Slechts een enkeling kiest voor de Vlaming

Vlaamse leerplannen gunnen Vlaamse schrijvers geen beschermde positie. Leraren Nederlands zijn in Vlaanderen niet eenkennig. Als er maar gelezen wordt.

`MENEER IS TOF. Hij brengt de leerstof heel plezant'', zegt Ken Kockx (17), leerling van het Sint-Lambertusinstituut in Ekeren, voorstad van Antwerpen. Na de les Nederlands veegt hij met een arm zijn schriften en boeken bij elkaar en stapt op met de genadeloze woorden: ,,Maar ik lees nooit een boek. Spijtig voor meneer. Ik sport liever, waterpolo dat is mooi. Trouwens, ik geloof dat hier niemand in de klas ook maar een beetje in boeken is geïnteresseerd.''

Ken is een exemplarisch schrikbeeld voor docenten. Een groot deel van de jeugd heeft een broertje dood aan lezen. Het is een zorg die veel Vlaamse docenten delen met hun Nederlandse collega's.

Jan Wagemans (48), de leraar Nederlands over wie Ken Kockx zo lovend sprak, haast zich om het beeld van de verveelde, leesluie jeugd bij te stellen. Hij geeft al 25 jaar les op een zogenoemde `vrije' school, de confessionele tegenhanger in Vlaanderen van de algemene Rijksscholen. ,,Lezen ze minder? Ik weet het niet'', zegt hij na de les in de lerarenkamer. ,,Natuurlijk hebben leerlingen tegenwoordig meer afleiding, zoals sport of televisie. Maar is het niet altijd zo geweest dat je leerlingen hebt die verzot zijn op boeken en leerlingen die lezen haten?''

Vanmorgen kiest Wagemans voor een traditionele, maar wel gevarieerde les. De vijftig minuten beginnen voor leerlingen van de vijfde klas met een vergelijking tussen de `Vlaamse klassieker' Egidius en het nummer Tears from heaven van de Britse popzanger Eric Clapton. Het geroezemoes van de leerlingen verstomt vanzelf, zodra de docent met ingehouden stem de eerste regels van het middeleeuwse treurdicht voordraagt.

De les is nog maar halverwege. Wagemans wil nog een video laten zien over het Vlaamse cultuurtijdschrift Van Nu en Straks. Intellectuelen richtten het eind vorige eeuw op. De stem op de videoband zegt dat de ,,letterkunde in Vlaanderen ingedommeld'' was en de invloed van het Noorden, van de Hollanders, groot. ,,Het tijdschrift moest het literaire en culturele leven optrekken naar het niveau van het buitenland.''

De leerlingen in klaslokaal 23 luisteren gedisciplineerd en aandachtig. Totdat de videoband vertraagt en de stem vervormt tot lachwekkende proporties. De bel brengt de docent redding.

Vooral in de groep van veertien- tot zestienjarigen maakt de `ontlezing' slachtoffers, weet Mark van Bavel, pedagogisch begeleider bij het Didactisch Centrum van het bisdom Antwerpen. ,,In die leeftijd gaat de wereld stralend voor hen open'', verklaart Van Bavel de wegebbende belangstelling. ,,Maar ook de overgang van jeugdliteratuur naar volwassen boeken is voor de meesten te bruusk.''

De leerplancommissie, waarvan Van Bavel lid is, wil dit gat dichten door meer dan voorheen adolescentenliteratuur op te nemen in de leeslijsten. Steeds meer docenten beschouwen jeugdliteratuur niet langer als een opstapje naar `heuse' literatuur, maar nemen het genre serieus.

Vlaamse auteurs eisen daarin de laatste jaren een steeds grotere rol op. Ze slechten de barrière tussen kind en volwassenen. Op de leeslijsten komen nu voortreffelijke, leeftijdloze boeken voor als Vallen van Anne Provoost, De Dolk van Ed Franck, Blote handen van Bart Moeyaert, De wraak van de marmerkweker van Willy van Dorselaer en Het ijzelt in juni van André Sollie.

