SCHUBERT

Franz Schubert is geroemd om zijn productiviteit, zijn dramatiek, zijn lichtheid. Maar bovenal om zijn onovertroffen gevoel voor lyriek, en juist dat tilt zijn Mis in As-groot uit 1822 uit boven zijn vier vroege, kleinschaliger missen. Schubert doopte het werk Missa Solemnis, maar die naam verdween in de schaduw van Beethovens gelijknamige en gelijktijdig verschenen magnum opus. De Mis in As-groot (D. 678) is een kwetsbaar werk. Zelfs in een zorgvuldige uitvoering, zoals Philippe Herreweghe vorig seizoen bij het Concertgebouworkest dirigeerde, vervormt het doorwrochte karakter van deze mis gemakkelijk in saaiheid.

Na beluistering van de uitvoering die John Eliot Gardiner onlangs opnam, is het moeilijk te geloven dat een zodanig opwindende, gevarieerde en homogene compositie ooit kon vervelen. Gardiner voert het werk op de fuga Cum Sancto Spirito na op in de tweede, definitieve versie en wat klinkt is, zeker voor wie vertrouwd is met Schuberts vroege missen, een revelatie. Groots is de dramatische opbouw in het Quoniam tu solus, waarin Schubert de melodiek met stijgende halve tonen naar de goddelijkheid laat klimmen, verassend de harmonische bedding. Modulaties wijzen naar Mendelssohn vooruit en suggereren zeer adequaat een sfeer van mystiek in het Credo. Gardiners Monteverdi Choir blinkt uit in subtiele dictie, en volgt Gardiner zeer gedetailleerd in zijn partituurgetrouwe opbouw van dynamiek en spanning. Ook uit het op authentieke instrumenten musicerende Orchestre Révolutionnaire et Romantique klinkt nergens een wanklank.

Gardiner benadrukt het lyrisch karakter van het werk met vlotte tempi en wat rest is slechts de vraag waarom deze uitermate aantrekkelijke mis ondanks Schuberts kwaliteiten als melodicus en alle idiomatisch briljante religieuze sfeer-voltreffers geen geijkter repertoire is geworden.

Franz Schubert, Mis in As-groot. Monteverdi Choir & Orchestre Révolutionnaire et Romantique o.l.v. John Eliot Gardiner. Philips 456 578-2