Ruggenprik 1

Net als Mariël Croon (NRC Handelsblad, 4 mei), draag ook ik het Nederlands verloskunde-systeem een warm hart toe. Daarom ben ik het met haar eens dat de ruggenprik op medische indicatie toegepast moet worden. Hetzelfde geldt overigens ook voor interventies, welke meestal op indicatie door de gynaecoloog worden toegepast. Het voorvoegsel `onnodig' is dan ook misplaatst.

De hoofdpijn, die kan optreden na het plaatsen van een ruggenprik kan meestal binnen 24 uur verholpen worden door een zgn. blood-patch. De patiënt hoeft er dus zeker geen maandenlange hoofdpijn aan over te houden.

Vrouwen, die in aanmerking komen voor een ruggenprik zijn meestal al enige tijd bezig met bevallen. Om die reden worden deze vrouwen vaak extra gestimuleerd met een weeënversterkend infuus om het baringsproces te versnellen en zijn ook vaak de vliezen al langer gebroken, waardoor er een grotere kans op infectie is met name bij de baby, die om die reden dan ook antibiotica krijgt.

Juist bij die vrouwen, waar geen uitweg meer lijkt behalve een keizersnede, biedt de ruggenprik ook bij liggingsafwijkingen nog de mogelijkheid om vaginaal te bevallen, waardoor een keizersnede vermeden kan worden. Kortom het is onjuist al deze verloskundige problematiek aan de ruggenprik toe te schrijven.

Tenslotte bestaat de begeleiding van de vrouw door de gynaecoloog bij een ruggenprik niet alleen uit het aflezen van de monitor. Het is jammer, dat de op zich terechte kritiek te niet wordt gedaan door de ongenuanceerde toonzetting van het artikel, dat bovendien de lezer nog onjuist informeert !