Amerika bepaalt de marsroute

De buitenlandse politiek van de VS beweegt zich over twee velden die de Amerikanen graag zo ver mogelijk van elkaar gescheiden houden: de driehoeksverhouding met de twee andere wereldmachten èn de vaste bondgenootschappen. De driehoeksverhouding dateert van 1972, toen president Nixon en zijn veiligheidsadviseur Henry Kissinger de opening naar China tot stand brachten en de detente begonnen met de Sovjet-Unie. Deze diplomatieke nieuwigheden hadden onmiddellijk effect op Amerika's traditionele bondgenootschappen met West-Europa en Japan. Daar stimuleerden zij de drang naar eigen, van de Amerikanen onafhankelijke, betrekkingen met de andere twee supermogendheden. Zo ontstond in het internationale systeem een dynamiek die tot de dag van vandaag voortduurt.

De Amerikaanse bedoeling met de opening naar China en de detente met de Sovjet-Unie was, zoals het destijds werd geformuleerd, de afstand tussen Amerika en de beide andere polen korter te laten zijn dan de afstand tussen die polen onderling. In feite kan de Amerikaanse politiek nog altijd in die termen worden verklaard. Althans, zolang Rusland en China niet volledig in een nieuwe politieke en economische wereldorde zijn opgenomen, zoals de regering-Clinton die voor de 21ste eeuw voorziet, lijkt dat oude streven actuele betekenis te moeten worden toegekend. Maar de werkelijkheid van alledag is weerbarstig, zoals de afgelopen week heeft aangetoond.

De ruimte voor vernieuwing in de betrekkingen met Rusland is uiterst beperkt gebleken, doordat het land sociaal-economisch ernstig is verzwakt en politiek is verdeeld. Van de weeromstuit zwalkt ook de politiek van Amerika en van de NAVO tussen twee elkaar logisch uitsluitende uitgangspunten.

Enerzijds heet het dat duurzame veiligheid in Europa niet kan worden bereikt zonder en zeker niet tegen Rusland, anderzijds accepteert de NAVO geen Russisch veto over haar handelen. In de kwestie-Kosovo heeft dit geleid tot een opeenvolging van elkaar tegenstrevende ontwikkelingen. Onder auspiciën van de Contactgroep, waarvan Rusland lid is, werd in Rambouillet onderhandeld over een politieke regeling van het conflict. Maar toen Miloševic niet wilde toehappen en Rusland militaire interventie bleef afwijzen, besloot de NAVO dan toch maar eenzijdig tot bombarderen van Joegoslavië over te gaan. Na gedurende enkele weken de Russen te hebben genegeerd, keerde het Westen terug op zijn schreden en kwam alsnog tot het inzicht dat de hulp van de Russische diplomatie bij het zoeken naar een oplossing voor Kosovo niet kon worden gemist. Toen die goed en wel was verkregen, vielen de bommen op de Chinese ambassade in Belgrado. De NAVO bleek niet over zoiets vanzelfsprekends te beschikken als een lijst van in geen geval te bombarderen objecten.

De ruimte voor vernieuwing in de betrekkingen met China was de laatste maanden ook al zienderogen afgenomen. Nog vorig jaar had het staatsbezoek van president Clinton in het teken gestaan van Amerikaanse dankbaarheid voor het feit dat China zich had weten af te schermen van Azië's financiële crisis. Clinton sprak over de status van Taiwan, de mensenrechten en de te voorziene ontwikkelingen in de Amerikaans-Chinese relaties woorden die de gastheren zo welgevallig waren dat hem de gelegenheid werd geboden de Chinezen via de televisie te onderhouden over de voordelen van de democratie. Maar een onlangs aan het licht getreden spionage-affaire uit de jaren tachtig heeft de betrekkingen vertroebeld. Tijdens het recente bezoek van premier Zhu Rongji aan de VS weigerde Clinton de aangeboden concessies te aanvaarden en China uitzicht te geven op het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie.

China's toenadering tot Amerika van bijna dertig jaar geleden was ingegeven door vrees voor de Sovjet-Unie. Van de oorspronkelijke communistische broederschap was in het begin van de jaren '70 niets meer over. Er waren heftige ideologische tegenstellingen en er hadden bloedige incidenten plaats aan de gemeenschappelijke grenzen – waar de Russen volgens China een miljoen man hadden geposteerd. Van een Russische bedreiging van Chinees grondgebied is nu geen sprake. En achtereenvolgens Gorbatsjov en Jeltsin hebben zich ingespannen de afstand tot Peking te verkleinen, een ontwikkeling die Washington voor lief neemt zolang Moskou en Peking, ieder voor zich, in de ban blijven van de attracties van de wereldmarkt en goede betrekkingen met het Westen voorrang geven.

Zo kon het gebeuren dat ex-premier Tsjernomyrdin zich deze week als postillon d'amour van het Westen naar Peking haastte om daar de scherpste kanten van de reactie op het bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado weg te slijpen. De Russen hadden een dag voor die luchtaanval een beginselakkoord met het Westen gesloten waarin zij hun eis hadden laten vallen dat eerst de bombardementscampagne moest worden gestopt alvorens er verdere diplomatieke stappen konden worden gezet. Maar in Peking zei Tsjernomyrdin dat Chinezen en Russen eensgezind van mening waren dat stopzetting van de bombardementscampagne voorwaarde bleef voor onderhandelingen. De onderlinge afstanden in de driehoek van grote landen leken deze week even van elastiek.

De Amerikaanse reactie op de jongste gebeurtenissen bleef zelfverzekerd. Fouten werden toegegeven, excuses gemaakt, maar de regering-Clinton bleek niet bereid zich in het stof te werpen. Zij rekent erop dat in laatste instantie zowel China als Rusland zijn economische belangen laat prevaleren en dat zijzelf, dankzij de kracht van de Amerikaanse economie, de sterkste troeven in handen houdt om in de driehoek de marsrichting te bepalen.

Ook in de betrekkingen met de bondgenoten telt Amerika's autonome macht, economisch en militair. Al het gepraat en geschrijf van het afgelopen decennium over een Europese Veiligheids en Defensie Identiteit heeft niet kunnen verhullen dat Europa voor zijn veiligheid volstrekt afhankelijk is gebleven van Amerika. Zozeer zelfs dat Europa geen eigen politiek kan ontwikkelen. Zoals met de mislukking van de door Europa gewilde conferentie van Rambouillet ten overvloede is gebleken.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.