SUÏCIDE-RISICO BIJ PSYCHIATRISCH PATIËNT STIJGT BIJ MINDER ZORG

Ongeveer de helft van de Britten die de hand aan zichzelf slaan heeft een verleden als psychiatrisch patiënt. Dat maakt het de moeite waard om na te gaan of er een verband is tussen de zorg voor deze mensen en de tragische wijze waarop hun leven eindigt.

Psychiaters in Manchester onderzochten daartoe de gegevens van 149 mensen die door zelfdoding overleden waren en in de vijf jaar vóór hun dood in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen zijn geweest. Zij werden vergeleken met een even grote groep levende psychiatrische patiënten, geselecteerd door voor elk slachtoffer at random iemand te selecteren van ongeveer dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht, dezelfde psychiatrische diagnose en ten naaste bij dezelfde opnamedatum (The Lancet, 24 april).

De onderzoekers zochten naar verschillen en overeenkomsten tussen beide groepen. De belangrijkste factor die met de zelfdodingen kan worden gecorreleerd is een verminderde zorg voor de patiënt: ontslag uit een inrichting, minder afspraken met de therapeut, overplaatsing naar een `lichtere' afdeling of minder medicatie. In 44 procent van de gevallen was in de laatste drie maanden voor de zelfdoding één van deze maatregelen genomen.

Dat gebeurde meestal omdat de behandelaar vond dat de patiënt goed vooruit was gegaan, of zelfs genezen was. Maar er waren ook patiënten die om minder intensieve behandeling vroegen of verdere behandeling weigerden. De kwaliteit van de beslissingen van de behandelaars is onderzocht door de statussen van de overleden patiënten te analyseren. Daaruit blijkt niet dat de therapeuten ten onrechte handelden, ook al was bij veel patiënten sprake van risicofactoren: zij waren vroeger openlijk suïcidaal geweest of hadden zichzelf verwondingen toegebracht.

De onderzoekers verklaren het gevonden verband vanuit het idee dat iemand een eind aan zijn leven maakt als de balans tussen risicofactoren (eerdere suïcidale neigingen, depressiviteit) en beschermende factoren (medicatie, psychotherapie) verstoord is. Dat gebeurt als de patiënt plotseling achteruitgaat, maar ook als de zorg teruggebracht of beëindigd wordt. Aangezien het eerste weer met het laatste kan samenhangen, blijft overeind dat het verminderen van zorg niet zonder risico is. Op grond van hun gegevens concluderen de auteurs voorzichtig dat ongeveer 20 procent van deze zelfdodingen voorkomen had kunnen worden als de slachtoffers enige vorm van nazorg hadden gehad. Zij signaleren een dringende behoefte aan een methode om patiënten, op grond van een verhoogd suïcide-risico, voor dit soort nazorg te kunnen selecteren.

(Huup Dassen)