De Vlaamse (jeugd)literatuur wint sterk aan kwaliteit, na lang op achterstand te hebben gestaan. De verkoop neemt flink toe. Drie op de tien verkochte boektitels in Vlaanderen zijn kinderboeken. Dat vindt zijn weerslag in het literatuuronderwijs.

Daarin hebben ook de schrijvers van literatuur voor volwassenen een vaste positie verworven. Tom Lanoye en Herman Brusselmans zijn populair. Maar Ward Ruyslinck, Hubert Lampo en Jos Vandeloo zijn nog lang niet van de lijsten verdreven. Ze staan er naast onvermijdelijke grootheden als Louis Paul Boon en Hugo Claus.

De twee laatstgenoemden zijn voor veel docenten niet langer verplichte kost. Ze vergen te veel analyse. Net als in Nederland krijgt in Vlaanderen de beleving van het lezen een steeds hogere waarde toegedicht. Plezier gaat boven analyse of cultuuroverdracht. Dat geldt nog het meest voor het onderwijs aan jongere scholieren.

In de leerplannen is voor de Vlaamse schrijver geen beschermde positie opgenomen. ,,Wij zijn niet eenkennig in onze keuze'', zegt Mark van Bavel. ,,Wij vinden er geen graat in jullie grote schrijvers als Mulisch, Hermans of Reve te lezen. Ik denk, maar ik zeg dit heel voorzichtig, dat Hollanders eenkenniger lijsten samenstellen dan Vlamingen.''

Die opvatting deelt hij met Jan Wagemans. Zijn leerlingen zijn zich volgens hem er zelfs niet van bewust dat ze Vlaamse of Nederlandse boeken moeten lezen. ,,Voor hen zijn het allemaal schoolboeken'', zegt hij. ,,Hooguit komen ze er tijdens het lezen achter dat het zich in Nederland afspeelt. Maar ze liggen daar niet wakker van.''

De laatste lessen van vandaag dragen ook een duidelijk Nederlands stempel. Wagemans heeft zijn leerlingen gevraagd een gedicht van buiten te leren. In de theaterzaal van de school moeten ze die vanmiddag ten overstaan van hun klasgenoten voordragen. ,,Het is heel ouderwets, maar ik geloof in de methode'', zegt hij. ,,Vier keer per jaar krijgen ze de opdracht. Een gedicht is net als met een muziekstuk of een schilderij: als je het vaak hoort of ziet, dan pas kun je het leren waarderen.''

Van Wagemans mogen de leerlingen de gedichten zelf kiezen, als ze maar niet zelf geschreven zijn. Op het donkere podium klinken zinnen van een wonderlijk gezelschap: Piet Paaltjens, Willem Wilmink, Herman van Veen, Freek de Jonge, Ed Hoornik, Toon Hermans (,,In een groen plantsoen in Ommen, hoorde ik een vlieg brommen''). Slechts een enkeling kiest voor een Vlaming, zoals Jo Govaerts.

Aan het eind van het lesuur mag Sarah naar voren treden. Met een benauwd gezicht klautert ze het podium op. Ze heeft, zegt ze stamelend, gekozen voor de Nederlandse dichter Martinus Nijhoff. Het gedicht heet De Wolken. Maar die kunnen haar al na de eerste zin niet langer dragen. Het wil haar niet lukken, haar stem hapert. Wankelend keert ze naar haar stoel terug, maar die haalt ze niet. Op de trap verliest ze haar bewustzijn en met een klap valt ze op de treden.

Klasgenoten rennen verschrikt op haar af. Jan Wagemans vraagt om een natte doek. ,,Oh, de zenuwen, de zenuwen!'', zegt hij terwijl hij zich over Sarah buigt. Ze is snel weer bij kennis. Haar docent kan weer lachen en zegt tegen de omstanders, met een stem vol ironie: ,,Literatuur, het is een zware zaak.''