Curaçao kiest voor een zachte hand

De uitslag van de eilandsraadsverkiezingen op Curaçao is een steun in de rug voor de Antilliaanse premier Suzy Römer. Maar of haar milde aanpak van de economische crisis ook de beste is, valt nog te bezien.

Gelet op de stembus-uitslag van afgelopen vrijdag kunnen de Antilliaanse regeringspartijen PNP, PLKP en FOL nu ook in het eilandbestuur van Curaçao de macht overnemen. Probleemloos. Want de drie veroverden vrijdag dertien van de 21 zetels bij de verkiezingen voor de zogenoemde eilandsraad, zeg maar de gemeenteraad. De bestaande coalitie van de socialistische MAN en de sociaal-christelijke PAR, kreeg een gevoelige tik. De PAR ging van zes naar vijf zetels, van de MAN (van zes naar twee) bleef zó weinig over dat partijleider Don Martina prompt liet weten de politiek na 28 jaar de rug toe te keren.

De uitslag op Curaçao was, zoals altijd, een graadmeter voor het zittende Antilliaanse kabinet. Nu dat de royale steun kreeg van de kiezers, was de zevende mei een feestdag voor PNP-premier Suzy Römer. Ze oogde 's avonds bij het traditionele televisiedebat dan ook als een stralende koningin. Een koningin van het volk, door wie ze vorstelijk is beloond omdat het sinds haar aantreden in 1998 niet heeft hoeven lijden onder de onvermijdelijke overheidsbezuinigingen.

Die bezuinigingen stonden bij deze verkiezingen centraal. Römers christen-democratische PNP, de vakbondspartij PLKP en de arbeiderspartij FOL pakken de economische malaise op de Antillen met zachte hand aan, onder meer via een herstelplan dat volgens de Nederlandse staatssecretaris G. de Vries (Antilliaanse Zaken) nauwelijks perspectief biedt. De PAR van ex-premier Miguel Pourier en de MAN pleiten daarentegen voor rigoureuze ingrepen om het overheidstekort, het teveel aan ambtenaren en de werkloosheid te bestrijden.

Op de belangrijke vraag wie van beide kampen de meest effectieve weg bewandelt, komen binnenkort twee antwoorden. Eén van een (door Römer geïnstalleerde) groep van Drie Wijze Mannen en één van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat de Antillen recentelijk heeft doorgelicht. Beide rapportages verschijnen, zeer tot ergernis van de oppositie, pas na de eilandsraadsverkiezingen. Dat kan, zo beweert de PAR, geen toeval zijn. De partij wijst erop dat Aruba, ongeveer tegelijkertijd door het IMF onder de loupe genomen, meteen een voorlopig onderzoeksresultaat van het fonds openbaar maakte. Dat was uiterst positief. ,,Zou dat over ons soms dodelijk zijn?'' vraagt de PAR zich af.

Hoe dan ook, potentiële investeerders op Curaçao houden in afwachting van het IMF-rapport hun hand op de knip. Ze zeggen dat de toekomst ,,onzeker'' is. De uitkomst van de eilandsraadsverkiezingen is voor hen een pluspunt. De politieke kleur van het eilandbestuur wordt nu vermoedelijk hetzelfde als die van het Antilliaanse kabinet, waardoor beide bereid zullen zijn samen te werken. De PAR en de MAN aan de macht op Curaçao, Römer cum suis de baas op de hele Antillen – ,,dat loopt voor geen meter'', menen ze. De politiek beaamt dat de twee bestuurslagen langs elkaar heen werken, hetgeen leidt tot meer bureaucratie en extra kosten. Dat laatste is gemakkelijk aan te tonen: op Curaçao (155.000 inwoners, vergelijk de gemeente Apeldoorn) huist een complete ministersploeg plus een groep eilandsgedeputeerden. Allen met een eigen staf, een eigen dienstwagen, een eigen chauffeur.

De staatkundige toekomst is ook bij deze eilandsraadsverkiezingen onderwerp van discussie geweest, in het bijzonder door de problemen tussen de vijf Antilliaanse eilanden onderling. In de jaren zestig wilden Nederlandse politici van de Antillen af. ,,Geef ze de onafhankelijkheid, desnoods per post'', riep minister W. de Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken) destijds met luide stem. Het werd hem in de West niet in dank afgenomen. De eilanden wilden bij Nederland blijven, zo bleek ook uit het referendum van 1993. Toen koos zeventien procent van de kiezers voor een autonoom Curaçao binnen het Koninkrijk. Thans is dat percentage tot 42 gestegen. Premier Römer behoort tot deze grote minderheid. Ze is van oordeel dat ,,te veel inkomsten naar de andere eilanden gaan en Curaçao financieel-economisch achterop raakt''.

Römer kijkt niet zonder jaloezie naar Aruba, dat sinds de verwerving van zijn status aparte economisch is opgebloeid. De premier wil met de Antillen graag dezelfde kant op, via ,,investeringen in de productieve sector, zoals de export''. De infrastructuur moet óók beter, zei ze vorige week in de Caraïbische editie van het Algemeen Dagblad, ,,omdat het toerisme veel mogelijkheden biedt om de economie te stimuleren''. Ze vindt dat de bureaucratie ,,contra-productief'' werkt en ze wil daar wat aan doen.

De zoveelste mooie voornemens van de premier, die zich een dezer dagen achter de schermen vast gaat bemoeien met de coalitiebesprekingen van de nieuwe eilandsraad. Op het eerste gezicht ligt een bundeling van haar PNP, de PLKP en de FOL voor de hand. Maar zo simpel is het niet. Binnen de PNP groeit het verzet tegen de PLKP van ex-vakbondsleider E. Cova, omdat die zich vanuit het Antilliaanse parlement of daarbuiten steeds vaker als een stoker à la Bolkestein pleegt op te stellen.

Het onderhandelen of kibbelen over een nieuw bestuur mag niet te lang duren, dat kan het eiland in crisis zich niet veroorloven. Bovendien hanteerde de machtige PNP in de verkiezingscampagne in paginagrote advertenties de slogan `Geen woorden, maar daden'.