De buik van Büch

,,Je kan met Goethe heel veel doen'', zegt Boudewijn Büch opgeruimd. ,,Goethe is weer opgekrabbeld. En ik ook.'' En hij vertelt over Goethes liefdesverdriet vanwege Charlotte (Lotte) Buff en hoe dat over ging. Onderwijl reist hij van Goethes geboortestad naar het oord van dat liefdesverdriet. En wat zien we? Boudewijn Büch voor een beeld van Goethe. Boudewijn Büch voor een boek van Goethe. Boudewijn Büch voor Goethes Lottehuis. Waar we ook zijn, in Frankfurt am Main of in Wetzlar, steeds kijken we naar de man die zoveel kan met Goethe. Maar wat kunnen wij met die man?

Wat moeten wij met zijn kruis en zijn buik en zijn kruin en zijn o zo guitige snoet? Waarom komt de neus van Johann Wolfgang von Goethe maar één seconde in beeld en die van Boudewijn Büch wel zeker twintig minuten? Büch is al een kwarteeuw in de ban van Goethe en dat jubileum, samenvallend met de tweehonderdvijftigste verjaardag van de Duitse dichter, viert hij met een televisieserie die vanavond begint. In maar veertien in plaats van vijfentwintig delen wil Büch zijn Goethe-fascinatie op de kijkers overdragen en daarbij speculeert hij op de fascinatie voor het fenomeen Büch. De kids, want vooral voor hen lijkt de serie te zijn gemaakt, bestuderen vast en zeker veel liever het stompe neusje van Boudewijn Büch dan het imposante reukorgaan van Goethe: wat gewoon is trekt aan en wat buitengewoon is stoot af, moet Büch hebben gedacht.

Niet alleen de camera zoomt in op het gewone, het vertrouwde, het bekende, ook de verteller doet dat. Verliefdheid, geilheid, verlangen: niemand die er niet over mee kan praten. `Lotte, Lotte, neuken, neuken', dat begrijpen pubers nog wel. Daar lusten ze pap van, yes! Dus waarom zou je ze lastigvallen met ingewikkelde dingen als Goethes verhouding tot God? Werthers mystieke eenwording met de natuur: te lastig. Werthers verwardheid: te verwarrend. Een passage uit Die Leiden des jungen Werther voorlezen? Te vermoeiend. De eerste aflevering van Goethe achterna blijft steken in gemakzucht en oppervlakkigheid, in ijdelheid en onderschatting van de intellectuele capaciteiten van het puberpubliek.

De wereld van Boudewijn Büch: Goethe achterna (deel één van veertien), Ned.3, 20.52-21.22u.