Hulpverleners VN nieuwe elite van Macedonië

De hulpverleners van de UNHCR vormen de nieuwe elite in Macedonië. Wie van de Kosovaren buiten hun boot valt valt buiten elke boot.

Waar is de UNHCR? Hasan Ismaili tracht al langer dan twee weken contact te krijgen met een staflid van de vluchtelingenorganisatie van de VN in Skopje. ,,Ik bel iedere dag, maar de persoon die mij zou moeten helpen is er nooit en niemand weet om wie het gaat'', zegt Ismaili. Hij lacht een beetje schutterig en kijkt uit het autoraam. ,,Het interessert ze waarschijnlijk niks'', klinkt het verbitterd.

Ismaili is directeur van Raduša 1, een bijzonder vluchtelingenkamp, verborgen in de heuvels op een half uur rijden van Skopje. Na een rondleiding door het kamp rijdt hij mee terug naar de hoofdstad van Macedonië. De directeur kan zich van 400 mark per maand geen auto veroorloven en de bus rijdt onregelmatig. Desondanks is Ismaili iedere dag in zijn kantoortje te vinden.

Raduša 1 is een met Duitse steun gebouwd barakkenkamp, waar tot voor kort alleen nog 150 vluchtelingen uit Srebrenica in Bosnië woonden. Enkele kilometers verderop ligt Raduša 2, een tentenkamp dat begin april werd ingericht voor de vluchtelingen uit Kosovo. De Bosniërs verblijven al sinds 1994 in Raduša 1. Ze waren al vertrokken uit het oorlogsgebied voordat de enclave, bewaakt door Nederlandse blauwhelmen, in juli 1995 door de Bosnisch-Servische troepen van Ratko Mladic werd bezet. In de loop van de tijd konden ruim 500 lotgenoten terugkeren naar Bosnië. Ismaili en de regering van Macedonië waren bezig ook de terugkeer voor de laatste 150 te regelen, toen de Kosovo-crisis uitbrak.

,,Het probleem is dat de huizen van deze vluchtelingen in Bosnië door Servische gezinnen worden bewoond. Er werd hard aan gewerkt om deze mensen nog voor de zomer terug te laten keren, maar de oorlog heeft alles weer op losse schroeven gezet'', zegt de kampdirecteur berustend. Sinds een paar weken heeft hij er een serieus probleem bij door de komst van 350 vluchtelingen uit Kosovo. ,,Gedropt door de UNHCR, die er verder niet meer naar om lijkt te kijken'' , zegt Ismaili.

Alles in zijn kantoor en ook de kleding die hij draagt, oogt tweedehands. Hij zit achter een wankel bureautje van sinaasappelkistenhout, de boord van zijn shirt is rafelig, de stropdas te kort, de broek is al aan het vervilten. Het doet allemaal niks af aan zijn waardigheid en zijn gezag onder de vluchtelingen is groot, zoals onder meer blijkt uit de manier waarop ze hem om raad vragen. Het kamp oogt opgeruimd, het uitdelen van het (warme) middageten verloopt ordelijk.

De hele entourage staat mijlenver af van wat de nieuwe elite van internationale hulpverleners in Macedonië laat zien. De behuizingen van de internationale hulpverleners van de UNHCR of de OVSE in Skopje staan in de betere buitenwijken. Naast de vrijstaande woningen zijn voor de medewerkers complete verdiepingen van eersteklas hotels als Alexander Palace, Grand of Intercontinental als kantoorruimte ingericht. De duurste wagens op de parkeerterreinen daar zijn meestal de witte of oranje Patrolcars van deze organisaties.

In de afgelopen maand is forse kritiek geuit op met name de UNHCR, die telkens weer niet berekend bleek op de komst van duizenden nieuwe vluchtelingen. Bij het op gang komen van massale, gedwongen uittocht uit Kosovo nam de OVSE zelfs het voortouw. En bij het modderkamp Blace waren het de lokale vrijwilligers van de moslimorganisatie El Hilal die voedsel en beschermende zeiltjes uitdeelden.

Dat alles dwingt UNHCR-woordvoerder Paula Ghedini niet tot bescheidenheid. Als een mediaster, perfect opgemaakt en zorgvuldig gekamd, laat deze woordvoerder zich filmen tussen de tenten om te vertellen waarom iets alweer niet is gelukt. Inmiddels heeft haar organisatie de eigen standaardnormen voor de opvang van vluchtelingen (zoals minimum aantal vierkante meters) al los moeten laten en is men door anderen hiertoe gedwongen ook al afgestapt van het principe van opvang in de eigen regio. Tot nu toe zijn al bijna 15.000 mensen uit Kosovo naar Europese landen gevlogen.

De meest recente mislukking was het openluchtkamp bij Cegrane, waar de UNHCR duizenden `nieuwkomers` uit Kosovo naar toe liet brengen omdat de eerder geopende kampen al overvol waren. Kleinere particuliere hulporganisaties, maar ook niet-gouvernementele clubs als Artsen zonder Grenzen, waren van mening dat de hulporganisatie van de VN beter en eerder had moeten anticiperen op de redelijk nauwkeurig te voorspellen ontwikkelingen. Pas na meer dan een week verschenen in Cegrane de eerste tenten, maar nog altijd slaapt een deel van de vluchtelingen in de open lucht. Sanitaire voorzieningen zijn er niet of nauwelijks, er verblijven grote groepen die zich tien dagen of langer niet hebben kunnen wassen. Macedonië's premier Georgievski leverde vorige week bij een bezoek aan Cegrane felle kritiek op de aanpak van de UNHCR. ,,Dit kamp is gebouwd en betaald door Macedonische ondernemingen. De UNHCR heeft er nog geen cent aan bijgedragen'', hield hij journalisten voor.

In het barakkenkamp van Hasan Ismaili verliepen de dagen tot halverwege deze maand betrekkelijk rustig. De komst van 350 Albanese families bezorgt hem evenwel problemen en hij kan ze niet alleen oplossen. ,,Alle spullen, zoals eten en kleding, gaan naar het tentenkamp verderop omdat daar officieel de UNHCR zit. Wij krijgen niets en als ik naar het andere kamp ga om ons deel te vragen, is er nooit iemand van de UNHCR te vinden'', aldus Ismaili. De nieuwe vluchtelingen in Raduša 1 hebben volgens hem uitsluitend te eten kunnen krijgen omdat de Bulgaarse koks in staat bleken om creatief met de voedselvoorraad om te gaan en bereid waren om ook voor de Albanezen te koken.

Ismaili hekelt de onverschilligheid waarmee de internationale hulpverleners te werk gaan: ,,De groep uit Kosovo is hier zonder overleg ondergebracht, er is geen enkele begeleiding.'' Het gevolg is, schetst de kampdirecteur, dat de politie enkele malen per week een uit de hand gelopen ruzie moet komen sussen. De Bosnische families menen de oudste rechten te hebben. Zij delen dan ook met drie personen een `appartement`, de Albanezen zitten met hun achten in een kamer. De directeur heeft er in zijn eentje niets tegen kunnen doen, maar acht de confrontatie daarover onontkoombaar.

In een buitenwijk van Skopje passeren twee grote witte jeeps van de UNHCR onze taxi. Even bespreken we de mogelijkheid hen tot staan te brengen en de hulpverleners te vragen wie van hun collega's verantwoordelijk is voor de gang van zaken in Raduša 1. Nee schuddend stapt Ismaili uit, geeft een hand en zegt: ,,Ze zullen niet weten waar het over gaat''.