Een lek in de Trêveszaal

De Volkskrant onthulde vorige week een opstandje in het kabinet-Kok tegen de NAVO-luchtaanvallen op Joegoslavië, dat werd toegeschreven aan het niet alledaagse bondgenootschap van de PvdA-minister Pronk (VROM) en zijn VVD-collega Korthals (Justitie). Volgens de Volkskrant hadden die twee bewindslieden zich in de ministerraad van 26 maart tegen de NAVO-bombardementen uitgesproken en premier Kok verweten dat hij het kabinet voor een voldongen feit had geplaatst. Het besluit om de Nederlandse luchtmacht bij de aanvallen op Belgrado in te zetten was buiten het kabinet om genomen en slechts door drie ministers gefiatteerd, namelijk Kok, Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en De Grave (Defensie).

De informatie in De Volkskrant was niet afkomstig van de wekelijkse persconferentie van de minister-president. Daar worden nooit meer dan de ministerraadsbesluiten van die dag meegedeeld. Premier Kok wil die besluiten nog weleens parafraseren of met een nadere toelichting wat aankleden, maar verder dan een weergave van de besluitenlijst gaat hij niet. Over de manier waarop die besluiten tot stand zijn gekomen, over meningsverschillen of stemverhoudingen in de ministerraad laat hij niets los. Dat is conform staatsrechtelijk voorschrift. Krachtens het reglement van orde van de ministerraad zijn de beraadslagingen van de ministerraad geheim.

Dat wil niet zeggen dat tegenstellingen op belangrijke punten in Den Haag lang geheim blijven. Volgens de Volkskrant van 4 mei hadden Pronk en Korthals zich in een `heftige discussie' uitgesproken tegen de NAVO-bombardementen. Pronk had er volgens de Volkskrant voor gepleit om te blijven praten met de Joegoslavische president Miloševic en Korthals had zich er tegen verzet, omdat hij het een ongewis avontuur met grote risico's vond. Volgens dezelfde krant hadden de beide ministers premier Kok `gekapitteld' omdat deze het kabinet niet bijeen had geroepen voordat hij zijn goedkeuring aan de luchtaanvallen van de NAVO had verleend.

Gekapitteld? Hadden de ministers dat verwijt zelf naar buiten gebracht? Uit het bericht in de Volkskrant viel dat niet op te maken. Het was gebaseerd op een reconstructie die de krant van het bewuste kabinetsberaad had gemaakt. Pronk en Korthals vertelden daarin niet zelf dat ze bezwaar hadden aangetekend tegen de goedkeuring van de NAVO-luchtacties. De bron van die informatie waren naamloze informanten uit de omgeving van de ministerraad die hun woorden hadden opgevangen: from the horse's mouth, dan wel via via.

De route die zulke woorden doorgaans nemen om de buitenwereld te bereiken is wel bekend. Naar ambtelijke lekken hoeft de rijksrecherche niet te zoeken, want het is uiterst onwaarschijnlijk dat de bezwaren van Pronk en Korthals in de notulen van de ministerraad zijn vastgelegd. Van het besprokene onder punt 3 van de agenda (buitenlands beleid) wordt lang niet alles genotuleerd en zo dat al gebeurt, dan alleen in de bijzondere notulen die niet circuleren (en ambtenaren dus niet onder ogen komen). Het meest waarschijnlijk is dat Pronk in het periodieke contact tussen de PvdA en de geestverwante ministers (het PvdA-bewindsliedenoverleg) zijn positie heeft verklaard om zich tegenover NAVO-kritische partijgenoten in te dekken. In de PvdA krijgt zo'n spanning onmiddellijk veel reliëf en worden militaire acties eerder op linkse dan op gematigde bewindslieden verhaald. Even waarschijnlijk is dat Pronk via dezelfde weg de onverwachte steun van zijn liberale ambtgenoot Korthals heeft `meegenomen' om in het voorbijgaan diens positie vast te leggen.

Aan de goedkeuring die Nederland aan de luchtacties van de NAVO had gegeven was ministerieel overleg vooraf gegaan, maar geen overleg in de ministerraad. Enkele uren voordat de eerste jachtvliegtuigen van de NAVO op 24 maart de aanval op Belgrado inzetten, had Nederland bij monde van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) in een telefoongesprek aan secretaris-generaal Solana het groene licht gegeven. Van Aartsen belde met premier Kok en lichtte vervolgens zijn collega De Grave (Defensie) in. Gedrieën verbonden Kok, Van Aartsen en De Grave Nederland tot steun aan de operatie. Het lag voor de hand dat het contact met het militaire actiecentrum zich beperkte tot de dagelijks bij het NAVO-overleg betrokken ministeriële `strategische driehoek' (Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Defensie). Aan dat overleg was een procedurele voorwaarde verbonden geweest. In de ministerraad van de week daarvóór was overeengekomen dat de ministerraad tussentijds bijeengeroepen zou worden zodra de NAVO op Nederland een militair beroep zou doen. Of die afspraak onder de druk van de omstandigheden over het hoofd was gezien of opzettelijk was genegeerd is niet bekend, maar de ministerraad kwam er in elk geval niet aan te pas. Het kabinet had dus genoegzame gronden om zich gepasseerd te voelen. Of Pronk en Korthals al dan niet in de hun toegeschreven woorden daartegen hebben geprotesteerd is van minder belang dan het feit dat ministers menen gepasseerd te zijn.

Door op 26 maart instemming te betuigen met de NAVO-luchtacties heeft de ministerraad, inclusief Pronk en Korthals, het beleid van de ministers Kok, Van Aartsen en De Grave achteraf gelegitimeerd. Maar de vraag dringt zich op of de ministers van de `strategische driehoek' op 24 maart – dus voordat de ministerraad zich had uitgesproken – bevoegd waren het groene licht aan de NAVO te geven? Het kan zijn dat Pronk, die zwaar tilde aan het feit dat het kabinet gepasseerd werd, vooral twijfelde aan de wettigheid van het driehoeksbesluit. Het staatsrecht kent daar geen twijfel over. Bij de grondwetsherziening van 1983 heeft de grondwetgever zich op het standpunt gesteld dat onder regering in grondwettelijke zin ook de koning met één of enkele ministers kon worden verstaan. Regeringsbeleid is dus niet noodzakelijk beleid van alle ministers.