Even ruisen de bomen

Het Oudekerksplein op de Amsterdamse wallen is van de hoeren en de hoerenlopers. De naden tussen de kinderkopjes op het plein zijn gevuld met glasscherven, sigarettenpeuken en condooms. Schreeuwende mannen verplaatsen zich in groepen van hoerenraam naar hoerenraam. Junkies en dealers verrichten er hun schichtige handeltjes. Straatzangers leuren met hun liedjes langs de terrassen.

Maar op zondagmorgen is alles anders. Dan herovert het kerkvolk, al is het ook maar voor even, het Oudekerksplein. Om half tien 's morgens zijn het nog groepjes nachtbrakers die pissend en schreeuwend het plein domineren. Alsof het afgesproken werk is komt een half uur later het wagentje van de gemeentereiniging langs en spuit alle hoeken en gaten van het plein schoon.

Om half elf beginnen de klokken voor de eerste keer te beieren. Bim-bam. Eerst licht en luchtig, maar al na een minuut komt er een zware bas doorheen.

Opeens loopt er een ander soort mensen op het plein. De glimmende trainingspakken en omgekeerde baseballpetjes worden vervangen door mannen in keurige pakken met stropdas en onopgemaakte vrouwen op platte schoenen en met rokken van decente lengte. Eerst is de stroom nog dun, maar tegen elf uur haasten zich hele groepen naar de poort van de kerk.

De meeste kerkgangers komen lopend of op de fiets. Waar net nog mannen stonden te urineren, staan nu keurig onderhouden fietsen tegen het hek.

Dan breekt de grote stilte aan op het Oudekerksplein. Bijna twee uur lang is het ruisen van de bomen te horen. Een enkele toerist, een vroege vogel is al wat er te zien is. Om kwart voor één breken de kerkdeuren open en verzamelt zich op een mooie lentedag een grote groep kerkvolk op het plein. Pratende mensen overstemmen voor even alle andere stadsgeluiden. Na vijf, tien minuten gaat ieder zijns weegs en om een uur of een zijn de kerkgangers verdwenen.

Dan is het Oudekerksplein weer een week lang voor de hoeren en de hoerenlopers.