`Rusland heeft een kerel nodig'

Vanavond wordt in Cannes het 52ste Festival International du Film geopend met `The Barber of Siberia' van de Russische regisseur en mogelijke presidentskandidaat Nikita Michalkov. Het festival staat dit jaar uitdrukkelijk in het teken van de gespannen internationale verhoudingen.

De twee films waar dit jaar met de meeste nieuwsgierigheid naar wordt uitgekeken, George Lucas' Star Wars: The Phantom Menace en wijlen Stanley Kubricks Eyes Wide Shut, ontbreken op de lijst van films die op het 52ste internationale filmfestival van Cannes hun (internationale) première beleven. Waarom beide Hollywoodproducties geen gebruik maken van de publiciteitsmogelijkheden van het meest beschreven en gefotografeerde festival ter wereld, is niet bekend. Maar de eerste voortijdige recensies van het begin van Lucas' nieuwe astromythologische trilogie, die op 19 mei in de Amerikaanse theaters verschijnt, waren zo teleurgesteld van toon dat je zou kunnen denken dat Cannes de film misschien niet eens wilde hebben.

Ook anderszins is Hollywood nogal afwezig in Cannes dit jaar, met uitzondering van John Sayles' Limbo, een vertoning van de publieksfilm Entrapment in een speciale voorstelling, en enkele onafhankelijk geproduceerde Amerikaanse films. De bescheiden Amerikaanse présence maakt het mogelijk om alle aandacht te schenken aan veelbelovende films van Europese regisseurs. Op papier lijken Leos Carax' Pola X en Peter Greenaway's 8 1/2 Women voorname kandidaten voor de Gouden Palm.

Belangrijk dit jaar zijn de mogelijke politieke repercussies van de internationale crisis op het festival. Een Joegoslavische productie, het regiedebuut van acteur Lazar Ristovic, Belo odelo/Het witte kostuum, is geselecteerd voor de door Franse journalisten samengestelde `Semaine de la Critique'. Met spanning wordt uitgekeken naar de ontmoeting met de makers in een land waar ze officieel mee in oorlog zijn. De Russische regisseur Nikita Michalkov is een mogelijke presidentskandidaat die alvast zijn campagne begonnen is met nationalistisch getinte macho-uitspraken: `Rusland is een vrouw, en zij heeft een kerel nodig'. Te verwachten valt dat hij het Cannes-podium niet onbenut zal laten om zich in de internationale politiek te begeven: per slot van rekening gaat zijn film The Barber of Siberia, die het festival opent, over een perfide Amerikaanse gelukszoeker in de negentiende eeuw, die de bodemschatten wil stelen van een door de regisseur vertolkte tsaar.

De Chinezen waren al boos op festivaldirecteur Gilles Jacob vóór het bombarderen van hun ambassade in Belgrado. Toen het officiële programma eind april bekendgemaakt werd, bleken twee nieuwe speelfilms van de in het westen meest gewaardeerde Chinese regisseur, Zhang Yimou, `slechts' geselecteerd voor de nevensectie `Un certain regard'. Reden genoeg voor Zhang en het Chinese staatsfilmbureau om de inzending terug te trekken, omdat westerlingen nu eenmaal altijd alleen met een politieke blik naar Chinese films kijken en deze twee films van Zhang kennelijk als te weinig kritisch ten aanzien van het regime werden beoordeeld. Ook de afwezigheid van Aziatische juryleden in Cannes kan in dat licht snel gezien worden als een gebrek aan respect. Het valt niet te verwachten dat andere aangekondigde Chinese films, zoals Wang Xiaoshuai's So Close to Paradise dit voorbeeld zullen volgen: per slot van rekening zijn beide films coproducties en de woede van China tegen de westerse wereld lijkt tijdelijk.

Cannes is het belangrijkste mondiale platform om films te presenteren, en de cinema is een machtig medium dat kleine onaangenaamheden in de internationale politieke relaties gemakkelijk overstijgt. Maar Azië, twee jaar geleden leverancier van de twee ex aequo toegekende Gouden Palmen (aan de Japanner Shohei Imamura en de Iraniër Abbas Kiarostami), zou graag wat serieuzer genomen willen worden.