Op zoek naar koning Arthur

Rond de zesde eeuw deden de Saksen invallen in Engeland, zoveel is zeker. Zeker is ook dat de Kelten zich daartegen te weer stelden. Veel minder vast staat het dat de leider van de Kelten koning Arthur was. Desondanks heeft de figuur van Arthur mythische proporties gekregen die zich tot in onze tijd uitstrekken. Een tocht langs potentiële geboorte-, woon- en sterflocaties van Arthur in Groot-Brittannië.

De lucht is zwaar bewolkt, de zon bijna onder, het parkeerterrein leeg. Regen staat op het punt te vallen, het pad omhoog is glibberig van wat er al viel. Dankzij het weer en het uur is er niemand op Camelot, of beter: op de meest waarschijnlijke locatie waar Camelot ooit lag. Want er zijn zeker tien potentiële plekken voor het kasteel van Arthur, de Keltische koning die Zuidwest–Engeland na de instorting van het Romeinse Rijk verdedigde tegen de invallende Saksen, die in 542 of daaromtrent dodelijk gewond raakte bij zijn twaalfde veldslag en die postuum onverslaanbaar is gebleken als hoofdpersoon van talloze mythen. Vanaf 1150 gonsde heel West–Europa ervan, ons land ook, en de aanmaak van nieuwe versies gaat nog onverminderd door.

De klim eindigt waar enorme loofbomen het modderpad niet langer omtakken, aan de rand van een redelijk vlakke heuveltop van vier- bij vijfhonderd meter. Rondom liggen twee steile, hoge aarden wallen, met een zeker tien meter diepe geul ertussen. Het idee dat Arthur zijn centrale commandopost had ingericht op deze geïsoleerde heuvel bij het dorpje Cadbury in Somerset werd voor het eerst genoteerd in 1542 door een gezant van Hendrik de Achtste. De heuvel heette Camalat en Arthur kwam er bij leven vaak, wisten de dorpelingen stellig. Lijkt nogal onbetrouwbaar - ware het niet dat het menselijk geheugen de cd-rom van de Middeleeuwen was. En ware het niet dat de heuvel bij Cadbury geniaal lag als je de westelijke opmars van Saksen of wie dan ook wilde stuiten. Veel hoefde er niet aan te gebeuren, want het wallensysteem lag er al eeuwen toen Arthur werd geboren - als hij werd geboren. Dat John Leland precies 1000 jaar nadat Arthur stierf - als hij stierf - geen complete onzin noteerde, bleek in 1966-'70. Archeologen groeven grote delen van de heuveltop zorgvuldig af, en jawel: precies in de tijd van Arthur had er een solide houten gebouw van twintig bij twaalf meter gestaan en waren de doorgangen in het wallensysteem geblokkeerd.

In de reisgids Arthurian Britain beschrijft Arthur-expert Geoffrey Ashe meer dan 150 plekken in wat nu Groot-Brittannië en Frankrijk heet en hun aantrekkingskracht brengt jaarlijks een paar miljoen toeristen in beweging. Ashe vat zijn taak ruim op en noemt bijvoorbeeld ook de berg stenen, ergens in Wales, waaronder Arthurs hond begraven zou liggen.

Hoog in de top-tien van waarschijnlijke Arthur-plaatsen staan de versterking bij Cadbury en het stadje Glastonbury, twintig kilometer naar het noordwesten. Ook daar verrijst een eenzame heuvel, kleiner maar even hoog, uit de vlakte, met bovenop het silhouet van een dertiende-eeuwse kapeltoren. Glastonbury Tor is niet zomaar een heuvel: hier zou Jozef van Arimathea de kelk hebben begraven waaruit Jezus tijdens het laatste avondmaal dronk. Als het voorgaande allemaal waar is, is de ironie compleet: Arthur en zijn Ronde-Tafelridders zochten zich suf naar de Heilige Graal, terwijl ze vanaf hun hoofdkwartier dagelijks zicht hadden op de plek waar hij lag.

De top van de Tor biedt een kristalhelder uitzicht op het stadje Glastonbury en de ruïne van wat eeuwenlang Engelands grootste en voornaamste abdij was. In 1184 brandde het hele complex af en er waren vermogens nodig voor de wederopbouw. Het zag er somber uit, tot gravende geestelijken in 1190 een graf vonden van een meer dan twee meter lange man, geflankeerd door een vrouw van wie het goudblonde haar nog intact was. Tot overmaat van duidelijkheid stieten ze op een zerk met de tekst hier rust rex Arthurius. Misschien een pr-stunt om pelgrims te trekken en het bouwfonds te spekken - zeker is dat de stoffelijke resten in 1278 met veel ceremonieel werden herbegraven in het hart van de nieuwe abdij. Nu groeit op die plek gras en staat er een drukbezocht bordje, want in 1539 werd Glastonbury Abbey op last van Hendrik de Achtste ontmanteld (zoals alle abdijen in zijn koninkrijk).

