Adviescommissie: kunstopleidingen in zes clusters

De kunstopleidingen in Nederland moeten regionaal gaan samenwerken. Hiervoor moeten de zeventien kunstvakopleidingen worden samengevoegd in zes clusters. Elk cluster moet alle vormen van kunstonderwijs, zoals opleidingen voor beeldende kunst, conservatoria, dansacademies en lerarenopleidingen, bevatten. Zo zal het aanbod van opleidingen overzichtelijker worden voor studenten en de kwaliteit van de opleidingen toenemen.

Dat staat in het rapport `Beroep Kunstenaar' dat gisteren door de projectorganisatie Kunstonderwijs aan staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) werd aangeboden. De projectorganisatie werd door de vorige staatssecretaris Nuis in het leven geroepen omdat hij het niveau van de kunstopleidingen te laag achtte en vond dat opleidingen onvoldoende aansloten bij de beroepspraktijk.

De kunstonderwijsclusters moeten komen in Amsterdam/Alkmaar, Den Haag/Rotterdam, Zuid-Nederland, Noord-Nederland, Oost-Nederland en Utrecht. Volgens het rapport zou de eerste volledige cyclus van vierjarige opleidingen in het studiejaar 2004/2005 van start kunnen gaan. De clusters zouden regelmatig moeten overleggen met de beroepspraktijk, zodat ze hun onderwijs daarop kunnen afstemmen.

In een eerste reactie op het rapport zei Van der Ploeg de regionale clusters een waardevolle suggestie te vinden om te komen tot een ,,transparant'' aanbod van opleidingen.

Bovendien kunnen hogescholen zich zo ,,meer specialiseren en profileren op hun kwaliteiten'', aldus Van der Ploeg. Hij wil dat studenten flexibeler kunnen studeren en vakken van hun gading op verschillende opleidingen kunnen volgen.

Voorzitter F. Leijnse van de HBO-raad is positief over de samenwerking, maar vindt dat de opleidingen daartoe niet verplicht kunnen worden. ,,Samenwerking kun je niet van bovenaf opleggen.''