Verdi's Macbeth bij Opera Zuid sinister en luguber

Eind februari klonk in het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof een nogal hartelijk applaus op na de premièrevoorstelling die Opera Zuid gaf van Haydns komedie Il mondo della luna in de stuitend platte, zelfs vunze regie van de Spanjaard Calixto Bieito. Daarna pas kwamen de publieke bezwaren, die ook al leefden bij het bestuur, en die half april leidden tot het ontslag van artistiek directeur Rennie Wright. Zelf was hij juist zeer tevreden over deze onbenullige Haydn.

Afgelopen zaterdagavond, bij de volgende Opera Zuid-première, kwam het anders zo dociele Maastrichtse publiek zelfs tot enig boe-geroep na afloop van Verdi's Macbeth in een nog door Rennie Wright georganiseerde, andermaal opmerkelijke regie. Die is ditmaal van de jonge Italiaan Giuseppe Frigeni. Rennie Wright zal niet meer, zoals het plan was, in het komende seizoen zelf Mozarts Così fan tutte regisseren. Maar terwijl wordt gezocht naar een opvolger én een nieuwe regisseur voor Così, is het publiek van Opera Zuid nog niet van hem af. Artistiek beleid in opera is lange termijnorganisatie en dat heeft Wright ook gedaan voor het komende seizoen, dat verder bestaat uit Janáceks De zaak Makropoulos en Bizets Carmen.

De Macbeth die Opera Zuid nu brengt is een even extreme voorstelling als Il mondo della luna, maar dan net aan de andere kant van de kwaliteitsscheidslijn. Frigeni heeft veel samengewerkt met Bob Wilson en een sterke stijlovereenkomst met de Amerikaanse theatermaker is zeker te bespeuren. Frigeni's aanpak is zó sober gestileerd, zó rechtlijnig, minimalistisch en abstract dat hij bijna de Mondriaan van de opera-enscenering lijkt.

Wat Frigeni doet is nauwelijks meer dan het met koor en solisten in kaart brengen van de macabere synopsis van Verdi's opera naar het psychologisch drama van Shakespeare. Duister en luguber is het lege decor met een Luxaflex-achtige achterwand en spoorrails met een plat wagonnetje voor de aanvoer van personages en de afvoer van de lijken. Koor en solisten bewegen zich in rechte lijnen, diagonalen en andere geometrische figuren – Frigeni is óók choreograaf. Van realisme en rekwisieten is vrijwel geen sprake, al zijn er wat stoelen en volvoeren de heksen, die Macbeth zijn koningschap voorspellen, een ritueel met schalen.

De aandacht gaat bijna uitsluitend naar de psychologie van de handeling, waarbij Lady Macbeth het noodlot op fatale wijze helpt door Macbeth aan te zetten tot moord na moord op zijn rivalen. En een spotlight valt op Verdi's muziek. Die geeft soms op fascinerende wijze uitdrukking aan het bovennatuurlijke, de hallucinaties, de tot bewusteloosheid leidende angst en de martelende wroeging. Maar Verdi lijkt zich op andere momenten niets aan te trekken van wat Frigeni hier laat zien. Rondom de pauze voert Frigeni zelf de sfeer van suspense extra op met de etherische klanken van het wrijven van heksenvingers over de kristallen glazen met bloedrode wijn.

De voorstelling spitst zich toe op de met bloed bezoedelde handen van Lady Macbeth, die ze in haar huiveringwekkende slaapwandelaria Una macchia è qui tuttora! niet meer kan schoonwassen. Al in de eerste scène waarin we Macbeth en Lady Macbeth samen zien, wordt Lady Macbeth gekarakteriseerd door die handen, waarvoor Frigeni een expressieve `choreografie' ontwierp. In koorscènes vermenigvuldigen zich die handen, zoals Frigeni wel meer in veelvoud brengt: de drie heksen en de zoon van Banquo. Uiteindelijk is er nauwelijks of geen onderscheid meer tussen heksen, de vrouwelijke koorleden en Lady Macbeth: met hun bezoedelde handen zijn ze allen even sinister.

Frigeni's extreem abstraherende bedoelingen zijn duidelijk en goed, maar de uitvoering is scènisch niet altijd consequent genoeg. Als het dan zó sober moet zijn, waarom dan toch nog die paar rekwisieten? Waarom die hoopjes grond op het slagveld, die zo de aandacht afleiden omdat men kijkt of de koorleden er niet op trappen? Frigeni's choreorafie voor het `bos van Birnam' dat Macbeth tenslotte zal verslaan heeft geen echte dreiging.

De première kwam in de orkestbak bij het Limburgs Symphonie onder leiding van chef-dirigent Junichi Hirokami moeizaam op gang maar groeide daarna goed uit, al bleven de vrouwelijke koorleden de hele voorstelling wankelend zingen. De Engelse Christine Bunning heeft niet de maximaal variabele expressie die men van een dramatische sopraan verwacht in de rol van Lady Macbeth. Maar soms bleek er juist een interessante spanning te ontstaan tussen haar bloeddorstige teksten en haar wat onschuldiger presentatie daarvan, culminerend in haar `blank' en technisch bewonderenswaardig gezongen slaapwandelscène.

Jacques Does is een goede Banquo en de titelrol is uitstekend bezet met de Macedonische bariton Boris Trajanov. Ook hier is de karakterisering van Macbeth niet geheel klassiek: hij is te zelfverzekerd om zich te laten sturen door zijn vrouw. Het echtpaar Macbeth is hier één in het kwaad.

Voorstelling: Macbeth van G. Giuseppe Verdi door Opera Zuid, Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Junichi Hirokami. Decors en kostuums: Lili Kendaka; regie: Giuseppe Frigeni. Gezien: 8/5 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Tournee t/m 8/6. Inl.: (043) 321 01 66.