BOEKENLIJST

Een selectie hedendaagse Vlaamse schrijvers en hun romans.

J.H.M Berckmans (1953) Taxi naar de Boerhaavestraat. Nijgh en van Ditmar, 159 blz., 34,90 gulden. Omstreden cultschrijver laat in zijn verhalen vegeterende alcoholisten en halve racisten uit Barakstad (Antwerpen) spreken.

Suzanne Binnemans (1961) Scheidslijnen. In de knipscheer, 256 blz., 34,50 gulden. Bevat twee novellen waarvan de eerste, Hemel en hel, een overtuigende weergave biedt van de op- en neergaande stemmingen van een manisch-depressieve patiënt.

Gie Bogaert (1958) De liefdeverzamelaar. Podium, 248 blz., 39,90 gulden. Gunstig ontvangen vierde roman van Bogaert, waarin met milde spot de liefdesavonturen van een gewone man worden beschreven.

Walter van den Broeck (1941) Verdwaalde post. De Bezige Bij, 380 blz., 44,50 gulden. Grote briefroman van de auteur van Brief aan Boudewijn (1979), inspelend op recente schandalen zoals de Augusta-affaire en de zaak Dutroux.

Herman Brusselmans (1957) Het einde van mensen in 1967. Prometheus, 200 blz., 9,90 gulden. Het drieëndertigste boek van veelschrijver Brusselmans, nu eens niet over hemzelf maar over het weinig verheffende Vlaamse dorpsleven in de jaren zestig.

Paul Claes (1943) De sater. Bezige Bij, 150 blz., 29,50 gulden. Erudiete en komische historische roman over de wellustige omzwervingen van een Griekse jongeman, vol verwijzingen naar en allusies op de klassieken.

Bavo Claes (1951) Kraai. Atlas, 192 blz., 30,90 gulden.Debuut van de Vlaamse televisiejournalist Claes, presentator van het Journaal van de BRT. Roman over leven en dood, waarin ook een presentator van een tv-journaal een aandeel heeft. Uitzondelijke taalvaardigheid.

Hugo Claus (1929) De geruchten. De Bezige Bij, 224 blz., 34,50 gulden. Terugkomst van oorlogsdeserteur uit Congo valt samen met uitbreken van geheimzinnige ziekte. Veelstemmige roman over hoe geruchten een dorp kunnen ontwrichten.

Geertrui Daem (1952) Zotverliefd. Prometheus, 216 blz., 24,90 gulden. De vierde verhalenbundel van een schrijfster die bij haar debuut in 1992 door de kritiek werd binnengehaald als de vrouwelijke Louis Paul Boon.

Luuk Gruwez (1953) Het land van de wangen. De Arbeiderspers, 277 blz., 39,90 gulden. Ego-document waarin de schrijver zich portretteert als vriend, geliefde, zoon en kleinzoon aan de hand van verhalen over anderen. Vervolg op Het verhaal van opa Bing dat in 1994 met de Geertjan Lubberhuizenprijs werd bekroond.

Kristien Hemmerechts (1955) Taal zonder mij. Atlas, 150 blz., 39,90 gulden. Deze pendant van Palmens I.M. is een ingetogen monument voor Hemmerechts' in 1997 overleden man, de dichter Herman de Coninck, met diens poëzie als uitgangspunt.

Pas verschenen: De tuin der onschuldigen. Atlas.

Wilfried Hendrickx (1947) Rauwolf. Houtekiet/De Prom, 272 blz., 34,90 gulden. De Hermansiaanse hoofdpersoon Victor Rauwolf verliest zijn idealen wanneer hij in de Tweede Wereldoorlog bij het verzet gaat, dat vergeven blijkt van de opportunisten.

Stefan Hertmans (1951) Naar Merelbeke. Meulenhoff, 191 blz., 34,90 gulden. Semi-autobiografische roman over opgroeiend jongetje dat een been kwijtraakt en weer terugkrijgt. Zonder sentimentaliteit geschreven in essayerende stijl.

Tom Lanoye (1959) Het goddelijke monster. Prometheus, 333 blz., 34,90 gulden. Lanoye's magistrale variant op Claus' Het verdriet van België, een woedende parabel over het leven in een land van gesjoemel en doofpotten.

Gespleten & bescheten. Bijlage bij De Morgen van 12 februari 1998 (nog niet in boekvorm uitgegeven), 30 pagina's.

Paul Mennes (1967) Soap. Nijgh & Van Ditmar/Dedalus, 127 blz., 27,50 gulden. Snelle en harde, uit losse scènes opgebouwde roman over een aan seks en genotsmiddelen verslaafde biologiestudent en zijn vrienden.

Tom Naegels (1975) Het heelal in! Manteau, 128 blz., 27,90 gulden. Vijf verhalen over jonge mensen en hun gevecht met de kosmos. Onvervalst ondergangsproza.

Jeroen Olyslaegers (1967) Il faut manger. Houtekiet, 179 blz., 29,90 gulden. Tien verhalen gericht tegen krokodillen, landerigheid en bekrompenheid. Eerste boek van Olyslaegers, door kenners als een veelbelovend nieuw talent beschouwd.

Koen Peeters (1959) Het is niet ernstig, mon amour. Meulenhoff, 185 blz., 32,50 gulden. Collage van brieven en dagboeken over vier jongens die carrière willen maken terwijl Brussel op instorten staat.

Bart Plouvier (1951) Het gelag. Nijgh & Van Ditmar, 144 blz., 29,90 gulden. Voormalige hippie schrijft mooie, ontroerende en bij tijd en wijle erg grappig verhaal over een dorpscafé. Genomineerd op de longlist voor de AKO-literatuurprijs 1995.

Ook verschenen Het gemis. Manteau.

Jos Vandeloo (1925) De liefdesboom. Manteau, 192 blz., 38,50 gulden. Een ongewoon liefdesverhaal over een man, drie vrouwen en een boom.

Paul Verhaeghen (1965) Lichtenberg. Manteau, 272 blz., 34,90 gulden. Jonge Belg ontmoet op Nederlandse universiteit vreemde types. Debuut dat in 1997 bekroond werd met de ASLK-prijs. Onlangs verschenen: De Venus Berg Variaties samen met journaliste Isabelle Rossaert.

Peter Verhelst (1962), De kleurenvanger. Prometheus, 299 blz. 39,90 gulden. Sprooksjesachtige derde roman van taalvirtuoos Verhelst, waarin de macht van de verbeelding gestalte krijgt in de Kleurenvanger, een man die alle kleuren van de wereld in een bijenkorf wil samenbrengen. Onlangs verscheen Tongkat, een verhalenbordeel.

Eriek Verpale (1952) De patatten zijn geschild. De Arbeiderspers, 227 blz. 39,90 gulden. Brieven die de schrijver eind jaren zeventig schreef aan zijn inmiddels ex-echtgenote. Hij noemt ze `nagelbrieven' - hij prikte ze aan een spijker op de achterdeur.

Jos de Wit (1954) Herinneringen van een tomatenkweker. Manteau, 160 blz. 32,90 gulden. Verbitterde oude man die aan kanker lijdt, haalt herinneringen op. De Wit debuteerde in 1997 met de verhalenbundel Grensbewoners die de ASLK-prijs kreeg.