`Meer amusement voorkomt rellen'

De nieuwe burgemeester van Rotterdam, Ivo Opstelten, is geschrokken van de situatie in de oude stadswijken. ,,We moeten de straat weer tot attractie maken.''

,,De informatiepositie van de politie moet worden verbeterd.'' Dat is de belangrijkste les die burgemeester Opstelten heeft getrokken uit de rellen die plaats vonden na de huldiging van landskampioen Feyenoord op de Coolsingel. ,,Nog meer dan voorheen moet de politie in staat gesteld worden en zich inspannen zo optimaal mogelijk geïnformeerd te zijn over de mogelijke plannen en bedoelingen van potentiële relschoppers.''

Na de rellen op 25 april, waarbij Rotterdamse agenten voor het eerst gericht schoten op relschoppers die hen dreigden aan te vallen, staat de handhaving van de openbare orde permanent op zijn agenda. Opstelten bepaalde dat op Koninginnedag tot 18 uur geen alcohol mocht worden geschonken in het centrum. Er werd achthonderd man politie ingezet, het centrum werd in vakken verdeeld, met op elke hoek politiecontrole en ME'ers. Er waren geen incidenten. Bij de finale tussen Ajax en Fortuna Sittard om de Amstel Cup, morgen in de Kuip, worden ,,meer dan achthonderd agenten'' ingezet.

Opstelten: ,,Er worden nu scherpe analyses gemaakt over de gebeurtenissen na de huldiging van Feyenoord. Het is onaanvaardbaar dat enkele honderden relschoppers een feest voor een kwart miljoen mensen bederven en Rotterdam internationaal een slechte naam bezorgen. Ik trek alvast drie conclusies. De eerste is dat de informatiepositie van de politie moet worden verbeterd. Ten tweede is er de vraag of het instrumentarium van politie en justitie ruim genoeg is. Daar zitten juridisch allerlei haken en ogen aan. Dat geldt bijvoorbeeld voor het bij de Tweede Kamer ingediende wetsontwerp `Bestuurlijke ophouding' dat preventieve arrestatie van groepen relschoppers mogelijk moet maken. Ik ben voor deze wet, maar ook als deze van kracht wordt geldt dat de politie optimaal geïnformeerd moet zijn. En tenslotte moeten de draaiboeken voor ingrijpen door de politie bij evenementen zo flexibel mogelijk zijn, opdat verrassende ontwikkelingen zo veel mogelijk kunnen worden opgevangen. Al zal dat nooit helemaal lukken.''

De rellen en plunderingen – schade ruim tien miljoen gulden – begonnen op 25 april omstreeks half negen, enkele minuten nadat de Feyenoorders van het stadhuisbalkon waren verdwenen, en de muziek zweeg. Opstelten: ,,Het einde was abrupt. Meer en langduriger amusement, tot bijvoorbeeld middernacht, had wellicht tot een prettiger sfeer geleid. Volgend jaar, bij de vijf wedstrijden om het EK 2000, moet er veel amusement zijn.''

Evenementen betekenen extra belasting. Rotterdam en andere grote steden zien ervaren politiemannen vertrekken naar korpsen elders in het land. Minister Peper weigert echter extra versterking van de politie.

Opstelten: ,,De druk op de politieorganisatie is buitengewoon groot. Ik heb groot respect voor de inzet, de acceptatie en motivatie om er tegenaan te gaan. Daarbij moet de politie ook nog meer maatwerk leveren, bijvoorbeeld door wijkgebonden inzet. Daarvoor is extra sterkte nodig. Amsterdam en Rotterdam hebben verzet aangetekend tegen het plan van Peper en dat zullen we blijven doen. Bij de politie op het platteland zijn ook problemen, dat erken ik. Maar die moeten niet opgelost worden ten koste van de grote steden. En dat kan ook niet de bedoeling van Peper zijn. In de grote steden, met hun grote allochtone en overwegend laaggeschoolde bevolkingen, is extra inzet nodig op drie essentiële gebieden: onderwijs, zorg en politie.''

