Vergeten zoutpilaren

In geen enkele reisgids worden ze genoemd en ook op de Hallweg-wegenkaart van Californië, doorgaans toch heel trouw in het vermelden van `landmarks', bestaan de Trona Pinnacles niet. Er komen dan ook maar weinig bezoekers bij deze bizar gevormde tufsteenformaties in de westelijke Mojave-woestijn. Niet omdat de pinnacles niet de moeite waard zijn, maar omdat Trona een oord is dat, vermoedelijk uit schaamte voor zijn lelijkheid, niet aan pr doet. En omdat men het hier te druk heeft met zout winnen, lucratiever dan de exploitatie van wat restanten uit het Pleistoceen.

In Nederland was een geologisch wonder van dit formaat allang voorzien van een mega-parkeerplaats, een bezoekerscentrum en een NS-dagtocht om de invasie van toeristen in goede banen te leiden. Zo niet in Trona, gelegen aan de rand van een immense zoutvlakte. Nergens een aanmoediging om de pinnacles te gaan bekijken, nergens zakjes tufsteen of miniatuur-pinnacles verkrijgbaar, niet eens een simpele ansichtkaart in de Pioneer Deli Market, waar het assortiment bestaat uit tien blikjes tomatenpuree, een paar pakken cornflakes en een eenzaam ronddraaiend worstje in een aangekoekte hotdog-oven. En heel veel huurvideo's, opdat de 3500 inwoners van Trona niet van verveling zullen omkomen.

Slechts een bescheiden bordje, een paar kilometer voor Trona, wijst de weg naar de Pinnacles. Het bord is zo geplaatst dat potentieel belangstellende passanten volop in de remmen moeten om de afslag niet te missen. Aan het einde van een tien kilometer lange, onverharde weg rijzen ze op: grillige staketsels die van hogerhand in de onafzienbare vlakte lijken gestoken. Slechts een enkele achtergelaten zoutwagon op een spoortje dat van nergens naar nergens gaat, doet vermoeden dat er leven is in dit maanlandschap. Deze plek werd lang geleden bedekt door een reeks meren, waarvan Mono Lake en Death Valley de bekendste zijn. Onder het oppervlak vormden zich calcium-carbonaat afzettingen die bij het opdrogen van de meren, zo'n tienduizend jaar geleden, achterbleven.

Dichterbij gekomen nemen de honderden pinnacles, verspreid over zo'n 20 vierkante kilometer, eigenaardige vormen aan: gedrongen, puntig, iel of indrukwekkend, de meeste enkele tientallen meters hoog. In de namiddagzon kleuren ze langzaam rood, als de rotsformaties in Marlboro Country, om vervolgens tot zonsondergang in duizelingwekkend tempo van kleur te verschieten. Bijna angstaanjagend worden ze als de kleuren plaats maken voor lange schaduwen. Niet ondenkbaar dat Marten Toonder hier inspiratie heeft opgedaan voor zijn Zwarte Bergen.

De Trona Pinnacles, in 1968 door de overheid bestempeld tot `landmark', zijn altijd in de schaduw gebleven van het 100 kilometer verder gelegen Death Valley, een van de mooiste nationale parken in Californië. En dat zullen ze vermoedelijk ook wel blijven als Trona niet binnenkort een VVV-kantoor opent. Zolang dat niet gebeurt, kan de eenzame bezoeker in alle rust van de pinnacles genieten en zal Trona zijn geheel eigen charme behouden: de lichtjes van de Pacific Salt and Chemical Company `s avonds op de zoutvlakte, het naargeestige geluid van een auto over de enige doorgaande weg in Trona, de chips uit de Pioneer Deli die, bij ontstentenis van een restaurant, dienen als maaltijd, en, last but not least, de Desert Rose Oasis Inn, de enige overnachtingsgelegenheid in de verre omtrek en nog het best te omschrijven als de `perfecte moordlokatie'.

INFORMATIE

De Trona Pinnacles bevinden zich circa 10 kilometer van de verharde weg 178 tussen Ridgecrest en Trona. De afstand tot Ridgecrest bedraagt zo'n 30 km, tot Death Valley circa 100 km en tot Las Vegas ongeveer 450 km.

In Trona is een motel, de Desert Rose Oasis Inn, categorie `niks mis mee'. Prijs circa 30 dollar voor een (nette) kamer per nacht.

Internet: wie trona pinnacles intikt op de zoekmachines Yahoo of Alta Vista krijgt verschillende sites, oa met foto's en geologische informatie.