Kogelgaten

Er is deze eeuw in veel Europese steden gevochten, en elke stad gaat anders om met zijn kogelgaten. In het voormalige Oost-Berlijn kun je ze bijvoorbeeld nog overal vinden, vooral rondom raamopeningen en portieken. `A', weet je dan, `daar zat in '45 een lastige scherpschutter.' In Barcelona is het precies omgekeerd. Wat is al die oorlog hier netjes weggepolijst!.

Neem bijvoorbeeld het Telefoongebouw aan de Plaça de Catalunya, vroeger het centrum van alle communicatie. Geen gat te bekennen. Toch is er bij de Franco-opstand hevig om gevochten, en nog geen jaar later opnieuw, tussen de anarchisten en de communisten. De anarchisten vormden in Spanje, in tegenstelling tot de rest van Europa, vanouds de machtigste beweging van arme arbeiders en verbitterde boeren. Zodra rechts hier was verslagen, brachten ze een zelfbestuur in de praktijk en lieten duizend collectieven bloeien. Bazen en priesters werden met grote willekeur vermoord, kerken in brand gestoken, dode nonnen uit de graven gesleurd. In `hun' Telefoongebouw luisterden ze alle telefoongesprekken af, en censureerden wat niet beviel.

Dat werd te gek. Toen de anarchisten weigerden om het gebouw uit handen te geven, kwam het midden in de Burgeroorlog tot felle straatgevechten met de andere Republikeinen. Ten slotte beval hun eigen minister Montseney in een radiotoespraak om de strijd te staken. De plaatselijke anarchisten waren razend, `ze trokken hun pistolen en schoten de radio aan flarden', aldus een ooggetuige.

Soms denk ik: links heeft de Burgeroorlog meer verloren dan rechts hem ooit gewonnen heeft.