U heeft de afgelopen maanden met Rotterdam kennis gemaakt. Welke indrukken en conclusies heeft dat opgeleverd?

,,Wat ik als geboren Rotterdammer hoopte, bleek zo te zijn: het werkklimaat in deze stad is prettig. De stijl is rechttoe rechtaan, geen rangen en standen, open, toegankelijk, er is bereidheid om samen te werken. Er is aanvallend bestuur, dat spreekt me aan. De ambtelijke diensten behoren tot de top in Nederland en de kwaliteit van het bestuur is goed. Er zijn twee belangrijke conclusies. Ik ben echt geschrokken van het gebrek aan ruimte voor verdere economische ontwikkeling. Dat geldt voor de Maasvlakte en de uitbreiding daarvan, waar ik voor ben, en voor bedrijfsterreinen waaraan een groot tekort is. Daar kan niet hard genoeg aan getrokken worden. Hetzelfde geldt voor de uiterst zwakke sociaal-economische positie van de bevolking aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Ik heb altijd een grote liefde voor Rotterdam gehad. Maar van buitenaf zie je deze problemen toch niet zo scherp. Dat betekent dus dat je dit nog pregnanter en harder moet overbrengen.''

De werkloosheid in Rotterdam is procentueel een van de hoogste in Nederland. Een economische recessie zou tot een grootschalige tweedeling tussen haves and have-nots kunnen leiden. Hoe groot acht u die kans?

,,Die tweedeling is er in bepaalde opzichten al. Die weg te werken is mijn inzet. Het integrale economische beleid van wethouder Simons – niet uitsluitend inzetten op de haven – steun ik. We moeten alles uit de kast halen om bijvoorbeeld het toerisme te bevorderen, om de middengroepen die meer te besteden hebben in de stad te houden en om het midden- en kleinbedrijf te helpen.''

Er wordt wel gezegd dat Rotterdam de regie over de besluitvorming voor zijn (economische) toekomst kwijt is. Voorbeeld: de slepende besluitvorming over de Maasvlakte.

,,De Rotterdamse zelfbewustheid van vroeger – `dat regelen we zelf' – is gebleven, maar we leven in een andere tijd. Over uitbreiding van de Maasvlakte maakt het kabinet een integrale afweging tussen alle economische, ecologische belangen, et cetera. Dat moet open en transparant gebeuren. De Rotterdamse haven is een nationaal belang en het is dus logisch dat iedereen zich ermee bemoeit. Maar men moet wel tempo in acht nemen. De kracht van de Rotterdamse haven is dat ze telkens vooruit kan en dat is ook de politieke kracht van Rotterdam. Uitbreiding van de Maasvlakte is geen chauvinistisch verhaal, het klopt gewoon. Het ambitieniveau in Rotterdam is nu eenmaal hoog.''

Hoe staat het met het ambitieniveau voor de oude stadswijken, met hun werkloosheid, sociale problemen en het drugsgebruik en de daaraan verbonden overlast en onveiligheid?

,,Van de situatie in oude wijken als Delfshaven, Feijenoord, Charlois, het Oude Noorden en Hoogvliet ben ik geschrokken. Die liegt er niet om. Dat geldt ook voor bepaalde plekken, zoals het centraal station. De toekomst van de straat wordt mijn Leitmotiv voor de komende jaren. En dan gaat het niet alleen om schoon en veilig. De straat is meer dan het publieke domein dat schoongehouden wordt door de Roteb en waar de politie over veiligheid waakt. Je kunt niet alles van de overheid vragen, dat werkt niet en kan niet werken. Veilig en schoon begint bij jezelf. Juist in Rotterdam met zijn sociale vernieuwing en zijn `opzoomeren', moet de samenleving de handen uit de mouwen steken om de straat weer tot een attractie te maken. De straat is de essentie van de attractieve stad. De straat is waar je wandelt, waar je toeristen ziet, waar je mensen ontmoet. De toekomst is de straat.''