Voorlezen duurt 13,6 minuten

Ouders lezen hun kinderen gemiddeld 13,6 minuten per dag voor. Dit blijkt uit een onderzoek van het Nipo in opdracht van de stichting Lezen in het kader van Nationale Voorleesdag 1999 op 19 mei.

Meer dan de helft van de kinderen wordt elke dag voorgelezen. Het gemiddelde is 5,2 keer per week. Ruim eenderde van de kinderen (tot 12 jaar) krijgt niet regelmatig een verhaaltje voorgelezen. Dit laatste komt volgens het Nipo neer op zo'n 800.000 kinderen.

Hoewel negen van de tien ouders voorlezen `gewoon' of `erg belangrijk' noemen, blijven veel kinderen ervan verstoken. In de categorie 9 tot 12 jaar moet 60 procent zelf lezen. Daarentegen wordt 95 procent van de 3- tot 5-jarigen regelmatig voorgelezen.

Directeur Wiebenga van de stichting Lezen voelt zich door de uitkomsten van het onderzoek gesterkt om elk jaar de Nationale Voorleesdag te blijven organiseren. Buiten het feit dat voorlezen helpt bij het leren lezen en bij de ontwikkeling van het taalgevoel, zorgt het er ook voor dat kinderen plezier in het lezen hebben en houden, aldus Wiebenga.

Het is vooral de moeder die verhalen voorleest: driekwart van de kinderen luistert naar haar, een kwart naar vader. Hoe groter het gezin, des te vaker leest moeder voor.

Oudere kinderen worden minder, maar wel langer voorgelezen. Het meest (82 procent) gebeurt dat even voor het slapengaan. Alleen de allerjongsten worden ook veel op andere tijden voorgelezen.

De verhalen van Annie M.G. Schmidt zijn daarbij verreweg het populairst. Het meest wordt voorgelezen uit `Jip & Janneke', `Puk van de Petteflet' en `Pinkeltje . Op grote afstand van Schmidt zijn Dick Laan en Walt Disney favorieten, zo ontdekte het Nipo. (ANP)