EEN NO-NONSENSE BRUGGENBOUWER

Een werkgever wordt morgen voorzitter van ruim negentig sportbonden. Hans Blankert de nieuwe voorzitter van NOC*NSF. Gekwalificeerd omdat hij uitblinkt in één tak van sport: het hameren met de voorzittershamer.

,,Ik zoek een vent zoals jij'', zei Joop van der Reijden vorig jaar zomer tegen Hans Blankert. De interim-voorzitter van de overkoepelende sportbond NOC*NSF zocht een opvolger voor Wouter Huibregtsen omdat deze de voorzittershamer contre coeur had neergelegd. Huibregtsen kwam in opspraak door een vraaggesprek met de Volkskrant, waarin hij kroonprins Willem-Alexander naar aanleiding van diens benoeming in het Internationaal Olympisch Comité een judas, saboteur en een lafaard noemde. Voor de rechtbank zei Huibregtsen later dat deze woorden hem in de mond waren gelegd, maar het leed was geschied – Van der Reijden kon aan de slag als headhunter.

In de herfst van 1998 kwamen de twee elkaar weer tegen. ,,Ik wil jou'', zei Van der Reijden tegen de `werkgeversbobo'. ,,Ik wist dat in 1999 zijn termijn bij VNO-NCW erop zat en wilde niet de kans lopen dat ik achter het net zou vissen'', zegt Van der Reijden. Blankert vroeg bedenktijd. Twee maanden later draaide de interim-voorzitter de duimschroeven aan: ,,Ja of neen.'' Het werd ja en morgen wordt de 59-jarige Blankert benoemd als voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité (NOC) en de Nederlandse Sport Federatie (NSF). Hij treedt begin november aan en tot die tijd blijft Van der Reijden de honneurs waarnemen. Zo'n vijftig namen zijn genoemd voor de functie, vertelt Van der Reijden, maar Blankert was vanaf het begin ,,zijn eerste en absolute favoriet voor deze prestigieuze, maar onbezoldigde, functie''.

De twee netwerkers pur sang kennen elkaar sinds begin jaren tachtig; Blankert leidde een bouwbedrijf en Van der Reijden was directeur bij het VNO. ,,Hans is een zeer adequate voorzitter bij VNO-NCW gebleken en omdat er veel overeenkomsten zijn met NOC*NSF ben ik er zeker van dat hij het goed gaat doen.'' In plaats van zo'n 160 branche-organisaties zit Blankert straks ruim 90 sportbonden voor. Het budget is zo'n zestig miljoen gulden, met veel onroerend goed en een aantal BV's. ,,Een NOC*NSF-vergadering is een kruiwagen vol kikkers, dus ik zocht een vent die vaker met dat bijltje had gehakt. Hans is een no-nonsense bestuurder met een prettig soort cynische humor.''

Geboren in Medan op Sumatra in 1940 werd Johan Cornelis Blankert op tweejarige leeftijd met zijn moeder geïnterneerd in een Jappenkamp. Zijn vader moest helpen bij de aanleg van een spoorlijn. In het kamp vocht zijn moeder voor zijn leven ,,want ik had alle ziekten die je maar kon krijgen'', zei Blankert twee jaar geleden in het feministisch maandblad Opzij. Hij heeft geen hard feelings overgehouden aan zijn kampjeugd. De enige keer dat hij iets triomfantelijks voelde was toen judoka Anton Geesink op de Olympische Spelen van 1964 in Tokio in het hol van de leeuw een gouden medaille pakte. In de finale drukte hij de Japanner Akio Kaminaga tegen de mat.

Na de oorlog scheidden zijn ouders. Begin jaren vijftig, op twaalfjarige leeftijd, verliet Hans Blankert Indië om in Nederland naar de middelbare school te gaan. Hij kwam in huis bij een oom en een tante in Amsterdam. Zijn vader kwam later. Na zijn diploma gymnasium bèta studeerde hij aan de Nederlandse Economische Hogeschool, de latere Erasmus Universiteit, in Rotterdam.

Tot grote woede van zijn vader stopte hij voortijdig met zijn studie, ging in militaire dienst (reserve-officier Koninklijke Marine) en trouwde – tegen de wil van zijn vader – op 21-jarige leeftijd. Hij zocht een baan en maakte in de avonduren zijn studie bedrijfseconomie af. De verstoorde relatie met zijn vader is ,,de grootste ramp'' in zijn leven geweest, zei hij drie jaar geleden in Nieuwe Revu. ,,Een belangrijke les: je komt elkaar altijd weer tegen in dit leven. Je moet een clash nooit te hoog laten oplopen.''

