Trees feest met Canadees

Ze kwamen drie dagen na de Duitse capitulatie, ze zagen een stad in puin en ze veroverden de harten van de hele bevolking. De paar honderd Canadese soldaten van de Fourth Princess Louise Dragoon Guards, de Seaforth Highlanders en de Saskatoon Light Infantry die in mei 1945 Rotterdam binnentrokken, werden als helden onthaald. En ze zagen er ook als helden uit: stoere, onversaagde kerels, goed gevoed en sexy gekleed. In hun sjofele uniformen, de baret scheef op het hoofd, waren ze de nonchalante boodschappers van een nieuwe tijd, waarin alles anders zou worden en Nederland eindelijk deel zou uitmaken van de moderne wereld.

Het Oorlogs Verzets Museum Rotterdam heeft een kleine expositie gewijd aan die overzeese geweldenaars van toen. Bewondering waart er in alle hoeken van de zaal rond. `Destination Rotterdam, waar de Canadezen weer burger werden' is dan ook een klassieke oorlogstentoonstelling, compleet met goodies en baddies. Historische feiten en getuigenissen worden afgewisseld door foto's, uniformen, onderscheidingstekens en militaire documenten, afkomstig uit privé-verzamelingen van Canadese veteranen. Toch is dat niet zonder effect. Want menige oudere Rotterdammer zal met heimwee terugverlangen naar de roes van de bevrijding, als hij voor de vitrine staat waarin de pakjes Sweet Caporal, Gold Flake en Capstan Navy Cut cigarettes zijn uitgestald.

Ook hangt er een alleszeggende foto van Hollandse meisjes die meeliften op een Canadese brencarrier. De opwinding en verliefdheid straalt er vanaf.

Al sinds juli '43 waren de Canadezen in Europa. Met de Amerikanen en Britten namen ze deel aan de landingen op Sicilië en in Zuid-Italië. De gevechten duurden tot voorjaar '45. Vervolgens trokken de Canadese troepen via Zuid-Frankrijk naar Nederland, waar voor hen een eind aan de oorlog kwam. Voor het eerst sinds jaren konden ze zich weer overgeven aan aardse geneugten. Ze deden dat met veel enthousiasme, waarschijnlijk omdat ze zo lang op hun repatriëring moesten wachten nu de oorlog met Japan nog in volle gang was en er maar weinig troepentransportschepen naar Canada voeren.

In Rotterdam maakten ze onder andere kwartier op de statige Heemraadsingel, die in een kampeerterrein veranderde. Weinig Rotterdammers zullen zich eraan hebben gestoord. De Canadezen hadden een moreel passe partout en konden zich bijna alles veroorloven. Bovendien had burgemeester Oud de bevolking opgeroepen hen te bedanken en in alles tegemoet te komen. Dat velen dat letterlijk opvatten, zal de stijve liberaal Oud toen niet hebben beseft.

De Rotterdamse jeugd behandelde de Canadezen als popsterren en verzamelde hun handtekeningen. De Canadezen op hun beurt deden alles om de bevolking te helpen. Ze deelden voedsel uit, ruimden antitankmuren en wegversperringen op en doorbraken de verveling door regelmatig grote parades te organiseren. In ruil daarvoor organiseerden de Rotterdammers grote bevrijdingsfeesten. ,,Er moest worden gefeest'', schrijft John McNeill van de Dragoon Guards. ,,Verlost van de stress van het slagveld kregen we de smaak te pakken. De opluchting was enorm, je kon feesten zoveel als je wilde. Er was altijd ergens wel iets aan de hand.'' Uit zulke egodocumenten blijkt hoe losgeslagen het er aan toeging. Niet voor niets eindigt de tentoonstelling met de tekst van een liedje: ,,In mijn straatje woont een meisje/ Luistrend naar de naam van Trees/ Een echte Hollandsche verschijning/ Knap en mollig in d'r vleesch/ Nooit moest zij iets van verkeering/ Vrijen vond ze ongezond/ Maar direct na de bevrijding/ Ging het gerucht van mond tot mond/ Trees heeft een Canadees (refrein).

Toen de laatste Canadees eind augustus '46 was vertrokken kende iedereen die tekst en zo'n 5.000 jonge vrouwen zouden een kind van hun helden baren.

`Destination Rotterdam, waar de Canadezen weer burger werden', t/m 29 aug in het Oorlogs Verzets Museum Rotterdam, Veerlaan 8292, Katendrecht. Open di t/m vr 10-16u, zo 12-16u. Volw ƒ2,50, kind tot 12 ƒ1 en veteranenpas gratis. Inl 010-4848931