Tak, tak, tak

Tak, tak, tak, over de fijne baileybrug bij Raamsdonksveer, daarna een afrit naar rechts, voorbij de wat sombere fabriekshallen en ziedaar, de toegangspoort tot de domeinen van meneer Louwman.

Donk, donk, donk, een asfaltlint voorzien van verkeersdrempels slingert zich door het dertig hectare grote domein van entrepeneur Evert Louwman. Voorbij opleggers met kakelverse auto's, het Louwman College, het Louwman museum, de Louwman showroom, voorbij de als in een beeldentuin her en der gedrapeerde Yarissen, de auto waarin ik zo meteen een stukje ga rijden. En kamelen, kamelen! Ze blijken overgekomen te zijn uit dierenpark Wassenaar, nog zo'n zakelijke bezigheid. Lopen, grazen en herkauwen nu voorzichtigheidshalve achter een draad omdat ze de eigenaardige gewoonte hadden ontwikkeld om het rubber van de ruitenwissers op te eten.

Eerst maar eens een rondleiding door de schelpvormige gebouwen die me weer het kind maken dat op schoolreisje is naar het Evoluon. Het automuseum bevat een prachtige collectie klassieke auto's, motorkoetsen uit de vorige eeuw, die zo uitgelicht zijn dat ik me beschroomd voel binnenstappen in de grafkelder van een farao. Vitrines met honderden modellen, aan het plafond bungelt de enig overgebleven Koolhoven, die andere, bijna vergeten Nederlandse vliegtuigbouwer. De verrassend kleine racewagen van Carl Godin de Beaufort, wat heel wat chiquer klinkt dan Ons Joske. Een geblindeerde Cadillac uit het wagenpark van Elvis Presley, als u goed luistert kunt u nog de gedempte kreetjes van er ooit naar binnen gelokte tienermeisjes horen. Goed luisteren moet u ook naar meneer Louwmans' verzoek om decent gedrag in zijn museum, dus wees er niet al te luidruchtig en vooral nergens aankomen.

Verrast was ik toen ik de eerste foto van de Toyota Yaris zag afgebeeld; leuk, ze beginnen het eindelijk te leren. Al jaren komen Japanse auto's als de meest betrouwbare uit de consumententesten, in de laatste staan er zelfs negen in de top-10. Technisch valt er dus weinig op af te dingen, maar de vormgeving kan wel wat meer durf gebruiken. Toyota's designcentrum in Brussel kreeg ruimte om de tekenstift wat frivoler te hanteren en zo'n kans hebben ze zich niet laten ontgaan. Er is daar in Brussel goed rondgekeken naar wat de concurrenten voor de consument bedacht hebben. Zouden er Japanners met een schetsboekje rondgeslopen hebben, de kraag van de regenjas omhooggezet, de spiedende blik achter een donkere zonnebril verborgen?

Ik ben op zoek naar mijn Yaris, die zich toch ergens hier te midden van zijn tientallen broertjes en zusjes moet bevinden. Zwaai als een dirigent met de afstandsbediening van links naar rechts, een guitige metalic-groene geeft klikkend antwoord. Het interieur is een vrolijke orgie van rondbuitelende lijnen. Knopjes, klokjes, de beloofde dertien opbergvakjes, bekerhouders – alles uitgevoerd in een veel te harde plasticsoort. Hoog is hij ook, althans voorin.

Drie opvallende holtes in het dashbord staren me nu aan. Het instructieboekje geeft antwoord: de twee ovalen holten naast het middenpaneel zijn opbergvakken en voorzichtig steek ik er mijn hand in, stilletjes hopend dat niemand me nu bezig ziet. De derde holte is het 3D instrumentendisplay waarmee een uitstapje gemaakt is naar de vliegtuigindustrie. Tijdens het rijden blijkt het warempel te werken, met wat verschillende kleuren erin zou het nog wat aan duidelijkheid winnen.

Snor, snor, snor, het pittige en zeer zuinige hightechmotortje maakt op kruissnelheid behoorlijk lawaai. Het verdwijnt met nog wat gas erbij. Meneer Louwman betaalt de daar weer bijbehorende bekeuringen niet. Het keurige door alle botsproeven heengekomen wagengewicht van 815 kilo kan nog wel iets overschreden worden met wat extra dempingsmateriaal onder de motorkap. Jammer van het veel te dunne stuurtje waardoor ik koude handen blijf houden.

De Yaris, een door de computer bedachte naam, wordt straks ook gebouwd in nieuw op te zetten fabrieken in Noord-Frankrijk en Engeland. Tienduizend stuks verwacht men er dit jaar in ons land van te verkopen – wegzetten in verkoperstermen – samen een lint vormend van Amsterdam naar Utrecht. En wie staat er dan tevreden glimlachend op het viaduct bij Maarssenbroek? Juist, meneer Louwman.