Glastonbury is het Arthur-bedevaartsoord. Wie iets tegen New Age heeft, moet er niet komen en wie genoeg heeft van winkelstraten die Europa-wijd hetzelfde ogen juist wel. High Street is de laatste dertig jaar overgenomen door neringdoenden met spirituele prioriteiten en vegetarische restaurants. Halverwege zetelt uitgever/reisbureau/boekhandel Gothic Image, een walhalla voor Arthur-fans. Directeur Jamie George is snel bereikt op zijn mobiele nummer en wil nog sneller worden teruggebeld op de normale telefoon waarnaast hij blijkt te zitten. `The mobile fries his brains', verduidelijkt de dame die het contact legde, opnieuw een nummer intoetsend. Een uur later, in een magazijn vol boeken, legt George uit waarom Arthur zo grenzeloos aansluit op de moderne mystiek: ,,Veel mensen zijn tegenwoordig op zoek naar onorthodoxe benaderingen van godsdienst en komen naar Glastonbury als onderdeel van een persoonlijke queeste. Eigenlijk zijn ze op zoek naar de Graal, naar geestelijke verlichting. De Graal is niet in de eerste plaats materieel, maar iets in ieder van ons. Net als Arthurs zwaard. De Arthur-mythen en -legenden zijn zeer rijk aan symboliek en dat spreekt mensen aan, het geeft betekenis aan hun innerlijk zoeken.''

Los van alle mystiek en symboliek is koning Arthur een perfecte reisleider voor liefhebbers van historie en archeologie. Ook tussen Bretagne en Sicilië zijn materiële arthuriana te vinden, zij het in aanzienlijk geringere dichtheden dan in Groot-Brittannië. Daarbij moet worden aangetekend dat de Britten behoorlijk vals spelen door menige Arthur-locatie meer dan eens op te voeren. Recordhouder is de Ronde Tafel, met 21 mogelijke standplaatsen, waaronder de vijf meter hoge terreinwelving van tientallen meters doorsnee die eeuwenlang aan de rand van het Welshe Caerleon was te zien. Dat was Arthurs Ronde Tafel, hielden autochtonen vol. En ook zij waren niet helemaal gek. De bult veranderde in een diepte toen een opgraving in 1920 een Romeins amfitheater aan het licht bracht. Wie weet vergaderden Arthur en zijn ridders hier ooit. Als ze ooit vergaderden.

Voor een koning maakte Arthur wel heel veel gebruik van wat er al was. Dat had hij van geen vreemde: Uther Pendragon, zijn vader, benutte een reeds bestaand huwelijk. Geholpen door de tovenaar Merlijn veranderde hij in de gedaante van Gorlois, de hertog van Cornwall, zodat hij ongestoord het hertogelijk kasteel Tintagel kon binnendringen en bij hertogin Ygerna een kind kon verwekken zonder dat iemand iets merkte. Dat schrijft Geoffrey of Monmouth in zijn History of the Kings of Britain (1135), het eerste boek waarin Arthur centraal stond. Eeuwen eerder werd Arthur al genoemd in beknopte chronologieën, maar wat ontbrak was een schriftelijke vermelding uit de tijd waarin hij leefde. Totdat vorig jaar een steen met zijn naam werd gevonden - op Tintagel. De mooiste route erheen loopt via de kerk aan de rand van het gelijknamige dorp. Eerst alleen gras en bemoste zerken en dan ineens de rotsen en de diepte, de bruisende oceaan en een rond schiereiland van een paar honderd meter doorsnee dat loodrecht oprijst uit de azuurblauwe golven die witschuimend breken tegen Arthurs imponerende geboorteplaats.

,,Laten we het houden op vijf tot tien procent'', antwoordt Patrick Riordan van English Heritage lachend op de vraag naar de kans dat Arthur inderdaad op Tintagel werd geboren. Het natuurlijke fort dat hij mag beheren, trekt jaarlijks 200.000 bezoekers (waarvan een kwart niet-Britten) hoewel er slechts wat brokkelige fundamenten uit Arthurs tijd resteren. Riordan: ,,De mystiek is net zo belangrijk als het plaatsen van Arthur in tijd en ruimte. De raadselachtigheid moet behouden blijven. Ik ben er niet voor dingen tot op de bodem uit te zoeken. De antwoorden zijn misschien niet wat je zocht.''

Menige Tourist Board zou Arthur graag inzetten bij het pr-beleid. Bijvoorbeeld in Colchester, Engelands oudste stad. Volgens Riordan `wilden ze nog wat meer' en belden onlangs met Tintagel of daar wellicht bekend was of Arthur ooit iets met Colchester van doen had gehad. En Winchester maakt in folders goede sier met Arthurs Ronde Tafel, zes meter doorsnee en gratis te bezichtigen in The Great Hall waar het tafelblad aan de muur hangt. Het hout bleek bij een koolstof-datering dertiende-eeuws te zijn en werd vermoedelijk gemaakt op last van koning Edward I, een overtuigd Arthur-adept en in 1278 aanwezig bij de herbegrafenis in Glastonbury. Conservator Chris Vear: ,,Vorige week was hier een Amerikaans meisje dat we net op het moment van sluiting nog naar binnen hebben gelaten, en ze was in tranen, zo raakte de aanblik van de tafel haar.'' Dat dit gegarandeerd niet Arthurs tafel is, lijkt van ondergeschikt belang. ,,Hij bewijst hoe levend de mythe zeven eeuwen geleden was'', aldus Vear.

In Tintagel, achter de toonbank van Dragons Breath - a touch of magic, mystery and fantasy' - gaat Ann Moore nog een stap verder: ,,Als je goed naar het verhaal kijkt, doet het er uiteindelijk nauwelijks toe of Arthur echt heeft bestaan.'' En ja, beaamt ze, geloof in de koning is een soort religie. ,,Maar dan Keltisch: heel veel plaatsen zijn heilig en ook alle dagen van de week.''