Russische verrassingen

Het vroegere Amsterdamse café Oblomov in de Reguliersdwarsstraat was begin jaren tachtig een regelrechte hit, een echte trendsetter. Het concept brak met de eeuwige `bruine' kroeg: Oblomov was wit en hoog, met veel spiegels. En snelle jongens aan de kranen. De formule bleek zo lucratief, dat overal in het land klonen verrezen. Niet alleen het interieur was dan gekopiëerd. Ze kregen ook allemaal `ov/ff'-achtig namen, zoals Tsjaikovski, Korsakoff, Orloff en dergelijke. Een Utrechts lunchzaakje ging zelfs Broodje Ploff heten – maar dat was misschien wel recalcitrantie. Iedereen die meende hip te zijn kwam in Oblomov. Zelfs de beroemde schrijver met de pijp vereerde het lokaal af en toe met een bezoek. Om jonge studentes over de compositie van de wereld te vertellen. En hoe de hemel te ontdekken, kwam ook weleens ter sprake.

Dát Oblomov is niet meer. Geen idee waarom – misschien dat veel van dezelfde formule de spoeling dun maakt. Maar er is een nieuw Oblomov, een zaak die een directere schakel heeft met Gondratsjov's ruggegraatloze, maar sympathieke romanfiguur die 150 bladzijden zijn bed niet uit kan komen. Het café dat deze naam heeft aangenomen aan het onbeschrijflijk nondescripte Cremersplein heeft geen uitzonderlijke signatuur. De houten vloer is als iedere andere cafévloer. En ook de tafels en barkrukken zijn inwisselbaar met die van andere neringen. Maar het heeft iets wat je zelden treft: Russische cuisine.

Pas bij het lezen van de tweetalige menukaart valt op dat dit een Russisch eetcafé is. En dat is maar goed ook, want dat opgelegde folkloristisch pandoer dat je bij sommige Grieken – plastic druiventrossen en dito pilaren – of Mexicanen – sombrero's, vulkaan op de muur gekwast – wel treft, kan behoorlijk de keel gaan uithangen. De enige Russische elementen die in het binnenwerk opvallen zijn een samovar in een vensterbank en een groot assortiment wodka. Later op de avond neemt het Russische karakter overigens nogal toe, wanneer het café wordt omgevormd tot studio van `Oost-Europa-TV' dat hier op de kabel zit. Er verschijnt ter verstrooiing ook een zangkoortje en de voertaal van het hele café lijkt dan wel Russisch.

Die Russische keuken is lange tijd geassocieerd met de Sovjet-keuken, waarin worst van ezelpens en doodgekookte gort tot delicatessen moesten worden gerekend. Maar hier wordt dat vooroordeel door kok Sasha goed ontzenuwd.

Bij wijze van borrel is er bruinig Obolon-bier dat in Kiev wordt gebotteld. Hierbij kan uit een aantal gerechtjes worden gekozen: zoute augurkjes, ingelegde paddestoelen of haring op zijn Russisch, die in een romige dillesaus Scandinavisch aandoet. Ook de entrées doen het goed bij de borrel: flensjes gevuld met rundvlees, blinis met kwark, zalm of kaviaar. Bij de soepen staat natuurlijk borsj, de traditionele bietensoep. Die kom je in niet-Russische restaurants ook nog wel eens tegen, maar dan is het vooral een zoutpaarse plas met een scheut room. Maar deze zit ook vol grof gesneden groenten.

Misschien wel het meest interessante gerecht van de kaart heet `steursoep', want dat is iets dat iedere visminnende consument de wenkbrauwem zou moeten doen fronsen. De Kaspische Zee, het leefgebied van die dieren, postume leveranciers van kaviaar, is immers een stropersparadijs geworden. En de stand is daardoor gedecimeerd. Maar Sasha legt uit dat hij deze uit Frankrijk laat komen. Dan zijn ze weliswaar gekweekt en heten ze sterlet, maar dat maakt de soep van ƒ7,50, met een mooie moot vis, dobbelsteentjes raap en veel dille er niet minder lekker om.

En de hoofdgerechten zijn ook goed: `gevlochten' vlees met truffelsaus voor ƒ26,50, kwartel met vossebessen voor ƒ22,50 of speenvarkenboutjes voor – het is het duurste gerecht op de kaart – ƒ28,50. En tot slot wat goeie konjak en je zou willen dat je 150 bladzijden mocht blijven liggen.