Corruptie treft Spaanse socialisten

De lijsttrekker van de Spaanse socialistische partij (PSOE), José Borrell, is ernstig in verlegenheid gebracht door een justitieel onderzoek naar twee belastingambtenaren die ervan worden verdacht ruim dertien miljoen gulden aan steekpenningen te hebben ontvangen.

Hoewel Borrell persoonlijk niet betrokken is bij de veronderstelde corruptie, doet de kwestie sterk afbreuk aan zijn reputatie van smetteloos politicus. Als staatssecretaris van belastingzaken in een van de eerdere kabinetten van Felipe González was Borrell verantwoordelijk voor de benoeming van de twee ambtenaren. In die tijd maakte Borrell furore door belastingfraude steviger aan te pakken.

Nadat de afgelopen maanden de regerende Partido Popular van premier Aznar in toenemende mate te kampen kreeg met schandalen, is nu ook Spanjes oppositieleider in een uiterst ongemakkelijke positie terechtgekomen. Borrell piekert er niet over om af te treden als lijsttrekker, zo heeft hij de afgelopen dagen meerdere malen laten weten.

De twee hoge belastingambtenaren met wie Borrell bevriend was worden ervan verdacht steekpenningen te hebben ontvangen op Zwitserse bankrekeningen in ruil voor een soepele behandeling van een aantal belastingaangiften. Daarbij valt de naam van Javier de la Rosa, de Catalaanse ondernemer die centraal staat in vrijwel alle belangrijke corruptieschandalen van de afgelopen vijftien jaar in Spanje. De la Rosa, die reeds geruime tijd in voorarrest zit wegens zwendel, zou grote bedragen hebben gestort op de rekeningen van de ambtenaren. De twee belastingambtenaren ontkennen de beschuldigingen. Zij verklaren de spectaculaire groei van hun vermogen uit gunstige beursspeculaties, die in twee jaar tijd tot een rendement van 4.000 procent zou hebben geleid.