Alle bamboe is sterfelijk

Iedere kweker kent de bamboe-belangstellingscyclus: de belangstelling voor bamboe als tuinplant verloopt volgens een vaststaand patroon. Fase 1: De interesse in bamboe neemt toe, aangeblazen door tuinarchitecten, groenschrijvers en trendsetters. Fase 2: Ook Jan-met-de-pet plant eens een polletje bamboe, om zijn tuin een exotisch tintje te geven. Fase 3: Een bepaalde soort bamboe begint overal, van Tokio tot Ter Apel, te bloeien en sterft vervolgens af. Radeloze consumenten, die zojuist een bamboehaag hebben geplant en niet zelden ƒ50 per plant hebben betaald, wenden zich tot kwekers die meestal doen alsof hun neus bloedt. Of het verschijnsel van de bamboesterfte als een wonder der natuur, dan wel een gril van het Opperwezen verklaren. Fase 4: de gedupeerde tuinier zweert om nooit meer bamboe in zijn tuin te planten en droomt ervan om alle kwekerijen in het geniep 's nachts met het verdelgingsmiddel Roundup te bespuiten, maar na een aantal jaren is zijn woede gesleten en wordt zijn belangstelling toch weer gewekt. We zijn terug bij Fase 1.

Hoe zit dat nu eigenlijk met die mysterieuze bamboebloei? Er is niet zo veel mysterieus aan. Net zoals je éénjarige en tweejarige planten hebt, heb je ook vijfentwintig-, vijftig- en honderdjarige planten. De bamboe die de afgelopen jaren voor zoveel opschudding heeft gezorgd door overal ter wereld te bloeien en te sterven, Fargesia murielae, was aan het einde van zijn ongeveer honderdjarige levenscyclus. De ingebouwde wekker liep af. Wie zo slim was om het zaad van deze bamboe te oogsten en het vervolgens te zaaien, heeft nu jonge planten en kan daarmee weer honderd jaar vooruit. Wie geen zaad geoogst heeft en toch dezelfde bamboe weer terug wil, kan de nieuwe generatie van Fargesia murielae kopen bij kwekers die de zaailingen in hun assortiment voeren. `Simba' is de naam van de meest verhandelde kloon, `Jumbo' is een andere.

Niet alleen de belangstelling voor bamboe vertoont een cyclisch patroon - soms blijkt ook de journalist zichzelf te herhalen. Terwijl ik het bovenstaande schreef, kreeg ik allengs een gevoel van déjà entendu en na enig zoeken in een oud plakboek kwam ik een artikel tegen dat ik in 1983 schreef voor een bijvoegsel van deze krant. Toen bloeide overal de Bambusa metake, die inmiddels van naam is veranderd en nu Pseudosasa japonica heet. Dat was die lelijke bamboe die je - waarschijnlijk uit nostalgie - vaak zag aangeplant in tuinen van mensen die lang in Indië hadden gewoond. Met jeugdige overmoed gaf ik toen een paar regels:

1. De bloei van de bamboe verloopt onregelmatig en kan over tientallen jaren gespreid verlopen.

2. Indien een soort bloeit, bloeit deze overal ter wereld tegelijk, ongeacht het tijdstip van planten.

3. Na gebloeid te hebben, gaat de plant dood.

Nu - bijna twintig jaar later - kan ik deze stellingen nuanceren. Niet elke soort gaat na de bloei onherroepelijk dood. Vooral de lage, onkruidachtige, uitlopervormende soorten willen nog wel eens het leven houden. Niet dat we daarmee gebaat zijn, want deze zijn, vanuit tuinoogpunt bezien, nauwelijks interessant. Ook is de mortaliteit niet altijd 100 procent. Er zijn soorten die voor een deel afsterven, maar ook gedeeltelijk in leven blijven. Dit zijn vaak de minder decoratieve soorten. Zodat ik aan de drie bovengenoemde regels nu nog een vierde kan toevoegen:

4. Hoe sierlijker en kostbaarder de bamboe, hoe groter de kans op een wisse dood.

Is het feit dat een bamboe sterfelijk blijkt nu een reden om hem niet in de tuin te planten? Nee, natuurlijk niet, alle planten zijn sterfelijk. Alle tuiniers trouwens ook. Wie er per se van verzekerd wil zijn dat zijn bamboe lang meegaat, moet ervoor zorgen dat hij geen soort aanschaft die tegen het einde van zijn levenscyclus loopt. Dat doet hij door bij een betrouwbare bamboekweker te kopen en niet bij een tuincentrum met een vakantiewerker achter de kassa.

Niet alleen de levenscyclus van de bamboe is een punt van overweging. Ook de neiging tot woekeren van sommige soorten moet met de leverancier bespreekbaar zijn, of de onhebbelijke gewoonte van bepaalde bamboes (vooral uit het geslacht Phyllostachys) om met hun jonge groeischeuten allerlei materialen, waaronder vijverfolie, te perforeren. Ten slotte is het misschien handig om te weten dat een haag van bamboe weliswaar decoratief is, maar na een regenbui enkele meters uit het lood kan hangen, waardoor een groot stuk van de tuin niet meer droog te bereiken is.

Bezinning is geboden voordat u bamboe plant: Is de plant, als hij niet bevalt, weer te verwijderen? Past hij wel in ons poldermodel? En beseffen we dat de bamboe er in het voorjaar en in de vroege zomer, als alle planten fris en groen zijn, er als enige nogal haveloos bij staat?

Een betrouwbare leverancier is Bamboekwekerij Kimmei, Zandbergstraat 14, 5555 LB Valkenswaard. Tel. 040-2014371. Openingstijden: elke vrijdag en zaterdag van 10-17u. In de winter en op zon- en feestdagen gesloten. Bel voor de zekerheid op, voordat u afreist naar Valkenswaard.

Verkoop van planten, boeken en bamboeproducten en een imposant bamboepark vindt u bij het Bamboe Informatiecentrum Nederland, Dorpsweg 125, 1697 KJ Schellinkhout. Tel. 0229-501309.

Openingstijden: wo t/m za 10-17u; van maart t/m mei ook 's zondags van 12-16u30. Van 15 dec t/m 31 jan gesloten.