VS moeten van China door het stof

De VS zetten alle zeilen bij om de relatie met China te redden. Die liet al te wensen over voordat NAVO-bommen de Chinese ambassade in Belgrado troffen.

De toch al complexe en uiterst gevoelige relatie tussen Washington en Peking is zwaar onder druk komen te staan door de onbedoelde NAVO-aanval op de Chinese ambassade in Belgrado en de felle anti-Amerikaanse betogingen daartegen in Peking.

Verbetering van de betrekkingen met China is al sinds Richard Nixon president was een van de belangrijkste doelstellingen van de Amerikaanse buitenlandse politiek. De regering-Clinton zegt te streven naar een ,,strategisch partnerschap'' met China. Maar al vóór de huidige crisis was duidelijk dat de steun voor dat beleid afkalft. Vooral in het Congres bestaan grote aarzelingen over de toenadering die Clinton en zijn ambtsgenoot Jiang Zemin nastreven.

De voltreffer op de Chinese ambassade in Belgrado maakt die toenadering nog moeilijker. Clinton ziet zich nu voor de zware taak geplaatst om de heftige Chinese verontwaardiging te sussen, zonder zijn critici in eigen land in de kaart te spelen die zeggen dat hij zich niet hard genoeg tegenover China opstelt.

De eerste zorg voor de regering-Clinton was de afgelopen dagen om de Chinezen te verzekeren dat de aanval geen opzettelijke actie tegen China was. In een ongebruikelijk diplomatiek gebaar bezocht minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright zaterdag omstreeks middernacht de Chinese ambassadeur in Washington, Li Zhaoxing, om haar spijt te betuigen en hem uit te leggen dat een vergissing bij de voorbereiding van het bombardement de oorzaak was.

Ook president Clinton heeft zijn verontschuldigingen aangeboden - gisteren al voor de derde keer sinds de Chinese ambassade in Belgrado vrijdagnacht getroffen werd. ,,Nogmaals wil ik het Chinese volk en de leiders van China zeggen dat ik mij verontschuldig'', zei Clinton, deze keer voor de televisiecamera's. ,,Ik betreur dit.'' Maar, voegde hij eraan toe, ,,ik denk dat het heel belangrijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen een tragische fout en een welbewuste daad van etnische zuivering.''

Voor de Chinese regering is dat nog niet genoeg. Gevraagd waarom hij gelooft dat de Amerikanen het willens en wetens op de Chinese ambassade in Belgrado hadden gemunt, antwoordde ambassadeur Li Zhaoxing gisteravond in een Amerikaans tv-programma dat geen serieus mens kan geloven ,,dat dit domweg een fout was''. Peking wacht nog op een oprechtere verontschuldiging, maakte hij ook duidelijk. ,,Het is onvoldoende om sorry te zeggen en meteen over te gaan tot de orde van de dag.''

De toon van de officiële Chinese reacties is onverzoenlijk, maar daarvan zal niemand in Washington hebben opgekeken. ,,Bedenk alleen maar eens wat de Verenigde Staten hadden gedaan in de ongekeerde situatie'', zei Leslie Gelb, de voorzitter van de denktank Council on Foreign Relations. Ook het Chinese besluit om onder meer diplomatiek overleg over mensenrechten en wapenbeheersing op te schorten, is niet een gebaar dat op lange termijn fnuikend is voor de betrekkingen met de Amerikanen.

Wat in Washington tot nog toe de grootste ergernis heeft gewekt, is dat de Chinese autoriteiten de demonstranten die de Amerikaanse ambassade in Peking belaagden hun gang lieten gaan, of wellicht zelfs hadden opgeruid. Op de voorpagina van The New York Times stond gisteren een veelzeggende foto van een Chinese zakenman die een steen naar de ambassade gooit, terwijl een kordon agenten niets anders doet dan toekijken. Dergelijke beelden zijn koren op de molen van de anti-China-lobby in het Congres.

Vooral in conservatieve kringen in Amerika wordt China na het wegvallen van de Sovjet-Unie gezien als de nieuwe, grote tegenstander – op politiek, militair en economisch gebied. Een voormalig Congreslid van de Republikeinen ging zaterdag zelfs zover om op de televisie strijdlustig te verklaren: ,,Eindelijk hebben we een echte vijand gebombardeerd.''

De kritiek op nauwere banden met China komt voort uit verschillende motieven. Volgens recente nieuwsberichten heeft China via een spion in de nucleaire laboratoria in Los Alamos belangrijke informatie over de bouw van Amerikaanse kernwapens ontvreemd. Hoewel de zaak nog lang niet duidelijk is, heerst er in het Congres al grote woede over.

Ook de ontdekking dat Chinese geldschieters in 1996 hebben bijgedragen aan de verkiezingscampagne van Clinton, heeft in het Congres kwaad bloed gezet. Het enorme Amerikaanse handelstekort met China is een bron van economische zorg. En de Chinese schendingen van de mensenrechten, die volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken het afgelopen jaar weer zijn toegenomen, zouden volgens politici van links en rechts reden moeten zijn om de banden voorlopig niet verder aan te halen.

Tegen deze gepolariseerde achtergrond deinsde Clinton vorige maand terug voor een handelsakkoord met Peking, dat de weg had kunnen banen voor toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De Chinese premier Zhu Rongji kwam in april naar Washington met veel meer handelspolitieke concessies dan de Amerikanen hadden verwacht. Dat de Amerikaanse regering desondanks geen akkoord wilde tekenen, stelde hem bitter teleur. Deze week had een Amerikaanse onderhandelaar naar Peking zullen reizen om het akkoord alsnog dichterbij te brengen, maar dat bezoek is nu afgeblazen.

Tien jaar geleden raakten de Chinees-Amerikaanse betrekkingen ook plotseling in een fase van verkilling, door het bloedige optreden van het Chinese leger tegen de demonstranten op het Plein van de Hemelse Vrede. Toen was het de Amerikáánse publieke opinie die in grote verontwaardiging ontstak. President Bush veroordeelde de Chinese leiders in het openbaar scherp en legde het regime sancties op. Maar om de toenadering op de lange termijn veilig te stellen, stuurde hij in het diepste geheim zijn veiligheidsadviseur Brent Scowcroft naar Peking, om de betrekkingen achter gesloten deuren alvast weer te herstellen.

Ook nu zijn er tekenen dat achter de openlijk beleden verontwaardiging nog altijd de wens tot toenadering schuil gaat. De Chinezen eisen op hoge toon een extra verontschuldiging, en een diepgaand onderzoek naar de ware toedracht van het bombardement van hun ambassade. Die laatste eis kan nauwelijks een probleem zijn voor de Amerikanen, zo'n onderzoek is immers al in gang gezet. En nog een spijtbetuiging zal ook niet onoverkomelijk zijn voor een president met verontschuldigingen het afgelopen jaar als geen ander ervaring heeft opgedaan.