tussen Noord- en Zuid-Amerika, maar hij komt er wel aardig in de buurt. Dorfman aanbad als klein jongetje de zegeningen van de Amerikaanse consumptiecultuur, maar keerde deze in Chili radicaal de rug toe. Het eerste boek waarmee hij doorbrak (in 1970), Para leer el pato Donald/ How to Read Donald Duck, was zelfs een lange aanklacht tegen het Noord-Amerikaanse cultuurimperialisme.

Dorfman betreedt de loge van het hotel, en na de eerste verwarring over welke taal er nu gesproken moet worden, haalt hij uit een sporttas (klein formaat) twee rafelige kussentjes tevoorschijn: één voor zijn rug en één voor het zitvlak. Hij neemt een gezonde, kaarsrechte houding aan, zet zijn bril (model Woody Allen) recht op z'n neus en maakt duidelijk dat het gesprek kan beginnen.

U woont nog steeds in de Verenigde Staten, terwijl u zichzelf uitdrukkelijk Chileen noemt.

``Ik heb tweemaal in 1986 en 1990 overwogen om naar Chili terug te keren. De eerste keer werd ik bij aankomst op het vliegveld opgepakt en meegenomen voor verhoor. De tweede maal merkte ik dat de Chileense democratie, waarop Pinochet een duidelijk stempel heeft gedrukt, mij een ongemakkelijk gevoel geeft. Ik ben erg veranderd en Chili is erg veranderd.

``The Nanny and the Iceberg had ik nooit in Chili kunnen schrijven. Niemand komt er goed vanaf in de roman, behalve de `Nanny', een oude vrouw van indiaanse origine. Zo'n kritische houding is ondenkbaar in Chili. Je bent of vóór of tegen de dictatuur. Er is geen middenweg. Ik kom overigens geregeld in Chili. Ik wil er alleen niet wonen.''

Een belangrijk thema in uw werk is schuld.

``Ik ga mijn hele leven al gebukt onder een soort Kafkaiaans, haast metafysisch schuldgevoel. Ik had altijd alles en om me heen zag ik mensen die helemaal niets hadden. Dat gevoel verdween tijdens de drie jaar dat Salvador Allende aan de macht was in Chili. Ik werkte mee aan een betere wereld, zonder schaamte, zonder schuld. Na de staatsgreep van Pinochet stak het schuldgevoel echter weer de kop op. Op de dag van de coup, 11 september 1973, had ik moeten sterven, maar door toevallige omstandigheden stierf iemand in mijn plaats. Ik begin mijn autobiografie ook met de zin: `Ik zou dit eigenlijk niet moeten kunnen navertellen.'

``Het lot wijst je aan en zegt: jij zal leven, de liefde bedrijven, eten, lachen. En tegen een ander zegt het: jij gaat dood en krijgt niet eens een eigen grafsteen. Het leven krijgt hierdoor iets willekeurigs, een opeenvolging van gebeurtenissen die toevallig goed voor je uitpakt. Dat knaagt. De `slechte' manier om die schuld in te lossen is zelf alsnog doodgaan. De `goede' manier is een autobiografie schrijven. Daar heb ik 25 jaar over gedaan. Koers Zuid, richting Noord is geen apologie, geen bekentenis, maar een rechtvaardiging van mijn leven. Want als ik schrijf, schuiven de doden altijd bij mij aan tafel aan. Ik heb geprobeerd me te verzoenen met het verleden.''

En dat is gelukt?

``Ja. De autobiografie vormt de afsluiting van een oeuvre. Het is een literaire begrafenis van de doden. Ik begon ook moe te worden van het thema van de repressie, dat in veel van mijn boeken terugkomt. Het schrijven van Koers Zuid, richting Noord stelde me in staat om andere aspecten van mijn persoonlijkheid te ontdekken, zoals de erotiek. Mijn nieuwste roman, waarvan de geboorte alleen mogelijk was dankzij mijn autobiografie, speelt zich bovendien af in de periode ná de dictatuur. Dictaturen versmallen je opties. Je onderwerpt je of je rebelleert. Geestelijk gebeurt dat ook. Je kunt niet schrijven waarover je wilt, kunt de ogen niet sluiten voor de dictatuur. In een democratie heb je tenminste nog de illusie dat je vrij bent, ook in je onderwerpskeuze.''

