Overname van bank kost pensioenfondsen 4,5 mld

De overname van de Nationale Investeringsbank (NIB) door de pensioenfondsen ABP en PGGM voor 4,5 miljard gulden gaat door. Dit bleek vanmorgen nadat de twee pensioenfondsen hun bod op de NIB hadden verhoogd en de grootaandeelhouders ING, ASR en Fortis, vervolgens akkoord gingen. ABP en PGGM schroefden het bod op met 1,13 euro tot 32,90 euro (72,50 gulden) per aandeel.

,,Wij hebben ons eerdere bod en de vraagprijs van de beleggers opgeteld en door twee gedeeld'', zei R. Munsters, directeur beleggingen van PGGM, vanochtend op een persconferentie tezamen met ABP. De pensioenfondsen hebben hun bod verhoogd omdat zij de drie opponerende beleggers ,,dicht genaderd'' waren. ,,Dan is het een simpele zaak'', aldus Munsters.

Directeur beleggingen J. Frijns van ABP geeft zichzelf een rapportcijfer 8 voor het biedingsproces. Kritiek dat de hele zaak een knullige indruk maakt, verwerpt hij. ,,Bij overnames als deze is de prijsvorming een publiek proces''. De pensioenfondsen hadden overeenstemming met de grootste aandeelhouder van de NIB, de overheid, maar vervolgens bleek er te weinig basis in de beleggerswereld voor het eerste bod. ,,In het licht van de gestegen waardering van de financiële waarden op de effectenbeurzen is de verhoging van het bod ook een verantwoorde stap'', aldus Frijns.

Met de acceptatie van het bod door de drie financiële partijen ING, ASR en Fortis komt een einde aan de slepende overnamekwestie. ABP (overheid, onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn) maakten eind vorig jaar bekend een bod te willen doen op de NIB, om de bank via een joint venture in de financiële activiteiten van de twee pensioenfondsen te incorporeren. De hoogte van dat bod (29,95 euro of 66 gulden per aandeel) bleek in april te stuiten op de weigering van drie grootaandeelhouders, die samen meer dan dertig procent van de aandelen houden. De drie vonden de prijs te laag in het licht van de inmiddels sterk gestegen koersen van financiële instellingen op de beurs.

Toen de termijn van het bod op 29 april sloot, bleek dat slechts 66,8 procent van de aandelen NIB was aangemeld. Voor ABP en PGGM was dat te weinig om effectieve controle over de NIB te kunnen uitoefenen. Zij streefden naar minstens 75 procent van de aandelen. Afgelopen woensdag is het bod verhoogd tot 70 gulden per aandeel. Maar ING en de twee andere grootaandeelhouders wilden 75 gulden. ING noemde vanochtend het verschil nu ,,dusdanig klein dat het strategisch belang'' het zwaarst weegt.