Beroering in Oostenrijk over dood van asielzoeker

De dood van Marcus Omofuma, een 25-jarige Nigeriaanse asielzoeker, heeft voor veel beroering gezorgd in Oostenrijk. De minister van Binnenlandse Zaken, Karl Schögl, wordt om opheldering gevraagd en twee oppositiepartijen, de Groenen en de Liberalen, willen vanmiddag een motie van wantrouwen indienen.

Marcus Omofuma's handen en voeten waren met tape vastgebonden toen hij op 1 mei door drie agenten van de Oostenrijkse vreemdelingenpolitie het toestel van de Bulgaarse luchtvaartmaatschappij Balkan Air werd binnengedragen. Zijn mond was dichtgeplakt. De agenten namen met de gevangene plaats in de laatste rij. Op vragen van onrustige passagiers verklaarde een van de agenten dat de man een drugsdealer was. Hij was op heterdaad betrapt, agressief geworden en moest nu terug naar Nigeria, aldus de agent.

Vasil Ilijev, een Bulgaarse radiotechnicus, zag aan de andere kant van het gangpad dat de Nigeriaan zich tijdens de vlucht hevig begon te bewegen en grommende geluiden maakte. Zijn begeleiders plakten hem toen met twee rollen tape aan de stoel vast ,,zodat hij er uitzag als een mummie'', aldus Ilijev in een interview met de Bulgaarse krant 24 Tsjasa. ,,Na tien minuten werd de Nigeriaan rustig: zijn ogen waren gesloten, zijn voorhoofd was bezweet. Ik vroeg of de man nog leefde. Een van de agenten nam zijn pols op en zei dat alles in orde was. Ik vroeg of ze hem niet wat meer konden laten ademen en ze maakten het plakband om zijn hoofd wat losser.'' Toen de agenten na de landing de tape verwijderden, was Omofuma bewusteloos. Hij overleed aan boord van het toestel. Zijn drie begeleiders zeggen van zijn doodsstrijd niets te hebben gemerkt.

Marcus Omofuma vroeg in september 1989 in Oostenrijk asiel aan. Hij verklaarde te worden vervolgd door het Ogboni-broederschap, een invloedrijke Nigeriaanse sekte. Zijn aanzoek werd meteen afgewezen. Omofuma vroeg vervolgens om juridische bijstand, maar nog voor de hem toegewezen advocate in beroep kon gaan, werd de Nigeriaan het land uitgezet. De sociale werkers die met Omofuma contact hebben gehad, vermoeden dat de man aan achtervolgingswaanzin leed. Maar asielzoekers hebben in Oostenrijk geen recht op psychische behandeling en Omofuma werd dus ook niet onderzocht.

De hardhandige aanpak van vluchtelingen is volgens hulporganisaties een groot probleem. Het gebeurt nu regelmatig dat asielzoekers – net als Omofuma – nog voor ze zijn uitgeprocedeerd het land worden uitgezet. Asielzoekers die worden afgewezen, krijgen met een strenger regime te maken dan veroordeelde criminelen. Ze zitten soms tot zes maanden in politiegevangenissen die niet op langdurig gevangenschap zijn ingericht.

Douchen mag twee keer per week, cosmetica is verboden en het bezoek mag geen eten of bloemen meebrengen, legt een sociaal werker uit die anoniem wil blijven. ,,Hygiëne-artikelen zijn verboden omdat de politie vreest dat daarmee wapens of drugs de gevangenissen in worden gesmokkeld. Wij mogen soms huidcrème meenemen. Vooral de Afrikanen zijn daar erg dankbaar voor, ze hebben veel last van uitdroging.'' Volgens de sociaal werker is slechts een minderheid van de politie racistisch gemotiveerd. De meesten zijn vooral overijverig.

De Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken, Karl Schlögl, zegt de dood van de Nigeriaan diep te betreuren, maar ziet in het incident geen reden om af te treden. ,,Ik heb zelf niets fout gedaan'', aldus de minister. Michael Chalupka, directeur van de Evangelische Diakonie, hekelt de houding van Schlögl. ,,Wij kennen hem als een bewindsman die zich niet aan afspraken houdt en die de zaken alleen maar vertraagt.'' Michael Landau van de organisatie Caritas wijst erop dat in België een minister is afgetreden na de dood van een asielzoekster. De politicoloog Peter Gerlich verklaart Schlögls houding door de wijze waarop in Oostenrijk met politieke verantwoordelijkheid wordt omgegaan. Alleen ,,in landen met een langere parlementaire democratie'' is het gebruikelijk dat een minister zich voor zijn departement verantwoordelijk voelt, ,,bij ons let men vooral op persoonlijk falen'', aldus Gerlich.

De sociaal-democraat Schlögl wordt gesteund door zijn eigen partij en door de conservatieve coalitiepartner ÖVP, maar ook door de extreemrechtse Freiheitlichen. Ook de Kronen Zeitung is Schögl te hulp geschoten. De krant citeerde uit het – geheime – rapport van de politie ,,hoe de Nigeriaan tekeer ging'' zodat de ambtenaren ,,gedwongen'' waren hem te boeien. De huisdichter van de krant, Wolf Martin, `nodigde' buitenlanders uit om Oostenrijkers met drugs te vergiftigen. ,,Doe maar, jullie worden immers beschermd door het linkse tuig dat jacht maakt op de minister'', aldus Martin. Zelfs de strip van de krant – Superrudi (een soort superman) – stond in het teken van het incident. Superrudi wil een zwarte drugshandelaar arresteren. Maar hij wordt door een collega tegengehouden, omdat de drugshandelaar ,,toch niet het land mag worden uitgezet''.