`Zinnen zijn meer dan woorden'

Voor zijn debuutroman `Memoirs of a Geisha' verdiepte de Amerikaanse schrijver Arthur Golden zich in een exclusief Japans verschijnsel. ,,Ik wist dat een geisha geen prostituee was. Maar ook mijn beeld klopte niet'', zegt hij.

Japanners hebben graag het idee dat geen buitenlander hun cultuur kan begrijpen. De westerling in Japan, die zich op het vliegveld bij Tokio al moest vervoegen onder het bordje `Aliens', hoeft bijvoorbeeld niet te proberen een woordje Japans te spreken. Het antwoord zal doorgaans toch in het Engels worden gegeven - Japans is voor de Japanners. Des te gewaagder was daarom de onderneming van de Amerikaan Arthur Golden: hij schreef een roman over een exclusief Japans fenomeen, de wereld van de geisha.

Geisha's worden buiten Japan gezien als sjieke prostituees, maar de werkelijkheid is gecompliceerder, zoals blijkt uit Goldens prachtig geslaagde debuut Memoirs of a Geisha (1997). De geisha (gei is `kunst', sha is `persoon') is een kunstzinnig onderlegde gezelschapsdame, die onder strikte voorwaarden ook beschikbaar is voor seksuele relaties met een vaste minnaar die haar onderhoudt (haar danna). De meisjes die uitgroeien tot geisha werden vroeger niet zelden door hun armlastige ouders verkocht aan een geisha-huis. Daar waren ze eerst meid, dan leerling-geisha, en ten slotte zelfstandig gezelschapsdame.

De als kunsthistoricus in Japanse kunst gespecialiseerde Arthur Golden kwam op het idee van de geisha als onderwerp, toen hij in Tokio bij een tijdschrift werkte. Golden, nu in Nederland voor een lezing, vertelt: ,,Ik hoorde van het fenomeen door mijn baas die een buitenechtelijke zoon was van een geisha en een bekende zakenman. Terug in Amerika ben ik er allerlei boeken over gaan lezen.''

In Memoirs of a Geisha blikt de oudere geisha Sayuri terug op haar leven. Het grootste deel van de geschiedenis, verteld met de stem van het opgroeiende meisje, speelt in het vooroorlogse Kyoto. We leren alles over de finesses van de geisha-make up, de betekenis van de kimono, het hoofdkussen in de vorm van een houten blokje dat haar haardracht spaart. Maar meer dan een interessant antropologisch betoog is Memoirs of a Geisha een steeds weer met nieuwe intriges verrassende geschiedenis van een meisje dat haar onschuld verliest in Gion, de rosse buurt van Kyoto.

,,Ik heb het boek drie keer geschreven. Eerst had ik me alleen op boekenkennis gebaseerd. Na die versie heb ik in Kyoto een oudere geisha gevonden die zich door me wilde laten interviewen over alle details van haar leven. Zij heeft me ook meegenomen naar een make up-winkel, een pruikenmaker en een traditioneel theehuis.''

Ook Golden bleek een verkeerd idee te hebben van de functie van de geisha. ,,Ik wist dat de geisha geen prositituee was. Integendeel, ik zag ze als efemere, bovenaards mooie wezens, wier conversatie steeds verwijst naar poëzie. Maar ook dat klopte niet: mannen gaan niet naar geisha's omdat zich cultureel te laten verheffen, mannen gaan naar geisha's omdat ze fun zijn. Ze zijn onderhoudend, sprankelend, koket. En natuurlijk kunnen ze mooi dansen en spelen op de shamisen, het traditionele driesnarige instrument. Maar dat kun je gewoon zien als een negentiende-eeuwse gitaar waarmee ze volksliedjes speelt.''

De tweede versie van zijn boek vonden zijn vrienden `droog'. Golden trok zich nogmaals terug en produceerde nu een boek dat juist opvalt door de bloeiende taal. Bijna alle mededelingen zijn vervat in plastische beeldspraak of beschrijving. Net als in Japanse literatuur veel naar de natuur wordt verwezen, verwerkte ook Golden veel water, bomen, vogels en getijden in zijn metaforen. Zoals: `His face was very heavily creased, and into each crease he had tucked some worry or other, so that it wasn't really his own face any longer, but more like a tree that had nests of birds in all the branches.'

Volgens Arthur Golden moet de fictieschrijver een `dynamische taal' gebruiken. ,,Ieder woord, iedere zin moet je meer zeggen dan de woorden zelf. Als je bijvoorbeeld zegt `de man', dan gebeurt er niets in je hoofd, het blijft inert. Maar als je zegt `de man leunt met zijn gezicht tegen het raam', dan gebeurt er iets. Je zult denken aan een bepaald moment van de dag, aan hoe koud het glas voelt tegen je wang. Je bedenkt dat hij binnen is en niet buiten. Jij en ik zullen verschillende beelden hebben, maar dat geeft niet. Het gaat om de dynamiek.''

In Goldens boek onderbreekt Sayuri regelmatig het verhaal van haar jeugd om de lezer deelgenoot te maken van haar beschouwingen en overpeinzingen achteraf. Dat doorbreken van de chronologie is voor Golden ook een voorwaarde voor een interessant verhaal. ,,Ik ben een groot aanhanger van het verhaal, zoals je vindt in de negentiende-eeuwse literatuur. En dan bedoel ik vooral de structuur van het vertelde. Denk maar eens aan het voorbeeld van een diner waarbij de gastheer een van de gasten iets te lang aankijkt. Op zichzelf betekent dat niets. Maar het wordt angstaanjagend als je weet dat deze gast een affaire heeft met de gastvrouw.

,,Nu gaat het er voor mij als schrijver om in welke volgorde je die informatie geeft. Als ik eerst vertel hoe de gast schrikt van de blik van de gastheer en dan pas over de affaire, dan beantwoord ik met dat laatste de vraag die de lezer zich inmiddels had gesteld. Daarmee heeft de lezer een intellectuele voldoening; hij krijgt begrip. Als ik daarentegen zou beginnen met de affaire en daarna pas het dineetje laat plaatsvinden, dan wordt het een emotionele kwestie, de lezer leeft mee. Zo kun je zeggen dat chronologie op het gevoel speelt, en een doorbroken chronologie op het begrip.''

Nu Golden een week in Amsterdam is, doet hij research voor een volgend boek. Het verhaal zal gedeeltelijk in Nederland spelen. Ook in Memoirs of a Geisha gaf hij al blijk van een interesse in Holland. Het nep-voorwoord van de vertaler waarmee het boek opent, is geschreven door de Nederlandse nep-professor Jakob Haarhuis. Waarom Haarhuis? ,,Dat is een grapje voor insiders. De naam komt van de tennisser, en klinkt voor mij, heel toepasselijk, als `whorehouse'.''

Memoirs of a Geisha. Nederlandse vertalong uitgegeven door Anthos. Arthur Golden geeft woensdag 12 mei om 20 uur een door het John Adams Institute georganiseerde lezing in De Rode Hoed, Keizersgracht 100 in Amsterdam, woensdag 12 mei. Inlichtingen en reserveringen: 020-6247280.