Narcissus op het voetbalveld

Bij voorkeur laat hij zijn shirt in stijl over zijn broek hangen, heeft hij zijn kousen hoog tot net onder de knieschijf opgetrokken en draagt hij zijn haren tot op de schouders. Gevoel voor stijl heeft hij als geen andere voetballer. Hij is de verpersoonlijking van voetbalelegantie. Zijn traptechniek en zijn bewegingen strelen het oog, zijn houding verraadt trots. Hij maakt reclame voor Renault, Nino Cerruti en l'Oréal. Een paar jaar geleden won hij de prijs voor het mooiste mannenkapsel. Niemand, behalve zijn vrouw en twee dochters, wist dat David Ginola zijn haar altijd zelf doet.

Ginola is de Narcissus onder de voetballers. Wanneer hij in de spiegel kijkt, hoopt hij een ijdele man te zien met groene ogen en donkerblonde haren. Wanneer hij zichzelf op de televisie ziet, geniet hij van zijn schijn- en schaarbewegingen. Wanneer hij de bal aan de voet heeft wordt hij overmand door flow, een optimale ervaring. Dan is zijn aandacht volledig op het doen gericht en wordt alles er omheen vergeten. Bij Ginola is het dan alsof hij zweeft en droomt dat iedereen deelgenoot wil zijn van zijn avontuur met de bal.

Al toen Ginola een jongetje van elf was, viel hij op door zijn magistrale manoeuvres. Hij had benen als stokbroden, maar voetbalde als een wonderkind. Op een toernooi in St.Raphael werd hij uitgeroepen tot de beste. Maar Ginola had ook andere interesses. Hij genoot van het strand van St.Tropez, waar hij een paar kilometer vandaan werd geboren. Hij genoot van het leven, autoracen, paardenrennen, literatuur en van zichzelf.

Grote clubs zagen hem wel voetballen, maar de trainers twijfelden aan zijn gevoel voor teamgeest. Hij was gewoon te mooi en te elegant – hij kon geen voetballer zijn. Toulon, Brest en Racing Paris werden zijn clubs. Totdat hij bij Paris St.Germain kwam en hij de Liberiaan Weah en de Braziliaan Raï vond. Meestal als linksbuiten, maar bij voorkeur zwervend bracht hij het volk van Parc des Princes in extase. Ginola had toen al de beste van de wereld moeten worden. Maar het stemvee van journalisten en trainers hield niet van Ginola's.

Natuurlijk werd hij gekozen voor het Franse elftal. Maar toen Ginola in de beslissende wedstrijd voor de kwalificatie voor het WK van 1994 in de slotfase de bal verloor aan een Bulgaar die vervolgens scoorde, viel `Nino' uit de gratie. Ginola trok naar Engeland, naar Newcastle United, waar coach Kevin Keegan hem in zijn armen sloot. Hij hoefde nauwelijks te trainen, hij kon golfen zoveel hij wilde als hij maar niet te snel in zijn raceauto's reed en in het weekeinde scoorde én showde. Dat deed Ginola, genietend van zijn talent.

Toen Keegan ging en Dalglish kwam, kwijnde Ginola weg. Geslotenheid en spontaniteit botsen nu eenmaal. Barcelona wilde hem, Valencia, Panathinaikos. Ginola ging naar Tottenham Hotspur. Nog altijd eigenzinnig lukte het hem niet de trainer voor zich te winnen. Ginola houdt van aanvallen, schaar- en schijnbewegingen, voor onmogelijk gehouden acties en avontuur. Als een artiest. Dat willen trainers niet begrijpen. Pas dit seizoen kreeg hij de kans zich te etaleren. Zowel journalisten als voetballers moesten hem wel tot de beste speler van de Premier League uitroepen.

Dat zo'n mooie voetballer nog kan bestaan tussen grijze muizen en meelopers. Ginola, 32 jaar, is gelukkig anders. Sinds kort steunt hij het Rode Kruis in de campagne tegen landmijnen. De opvolger van prinses Diana? Nee, Ginola is zichzelf. Dan als dressman op de catwalk of als artiest op het voetbalveld, dan als actievoerder. Puur, overtuigd van zijn zegeningen en vooral van zichzelf.