Remi

,,Ik ben het bijzonderste kind van de wereld!!!'', zegt Remi. In één les breit hij een heel schoentje voor de kabouter en binnenkort gaat hij alle letters aan elkaar vast schrijven, in plaats van los.

Dat hij op euritmietherapie zit is wel bijzonder stom. Elke dag moet hij van zijn moeder een kwartier oefeningen doen. Zij zegt dat hij zoveel energie heeft en dat hij daarmee moet leren omgaan, om rustiger te worden.

Voor de eerste oefening pakt Remi de lange, houten stok en draait er cirkels mee om zijn pols. Maar de stok draait zo snel dat hij valt. ,,Jij moet oprotten!!!'', schreeuwt Remi boos als je meekijkt. ,,Opzouten!!!'' Hij wil niet dat er stomme dingen over hem in de krant komen.

Als hij terugkomt van de beugeltandarts, is hij nog steeds boos. Daardoor laat hij de gipsen afdruk van zijn gebit – gekregen van de tandarts – vallen. Een klein stukje van de achterste tand is er nu af.

Hij wil nú naar Marius. Met zijn beste vriend heeft hij nooit ruzie en bij hem thuis kan je rustig spelen. Vanmiddag bouwen ze auto's en twee huizen die aan elkaar vastzitten – de linker is van Marius, de rechter van Remi. Remi zegt bijna niks terug, terwijl Marius wel steeds praat. Het is niet expres, maar Remi is bezig een dak te bouwen met de rode stenen en dan hoort hij Marius gewoon niet. Remi's huis heeft hele dikke muren gekregen. Zo kunnen er geen stomme mensen binnenkomen.