De toon van `The Nanny and the Iceberg' is anders dan die van uw eerdere romans.

``Frivoler. Jugando más que juzgando, speelser en minder moralistisch. Het is, zoals mijn vrouw zegt, `crazy realism'. In het dagelijks leven bén ik ook heel opgewekt. Ik ben een nieuwe weg ingeslagen en zo wil ik voorlopig doorgaan. Ik voel me verlost van de `claustrofobie': eerdere boeken, zoals het toneelstuk Death and the Maiden (1992) en de roman Konfidenz (1996), speelden zich af in kleine, beklemmende ruimtes. Bij The Nanny and the Iceberg ga ik op reis, naar de Verenigde Staten, Chili, Spanje en zelfs Antarctica. Ik voel me eindelijk een `normale' schrijver.''

De plot van `The Nanny and the Iceberg' neemt onverwachte wendingen, als in een detective.

``Ik zet de lezer graag op het verkeerde been. En niet alleen de lezer. Ook de personages in het boek worden hoorndol. Zoals de hoofdpersoon, Gabriel McKenzie, die ergens in het boek op de hogere macht scheldt die `dit warrige experiment' met hem uitvoert. Die hogere macht, dat ben ik natuurlijk. Ik tart hem, stel hem op de proef, maak hem knettergek. Als schrijver heb je de macht om dat te doen.

``Althans, die indruk wek ik, want er zijn grenzen aan die macht. Ikzelf word namelijk ook door een `hogere macht' aangestuurd: de geschiedenis. Ik kan elk verhaal uiteraard een happy end geven, maar dat zou niet in overeenstemming zijn met het verleden. De geschiedenis van de mensheid is sterker dan mijn eigen verlangens en laat zien dat veel gebeurtenissen vaak niet goed aflopen. Gabriel gaat gebukt onder mij en onder de geschiedenis.''

Gabriel werkt ook aan zijn autobiografie, want het boek is een lange afscheidsbrief die hij schrijft voordat hij de hand aan zichzelf slaat. Identificeert u zich met hem?

``Nee, totaal niet. Gabriel is leugenachtig, laf en geobsedeerd door seks. Zo zie ik mezelf helemaal niet. Het is zelfs voor het eerst dat ik een hoofdpersonage creëer, waarmee ik me absoluut níet kan identificeren. Er zijn natuurlijk wel autobiografische elementen: Gabriel wijst tijdens zijn ballingschap in New York Latijns Amerika af. Dat heb ik ook gedaan als klein jongetje. Ik wilde geen Spaans meer praten en helemaal opgaan in de Noord-Amerikaanse samenleving.

``Gabriel staat symbool voor de wijze waarop Chili is vergiftigd. Doordat de volwassenen hem een waanvoorstelling van de wereld voorschotelen, vol met leugens en bedrog, wordt hij uiteindelijk net zo doortrapt en hypocriet als zij. Anderzijds zou je Gabriel kunnen zien als een projectie van mijn eigen, irrationele angsten. Alsof ik bang ben dat ik te veel geluk in het leven heb gehad en dat iemand me daarvoor gaat straffen. Wanneer zal het geluk zich tegen mij keren?''

Ariel Dorfman: The Nanny and the Iceberg. Sceptre, 360 blz. ƒ39,95

Ariel Dorfman: Koers Zuid, richting Noord, een reis in twee talen. Vertaald uit het Engels door Sjaak Commandeur, De Bezige Bij, 357 blz. ƒ39,90