Kritiek RvdL op rapport Bijlmer

De Raad voor de Luchtvaart (RvdL) vindt dat de parlementaire enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer ,,uitgegaan is van onjuiste veronderstellingen'' voor de onderbouwing van een aantal conclusies in haar eindrapport.

Dat schrijft de Raad vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Voorzitter E. Müller van de Raad voor de Luchtvaart verwijt de commissie onder meer dat zij verzuimd heeft informatie van de Raad te verwerken in conclusies over het RvdL-onderzoek naar de oorzaak van de Bijlmerramp. In een vraaggesprek met deze krant noemt hij dat ,,onterecht en onacceptabel''.

De commissie heeft vooral twijfels over de manier waarop de RvdL de administratieve verwerking van de inspecties op de motorophanging door El Al heeft bekeken. Maar volgens Müller zijn daarbij belangrijke nuances niet vermeld.

De Raad is ook niet te spreken over de opmerking in het eindrapport dat het ongevallenonderzoek ,,geen garantie geeft voor onpartijdige conclusies''. Volgens de commissie laat het systeem toe dat grote, invloedrijke partijen ,,controverses in der minne schikken, indien beider belang daarmee is gediend''. Volgens Müller wordt die stelling ,,noch bewezen, noch aannemelijk gemaakt''.

In de brief aan de Tweede Kamer zegt de Raad wel ,,begrip'' te hebben voor de aanwezigheid van ,,enige onzorgvuldigheden'' in het eindrapport, ,,ongetwijfeld als gevolg van de tijdsdruk waaronder de commissie heeft moeten werken''. Voorzitter Th. Meijer van de enquêtecommissie wilde desgevraagd niet reageren op de uitlatingen van de Raad.

De Tweede Kamer debatteert volgende week met de parlementaire enquêtecommissie over haar eindrapport.