In de windtunnel op zoek naar de ideale houding

Op enige afstand van de Franse dopingjacht rijden de wielrenners van Rabobank deze week op een rollerbank in de Noordoost- polder. Aerodynamica is heilig in de windtunnel van Marknesse. Maar de ideale zit bestaat niet.

De Amerikaan Greg Lemond won de Tour de France in 1989 met acht seconden voorsprong op de Fransman Laurent Fignon. Lemond reed de afsluitende tijdrit met een pothelm en een triatlonstuur. Fignon reed met ouderwets materiaal. Lemond was zwaar gehandicapt na een jachtongeluk; hij fietste met 34 hagelkorrels in zijn lijf. Fignon was licht gehandicapt vanwege zijn lange paardenstaart en een ontstoken teelbal. Het verschil van acht seconden was te danken aan Lemonds vernieuwingsdrift. ,,Greg was zijn tijd ver vooruit'', zegt zijn Amerikaanse begeleider John Cobb. ,,Greg zou die Tour onder normale omstandigheden nooit hebben gewonnen'', zegt zijn Nederlandse begeleider Adrie van Diemen.

Bijna tien jaar na de revolutionaire tijdrit van Lemond doen zes renners van Rabobank testen in een windtunnel. Ze rijden enkele uren op een rollerbank. Ze rijden met wind mee, wind tegen of met zijwaartse wind. Ze rijden met de armen gebogen of gestrekt. Ze rijden met het hoofd naar beneden of naar voren gericht. Ze rijden met open of dichte wielen. Ze rijden zonder helm, met een gewone helm of met een pothelm. Kortom: ze zijn op zoek naar de ideale houding en de ideale uitrusting. ,,Het is ook een mentale kwestie'', benadrukt tijdritspecialist Erik Dekker. Wielrenners zijn gevoelig én bijgelovig. Dekker is een echte wielrenner.

De testen in de windtunnel van Marknesse worden geleid door de Amerikaanse fietsenverkoper Cobb en de Nederlandse inspanningsfysioloog Van Diemen. De begeleiders van Lemond hebben elkaar na tien jaar weer gevonden. Van Diemen heeft Cobb uitgenodigd om zijn specifieke kennis over te dragen op de Nederlandse wielrenners. Cobb is adviseur van Amerikaanse triatleten en hij begeleidde de olympische wielerploeg naar de Spelen in Atlanta. Van Diemen is op huurbasis werkzaam bij Rabobank. Hij helpt de junioren, de amateurs en de professionals aan individuele trainingsprogramma's. Hij doceert hen in bewegingsleer. Hij krijgt steeds meer respons.

,,Vroeger stuitte ik op veel verzet'', herinnert Van Diemen zijn eerste dienstjaren. ,,Vergeet niet dat de wielersport alle kenmerken vertoont van een subcultuur. Er heerst scepsis tegenover de gevaarlijke buitenwereld. Maar de laatste jaren is er veel verbeterd. De renners zijn beter geschoold en stellen slimmere vragen. En deze sponsor is gelukkig bereid in de lange termijn te investeren. De meeste sponsors willen meteen resultaat zien, omdat ze na een paar jaar de geldkraan dichtdraaien.''

Volgens Cobb lopen de Europeaanse sporters op wetenschappelijk gebied achter bij de Amerikaanse en Australische sporters. Maar de Europeanen zijn beter georganiseerd, verwijst Cobb naar de professionale structuur van Rabobank. Over de invloed van de commercie heeft hij een heldere mening. ,,De ontwerpers bepalen niet welk materiaal het beste is, maar welk materiaal het beste verkoopt. Waarom komen de ontwerpers nooit kijken bij onze windtunnelproeven? Dan kunnen ze zien dat de hoofddeksels in de wielersport niet bepaald aerodynamisch zijn. Hoe kun je nu een helm met gaten ontwerpen? I don't believe it.''

Cobb en Van Diemen benadrukken dat elke coureur zijn eigen wensen en zijn eigen klachten heeft. Wat voor de ene renner goed uitpakt, kan voor de andere renner faliekant verkeerd uitpakken. Daarom heeft Michael Boogerd weinig baat bij de gegevens over Maarten den Bakker. Iedere renner heeft zijn eigen lichaamsbouw die een apart houding op de fiets vereist. De Spanjaard Miguel Indurain, in 1994 houder van het werelduurrecord, zat niet aerodynamisch op zijn fiets. Maar met zijn hoge zit kon hij extreem veel spierkracht bundelen. De Brit Chris Boardman, houder van het werelduurrecord, is juist gebaat bij een diepe zit. ,,Aan de aerodynamica van Boardman is niet veel te verbeteren'', weet Van Diemen.

De theoretische beginselen worden deze middag keurig in de praktijk gebracht. Zo moet Erik Dekker zijn lichaam meer voorover buigen. ,,Ik doe wat de meester opdraagt'', zegt de monteurszoon uit Hoogeveen. Zijn collega Maarten den Bakker moet zijn armen meer strekken. ,,Alle kleine beetjes helpen'', zegt de boerenzoon uit Abbebroek.

Op advies van de wetenschappers sleutelen de mecaniciens van Rabobank voortdurend aan het materiaal. De windtunnel in Marknesse oogt futuristisch, maar zonder zaag en hamer kan er niet gewerkt worden. Ploegarts Geert Leinders toont zich een snelle leerling. Hij geeft uitleg over de verschillende curves op het computerscherm. Ploegleider Adri van Houwelingen kijkt intussen met een timmersmansoog naar de stand van de voorvork en de hoek van de zadelpen.

,,Toch heeft een fiets nog steeds twee wielen'', relativeert Van Houwelingen de invloed van de aerodynamica. ,,Net zoals een auto sinds honderd jaar met vier wielen is uitgerust.'' Van Houwelingen ontkent dat de wielersport een traditioneel bolwerk is, gespeend van vernieuwingsdrift. ,,Niet de renners of de ploegleiders, maar de bestuurders houden innovatie tegen. Zij willen dat de fiets betaalbaar blijft. Zij willen gelijke kansen voor een Nederlandse beroepsrenner en een Albanese beginneling. Doodzonde, als je het mij vraagt.''