Peking wil zijn troeven uitspelen

Na de voltreffer op de Chinese ambassade in Belgrado moet meer dan ooit rekening worden gehouden met de wensen van Peking.

China, dat vandaag met de terugkomst van de drie in Belgrado omgekomen landgenoten in het hele land de vlag halfstok heeft gehangen, is volgens regering in Peking zoveel schade berokkend, dat het nu in de gelegenheid is om het Westen eisen te stellen. Een aantal van die eisen zijn inmiddels bekend. Zo heeft Peking laten weten alleen akkoord te gaan met een plan van de G-7 en Rusland voor de stationering van veiligheidstroepen van de Verenigde Naties in Kosovo, indien de NAVO haar bombardementen staakt. Zo niet, dan zal China zijn veto in de Veiligheidsraad gebruiken om het plan te verwerpen.

Vorige week nog leek China zich, ondanks de aanhoudende kritiek op de NAVO, voorzichtig achter het G-7 voorstel te scharen. Maar de aanval op de ambassade, door China gepresenteerd als `opzettelijk', en de in Chinese ogen `halfslachtige' verontschuldiging daarvoor, hebben het land in een positie gebracht die zij zich al lange tijd wenst: het wordt serieus genomen door de internationale gemeenschap en met name de Verenigde Staten. Sinds het succesvolle bezoek van president Clinton, vorige zomer, heeft China zich in toenemende mate in zijn hemd gezet gevoeld. De Amerikaanse regering sprak keer op keer van een `constructieve strategische samenwerking', maar volgens Peking was daar weinig van te merken. De traditionele onenigheid over Taiwan en Tibet, de mensenrechten en het handelstekort speelde telkens weer op, en nieuwe kwesties voegden zich aan de lijst van knelpunten toe. Zo hebben de VS China beschuldigd van diefstal van militaire geheimen, en zorgen Amerikaanse plannen voor een militair verdedigingsschild (TMD) in Oost-Azië voor groeiende irritatie. Bovendien ging Peking recentelijk diep door de knieën tijdens het topoverleg over toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), maar resulteerde dat niet in een akkoord. Wat China echter vooral dwars zit, is dat het door de VS is gepasseerd bij de beslissing over ingrijpen in Joegoslavië.

Over een aantal van deze kwesties, zo heeft Peking de afgelopen dagen via diverse bronnen laten weten, wenst China nu opnieuw te onderhandelen. Het heeft genoeg van de kritiek uit het Westen en het doen van concessies zonder dat het daar zichtbaar voor is beloond. Om die reden wenst de Chinese regering niet langer in te gaan op de eisen van de VS en de Europese Unie die betrekking hebben op toetreding tot de WTO. En volgens een goed geïnformeerde bron, vandaag aangehaald door de Financial Times, eist Peking nu dat Taiwan buiten het Amerikaanse defenensieplan voor Azië wordt gehouden. Voorts zouden de VS de beschuldigingen over de spionagekwestie dienen in te trekken.

Hoewel het onwaarschijnlijk is dat de VS en de EU op alle eisen zullen ingaan, is het duidelijk dat zij voorlopig meer dan voorheen rekening moeten houden met China. Peking heeft al eerder laten zien dat het ondanks ,,het gebrek aan respect voor China''(aldus de Chinese regering) een hinderlijke factor kan zijn bij de uitvoering van plannen die het Westen belangrijk acht. Eerder dit jaar gebruikte China zijn vetorecht in de Veiligheidsraad om de stationering van een VN-veiligheidsmacht in Macedonië te verhinderen. China sprak zich uit omdat Macedonië diplomatieke contacten aanknoopte met Taiwan, het eiland dat China beschouwt als een afvallige provincie.

Maar hoewel China nu triomfantelijk een aantal troeven in de hand heeft, zijn deze toch minder sterk dan Peking zich zou wensen. Dat heeft vooral te maken met de zorgelijke situatie in eigen land. De economische groei vertraagt met een percentage van onder de 8 procent steeds verder, in alle steden groeit de werkloosheid, corruptie tast het hele maatschappelijke leven aan en de buitenlandse investeringen zijn in het eerste kwartaal van dit jaar met 15 procent gedaald. China rekent echter op een voortdurende investeringsstroom uit het buitenland als brandstof voor zijn economie.

Het moet Peking de afgelopen dagen ongetwijfeld hebben verontrust dat het niet in staat is zijn politieke grieven te scheiden van zijn economische belangen. Want ondanks de informele verzekering van de Chinese autoriteiten, dat het buitenlandse bedrijfsleven geen reden heeft zich zorgen te maken, hebben al een aantal ondernemers uit het Westen hun afspraken in China afgeblazen. Beelden van stenen gooiende demonstranten en berichten over plunderende burgers die het hebben voorzien op westerse bedrijven , hebben het buitenland ervan doordrongen dat China nog altijd een onberekenbare maatschappij is. De Franse investeringsbank Crédit Lyonnais besloot een belangrijke conferentie in Peking in omvang te beperken. En afspraken die Duitse bedrijven, waaronder Volkswagen en DaimlerChrysler, hadden gemaakt, vielen in het water doordat het bezoek van de Duitse bondskanselier Schröder vandaag aan Peking slechts een dag duurt en niet langer, zoals oorspronkelijk de bedoeling was.