Mooie monologen van Woolf kruipen voorbij

Virginia Woolf wilde haar roman De golven (1931) liever geen roman noemen, maar een `elegie'. Het boek lijkt inderdaad in weinig op een gewone roman. Het bevat geen duidelijke verhaallijn, tijdsaanduiding of conflict. Geen handelingen, geen dialogen. De golven bestaat bijna geheel uit monologues intérieures, de grillige gedachtestromen van de zes personages.

Het boek geldt als een modernistisch meesterwerk, maar door zijn mijmerige, weinig concrete karakter en de gekunstelde taal lijkt het niet geschikt voor een toneelbewerking. Zonder conflict, zonder handelingen en zonder dialogen blijft er weinig toneel over. Regisseur Bert Geurkink, in het dagelijks leven acteur bij De Trust, heeft zich voor het Noord Nederlands Toneel toch aan een bewerking gewaagd. Op het toneel staan zes personages op een rij, drie vrouwen, drie mannen. Ze vormen een vriendenkring voor het leven, maar op het toneel hebben ze nauwelijks contact met elkaar. Ze spelen niet samen, ze praten niet samen, ze steken om de beurt een monoloog af. Ze zijn in wezen alleen, opgesloten in hun eigen hoofd. In de monologen worden negen episodes uit hun leven geschetst, van de prille kindertijd tot de oude dag. De personages spiegelen zich aan elkaar en vooral aan een zevende vriend, Percifal, de ideale held die op jonge leeftijd overlijdt.

De golven bevat prachtige, wijze passages. De hoogmoed van de jeugd wordt bijvoorbeeld mooi op de hak genomen. Als Bernard, die schrijver wordt, te veel dweept met de dichter Byron, zegt zijn vriend Neville: ,,Toch heeft Byron nooit thee gezet zoals jij dat doet, jij giet de pot altijd zo vol dat hij overloopt als je de deksel erop zet.'' De golven beschrijft treffend de overgang van de grote gevoelens van de kindertijd naar de rust en teleurstelling van de oude dag: ,,Na de grillig vlammende vuren, de bodemloze verveling van de jeugd valt nu het licht op echte voorwerpen. Hier liggen vorken en messen.'' Veel tekst en weinig handelingen, dus probeert Geurkink de aandacht vast te houden door het stuk mooi aan te kleden. De personages wisselen op het toneel doorlopend van kostuum. Op zes televisies en op het achterdoek zijn video's te zien van de moord op president Kennedy en andere beelden uit de jaren zestig. Tussendoor wordt een verzamelelpee van The Beatles gedraaid. Dit alles om het verstrijken van de tijd weer te geven en het stuk te wortelen in een bepaalde tijd.

Allemaal leuk en aardig, maar uiteindelijk tamelijk overbodig en niet boeiend genoeg om de algemene indruk van dodelijke verveling weg te nemen. Het aanhoren van louter bespiegelende monologen zonder verhaal vergt werkelijk te veel van de toeschouwer. De lastige taal geeft ook al weinig houvast: ,,Ik zie een ring die boven mijn hoofd hangt. Hij trilt en hangt in een lus van licht.'' Waarschijnlijk leent De golven zich helemaal niet voor toneel, maar zeker niet op een wijze die zo getrouw is aan het origineel. Geurkink blijft te veel aan het boek hangen en heeft er weinig aan toegevoegd. Honderdtwintig minuten kruipen tergend langzaam voorbij.

Voorstelling: De golven door Noord Nederlands Toneel. Tekst: Virginia Woolf. Bewerking en regie: Bert Geurkink. Vertaling: Geraldine Franken. Spel: Pieter van der Sman, Fred van der Hilst, Dennis Költgen, Caroline Rochlitz e.a.. Decor: Guus van Geffen. Gezien 8/5 Machinefabriek Groningen. Aldaar t/m 30/5. Inl. (050) 311 33 88.