Commissie handhaaft hard oordeel

De enquêtecommissie Bijlmerramp stuurt vandaag haar antwoorden op de vragen van Kamerleden over het eindrapport naar de Kamer.

Volgende week debatteert de Kamer met de enquêtecommissie over haar eindrapport Een beladen vlucht. Op tafel ligt dan ook de lange lijst met nadere onderbouwingen die de commissie vandaag naar het parlement stuurt. De commissie blijft achter al haar conclusies staan.

Optreden premier Kok

De scherpe conclusie in het eindrapport dat premier Kok in de nasleep van de ramp ,,niet in overeenstemming met zijn functie'' heeft gehandeld, wordt door de commissie nader onderbouwd met vier ,,verschillende overwegingen voor de minister-president om initiatief te nemen''. Het gaat daarbij om het moment ,,dat er voortdurend signalen uit de samenleving komen dat de ramp niet is afgesloten voor de betrokkenen. Dit speelt vooral vanaf 1995'', op het moment dat er ,,via fractievoorzitters of andere lijnen (informele) politieke signalen komen dat de behandeling van het Bijlmerdossier niet bevredigend verloopt'', op het moment ,,dat wordt geconstateerd dat diverse ministers ieder op hun eigen terrein met het dossier bezig zijn, en er geen bevredigende resultaten komen'' en op het moment ,,dat diverse ministers met dezelfde vraag bezig zijn en er geen bevredigende afstemming plaatsvindt''. De commissie constateert daarbij dat als de Bijlmerramp eerder aan de orde was geweest in de ministerraad ze ,,in een eerder stadium bevredigend had kunnen worden afgewikkeld''.

De commissie herhaalt dat het haar ,,zorgen baart'' dat er in het openbaar verhoor van de (oud-)bewindslieden Kok, Borst en Alders sprake was van ,,verschil in formulering'' en ,,de feitelijke gang van zaken''. De commissie benadrukt dat de Kamer over deze ,,waarneming'' een oordeel moet hebben, maar dat men het signaal heeft willen geven ,,dat wanneer de beantwoording niet zorgvuldig en compleet gebeurt, het instrument van de parlementaire enquête aan kracht inboet''.

Informeren van de Kamer

Anders dan in het eindrapport komt de commissie nu met een opsomming van ,,alle momenten'' waarop de Kamer onduidelijk, onvolledig, ontijdig en onjuist is geïnformeerd. ,,De vraag of het essentiële informatie betreft, hangt sterk af van de individuele interpretatie van de afzonderlijke gevallen'' (...) ,,De commissie vindt in ieder geval dat wanneer het informatie betreft over onderwerpen die directe gevolgen hebben voor het welzijn van burgers, er niet zomaar voorbijgegaan kan worden aan deze wijze van informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Vanuit die optiek worden in elk geval de gevallen waar het betrekking heeft op de gezondheid van betrokkenen, als essentieel gezien'', schrijft de commissie.

Opvallend is dat er, buiten de opsomming om, nog twee punten zijn die oud-minister Maij-Weggen (Verkeer en Waterstaat) voor de voeten geworpen krijgt. Naar aanleiding van vragen uit de Kamerfracties constateert de commissie expliciet dat ,,terecht kan worden geconstateerd'' dat Maij de Kamer ,,onjuist heeft geïnformeerd'' als het gaat om een onderzoek van de ECD naar de ladinglijsten van het toestel. Daarnaast bevestigt de commissie dat Maij verantwoordelijk was voor de nalatigheid van het Bureau Vooronderzoek van de Rijksluchtvaartdienst.

Per ministerie

De PvdA-fractie had gevraagd ,,systematisch aan te geven'' welke stappen onder verantwoordelijkheid van welke bewindspersonen zijn of hadden moeten worden genomen, vlak na de ramp. De commissie:

- De minister van V&W had moeten zorgdragen voor het technisch oorzaak-onderzoek en tevens voor strafrechtelijk onderzoek. Omdat in de geest van de nieuwe wet werd gehandeld, is dit laatste niet gebeurd. Deze taak had bij Justitie terecht moeten komen.

- Het lag in de rede dat Justitie op dat moment reeds ander onderzoek had ingesteld.

- VROM had eerder duidelijkheid moeten scheppen over het verarmd uranium, waarbij tevens rekening gehouden had moeten worden met de mogelijkheid van verspreiding van uraniumstof.

- Terugkijkend was het wenselijk geweest dat het ministerie van Binnenlandse Zaken spoedig had gezorgd voor adequate informatie voor betrokkenen.

- Het ware wenselijk geweest als VWS een epidemiologisch onderzoek had geëntameerd.

Gezondheidsklachten

Veel kritiek kreeg de commissie op haar stelling dat er een directe relatie bestaat tussen gezondheidsklachten en de ramp en dat het optreden van de overheid, waaronder dat van minister Borst (volksgezondheid), ervoor heeft gezorgd dat gezondheidsklachten zijn toegenomen. De commissie schrijft nu dat er ,,onvoldoende in het werk is gesteld om de onzekerheid bij bewoners en hulpverleners in de nasleep van de ramp te reduceren. Hierdoor is stress ontstaan die de afgelopen jaren heeft geleid tot een toename van het aantal klachten naar aard en aantal''.

De commissie citeert soortgelijke conclusies van het AMC: ,,Als de nasleep van deze ramp iets geleerd heeft, dan is het dat openheid en snelheid van handelen door de overheden angstreducerend werkt. Gebrek aan openheid, traagheid en onderschatting bij lokale en landelijke overheden leidt daarentegen tot meer angst.'' ,,Het AMC komt in haar rapport eveneens tot de conclusie dat er waarschijnlijk een relatie is tussen het aantal en de aard van de klachten enerzijds en de voortdurende onzekerheid over de inhoud van de lading anderzijds'', aldus de commissie.