In zijn carrière is deze les een rode lijn. Blankert mijdt het conflict, bouwt bruggen. Hij is de verpersoonlijking van het poldermodel: niet de confrontatie maar het compromis en altijd op zoek naar draagvlak.

Op 24-jarige leeftijd trad hij in dienst bij de Verenigde Dura Bedrijven (VDB) waar hij in 1975 in de raad van bestuur belandde. VDB had vestigingen in Zuid-Afrika en dat was in die tijd omstreden. Blankert stond op een lijst van een Nederlandse terreurgroep die `besmette' industriëlen wilde aanpakken. De terroristen beschikten over een complete plattegrond van zijn huis en de tijden waarop zijn kinderen naar school en sportclubs gingen en de bijbehorende routes. Het gezin kwam onder politiebewaking en gooide het leefpatroon compleet om. Uiteindelijk is Blankert om die reden van baan veranderd ,,want je mag je gezin nooit opofferen aan je werk'', zei hij in het vraaggesprek met Opzij. Hij werd directeur van de Gemeentelijke Energiebedrijven Rotterdam; een functie die hij van 1980 tot 1984 bekleedde. Vervolgens was hij twee jaar topman van het bouwbedrijf Wilma Nederland BV waarna hij de overstap maakte naar de FME; de werkgeversorganisatie van de elektrometaal. De voorzitter/directeur hield van een grap op zijn tijd. Zo ontving hij eind jaren tachtig, omstreeks Sinterklaas, van de FNV een gigantisch chocoladecijfer in de vorm van een 4: de eis van de vakbond bij de lopende CAO-onderhandelingen. De gesprekken sleepten zich voort, het werd Kerstmis en dat was voor de FME-voorzitter hèt moment om de geste van zijn onderhandelingspartners te pareren: zij kregen bij de koffie een kerstkrans die de onmiskenbare omtrek van een 0 vertoonde. ,,En dat is het percentage dat wij in ons hoofd hebben'', zei Blankert.

Het voorzitterschap van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (1992) was een logisch vervolg. Blankert kent het bedrijfsleven en de wereld van de overlegeconomie als geen ander. En hij is de christelijke beginselen toegedaan. De NCW-voorzitter is tenslotte, tot zijn afscheid op 5 november, de leidsman van ondernemers voor wie in de christelijke leer een bron van inspiratie ligt. Het was niet iedereen opgevallen dat Blankert Nederlands Hervormd is. ,,Ik word graag afgerekend op mijn daden en niet op mijn kerkgang.'' Hij stemt CDA, maar is geen lid. Met VNO-voorman Alexander Rinnooy Kan fuseert hij de twee werkgeversorganisaties tot VNO-NCW. In 1996 volgt hij Rinnooy Kan op als voorzitter.

Hoewel geboren in Indië, is Blankert (gehuwd, twee kinderen) vooral Rotterdammer: hij studeerde er, hij woont er, is fanatiek Feyenoord-fan (twee seizoenskaarten) en zijn sportieve hoogtepunten beleefde hij in Rotterdam. Tijdens zijn studententijd speelde hij hoofdklasse basketbal bij The Arrows. ,,Een goed schietende, snelle, fanatieke jongen'', weet zijn toenmalige teamgenoot Rinus de Jong zich te herinneren. ,,Hij was niet groot, maar kon toch aardig meeballen. Shooting guard zou zijn functie nu heten.'' Hij kon niet tegen zijn verlies en was ,,een sportieve innemer''. De Jong: ,,We moesten een keer een wedstrijd in Amsterdam spelen en toen had Hans net de Varsity geroeid. De alcoholdamp verdrong het zweet; hij bracht die wedstrijd de meeste tijd door op de bank.''

De jonge ondernemer stopte met basketbal en ging tennissen. Via zijn dochter die zeer talentvol hockeyde belandde hij zelf ook op het hockeyveld. ,,Een snelle rechtsbuiten die goed kon scoren'', weet zijn toenmalige teamgenoot van het seniorenteam LX Wim Lagendaal.

Sinds vijf jaar speelt Blankert golf. Hij hield de clubs nog geen jaar vast of hij werd al kampioen van het eerste VNO-NCW golftoernooi. Niet omdat hij zo goed speelde, maar ze moesten een aparte handicap voor hem creëren omdat hij nog maar een jaar speelde. Hij kon Blankert niet deren; hij was kampioen. Basketbal, roeien, tennis, hockey, golf; Van der Reijden is niet onder de indruk van het sportprofiel van de nieuwe voorzitter. ,,Sportief of niet; dat maakt geen bal uit. Hij moet uitblinken in één tak van sport: het hameren met de voorzittershamer.''