Vier mei is een aflaat voor het eigen falen

Waarom, zo vraagt Anna Visser zich af, staat 4 mei steeds minder in het teken van `ons' en is het verworden tot een oproep om in solidariteit alle slachtoffers van racisme en fascisme waar ook ter wereld te herdenken (NRC Handelsblad, 6 mei).

Al op de eerste herdenkingsdag in '46 was het een ritueel dat bol stond van hypocrisie en ontkenning. Als kind werd je 's ochtends op school onderwezen in de heldendaden van `het' verzet. Vervolgens marcheerde je in rotten van twee met een narcis in het knuistje naar het nabije verzetsmonument, waar de fleurige bloemendeken geflankeerd werd door twee grimmige helden in blauwe overall en met nephelm en stengun. De middag was schoolvrij. Hoera!

Nederland was overgegaan tot de orde van de dag, de rokende schoorstenen van de wederopbouw en het heldhaftig boycotten van winkeliers die `fout' waren geweest in onze oorlog.

Het is nooit goed gekomen met dit herdenken.

Het is een jaarlijkse aflaat voor het eigen falen, voor alles wat we toentertijd `niet' hebben gedaan. Dat is behoorlijk gênant en dus ligt het voor een gidsland als het onze voor de hand om Kosovo te adopteren als vervanger van het eigen tekort.