Staatsrechtdilettantisme

De voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie-Bijlmerramp en zijn medeleden hadden geen enkele ervaring met het enquêterecht noch met het ondervragen van getuigen onder ede toen zij aan hun karwei begonnen. Dat heeft hun in de eerste weken van de openbare verhoren parten gespeeld, maar de commissie kreeg dat gebrek gaandeweg onder de knie. Naarmate de tijd vorderde deed zij groter voordeel met de training van de rechercheurs door wie ze zich had laten trainen. De commissie had uit oud-officieren van justitie, advocaten,rechercheurs of journalisten moeten bestaan om bij het begin al verhoorervaring vooral met het stellen van vragen onder druk te hebben, maar zulke leden telde de commissie niet. Ze moest het doen met de wijsheid van Vader Cats dat `het verstand met het ambt komt', en de televisieuitzendingen van de verhoren hebben laten zien dat de praktijk ook een goede leermeester is.

Er is dan ook geen enkele reden om op grond van geringe ervaring de enquêtecommissie-Meijer voor tweede garnituur te houden, zoals hier en daar gebeurt. Meijer heeft die suggestie enigszins in de hand gewerkt door te onthullen dat hij bij gebrek aan beter in de commissie was benoemd. Volgens Meijer was zijn fractie (CDA) niet bereid geweest een politieke zwaargewicht voor de enquête beschikbaar te stellen. Maar dat pleit meer tegen de fractie, die met die beslissing het belangrijkste wapen van het parlement, het enquêterecht, niet serieus nam, dan tegen Meijer.

Door de bank genomen heeft de commissie de zaken efficiënt aangepakt en ze heeft zich op een behoorlijke manier gekweten van een van haar belangrijkste taken, het afnemen van openbare verhoren. Dat zij op cruciale punten toch grote beoordelingsfouten heeft gemaakt, vloeit minder voort uit gebrek aan ervaring dan uit gebrek aan kennis van staatsrechtelijke beginselen. Dat blijkt uit een van de hoofdconclusies, waarin de commissie het kabinet verwijt dat hij de Kamer te vaak met de Franse slag over de ramp heeft geïnformeerd.

De commissie stelt in haar conclusies dat ,,het aantal malen dat de Tweede Kamer onduidelijk, onvolledig, ontijdig of onjuist is geïnformeerd'' (naar haar mening) ,,te groot is, juist ook gezien de langdurige nasleep van de ramp.'' Deze conclusie wordt door nauwelijks meer dan algemeenheden geadstrueerd. En het weinige dat tot ondersteuning van dat verwijt dient, verzwakt de commissie nog door de relativerende kanttekening: ,,Wel moet worden opgemerkt dat het niet in alle gevallen cruciale onderwerpen of essentiële punten betreft.'' Die toevoeging helpt de tenlastelegging om zeep helpt. De commissie heeft rijp en groen bij elkaar geveegd en de optelsom van al die hele en halve slordigheden van individuele ministeries over de totale periode van zes jaar op naam van de overheid geschreven. Alles bij elkaar geteld lijkt dat heel wat, maar uitgesplitst naar verantwoordelijkheid per minister blijft er weinig van over dat het verwijt van onzorgvuldigheid wettigt. De commissie begaat hier een literaire vrijheid die het staatsrecht niet toestaat: zij stelt `de' overheid voor de tekortkomingen in de tijdige en volledige informatie van de Kamer in gebreke, maar staatsrechtelijk gaat het om de individuele ministeriële verantwoordelijkheid, in dit geval de verantwoordelijkheid van de ministers Borst, Alders, Sorgdrager, Jorritsma en Maij-Weggen.

Marcel van Dam maakt hetzelfde onderscheid. Hij heeft in zijn rubriek in de Volkskrant van 29 april erop gewezen dat de Kamer geen boodschap heeft aan wat `de' overheid allemaal verkeerd heeft gedaan, maar straks alleen over individuele ministeriële nalatigheid moet oordelen. Met die misvatting van de notie van ministeriële verantwoordelijkheid waaraan de commissie zich heeft schuldig gemaakt, zal premier Kok weinig moeite hebben de vloer aan te vegen.

Dat geldt nog meer voor de feitelijke fouten die de commissie zijn aan te rekenen. De belangrijkste daarvan is de pseudo-onthulling over de gevaarlijke lading aan boord van het op de Bijlmer neergestorte El Al-toestel: het verhaal van de door ambtenaren `onder de pet' gehouden, voor de ministers verzwegen `giftige lading', dat later onwaar bleek te zijn. Met die vervolgens herroepen onthulling waaraan zij zelf al twijfelde (en dus nooit had mogen doen), heeft de commissie de publieke opinie misleid en veel onnodige extra onrust onder de bevolking van de Bijlmer veroorzaakt. De commissie zal op dit punt zelf aan een verhoor worden onderworpen. Het ligt in de rede dat premier Kok en zijn aangevallen collega's de commissie niet zullen toestaan zich daar met een Jantje van Leiden van af te maken.

Meijer heeft zich trouwens zelf ook niet onbetuigd gelaten en `buiten werktijd' het nodige gezegd dat het kabinet wel tegen zich in het harnas moest jagen, onder meer door zijn aantijging dat premier Kok zich wellicht aan meineed heeft schuldig gemaakt. De verklaringen die Kok tijdens zijn verhoor heeft afgelegd over zijn kennis van de toestand zouden niet stroken met schriftelijke stukken waaruit volgens Meijer het tegendeel blijkt. Dat die tegenspraak het vergrijp van meineed zou opleveren heeft Meijer niet aannemelijk gemaakt, maar het punt komt in het rapport ook niet voor en de minister-president blijkt er door de commissie evenmin op te zijn aangesproken. Meijer heeft het alleen officieus te berde gebracht, namelijk buiten de Kamer, in een vraaggesprek met een journalist, wat gegeven het gewicht van de beschuldiging niet alleen een vergrijp tegen de goede zeden, maar ook tegen het officiële decorum is. Zijn staatsrechtelijk dilettantisme kan hem nog duur te staan komen.

. Carlito's Way (Brian De Palma, 1993, VS). De Palma en Al Pacino tien jaar na Scarface weer bij elkaar in deze sappige gangstertragedie over een drugsbaron die het rechte pad op wil. Vooral Sean Penn is gedenkwaardig als hyperactieve schuinsmarcheerder met kroespermanent. BBC2, 23.00-1.20u.