Pers heeft Bijlmerramp misbruikt

Het is tijd voor een kritisch zelfonderzoek naar de, soms kwalijke rol, van de media tijdens de Bijlmerenquête, vindt Peter Vasterman.

Nog maar net had commissievoorzitter Meijer het eerste exemplaar van het rapport `Beladen Vlucht' overhandigd aan de voorzitter van de Tweede Kamer, of de discussie over de politieke gevolgen barstte los. De eerste vraag op de daaropvolgende persconferentie ging onvermijdelijk over de politieke consequenties van het rapport voor de bewindslieden. Ook de op lekken gebaseerde artikelen de dag ervoor, hadden uitsluitend betrekking op de kritiek van de enquêtecommissie op Borst, Kok en Jorritsma. Of sprake was van een `strategisch' lek vanuit de Commissie is niet zeker, maar het was wel dé manier om alvast de toon te zetten vóór het rapport openbaar zou worden.

Het zal geen toeval zijn dat de meest schokkende conclusie in het eindrapport juist niet werd `gelekt' en dat ook de media dát ook niet als het belangrijkste nieuws zagen, namelijk dat van alle geruchten, speculaties en vermeende complotten die jarenlang de berichtgeving over de Bijlmerramp hebben beheerst, geen spaan heel is gebleven. Zelfs het verband tussen een aantal gevallen van auto-immuunziekten en de ramp is (nog) niet aangetoond.

De Commissie legt wel een verband tussen `gezondheidsklachten' (let wel: niet `de gezondheidsklachten') en de ramp, maar doelt daarmee voornamelijk op klachten die verband houden met wat onder de verzamelterm posttraumatische stress-stoornis (PTSS) valt. De belangrijkste kritiek in het rapport op de overheid en de verantwoordelijke bewindslieden heeft dan ook betrekking op het niet adequaat en niet tijdig reageren op de maatschappelijke onrust waardoor allerlei verontrustende speculaties en wilde complottheorieën een eigen leven gingen leiden. Een toename van `gezondheidsklachten' was daarvan het gevolg, aldus de Commissie die daarmee een zeer algemene, moeilijk toetsbare hypothese formuleert. Bovendien heeft de enquête vermoedelijk zelf ook weer als een `autonome' factor gefungeerd bij de toename van de gezondheidsklachten, want telkens waren er weer verontrustende onthullingen over de giftige, explosieve lading of de gevaren van verarmd uranium en kwamen er weer honderden nieuwe `Bijlmerpatiënten' bij.

In verschillende kranten is erop gewezen dat de Commissie zich ten onrechte verre houdt van een evaluatie van haar eigen werkwijze en de manier waarop de publieke opinie diverse malen op het verkeerde been is gezet. Dat klopt en dat doet inderdaad afbreuk aan de conclusies van het eindrapport. Maar zouden de media zelf ook niet eens kritisch moeten kijken naar hun eigen rol in het geheel? Waar kwamen al die `ziekmakende' verhalen vandaan waar de overheid volgens de Commissie zo traag op reageerde? Was al die onzekerheid en die angst, die heeft geleid tot die vele PTSS-gevallen, ook niet een direct gevolg van de berichtgeving vóór en tijdens de parlementaire enquête?

De enquêtecommissie legt de verantwoordelijkheid volledig bij de overheid, die onvoldoende initiatieven heeft ontplooid, maar hoe staat het eigenlijk met de verantwoordelijkheid van de media? Hebben ook zij niet bijgedragen aan de toename van gezondheidsklachten (let op: niet van `de' gezondheidsklachten) door al die verontrustende, maar vaak slecht onderbouwde of soms zelfs feitelijk onjuiste verhalen over de gevaarlijke radioactieve straling, over het kankerverwekkende Cesium-137 in hangar 8, over de mycoplasmabesmettingen en het Golfoorlogsyndroom, of over de aanwezigheid van plutonium, een grondstof voor kernwapens?

Wie herinnert zich nog de primeur van het NOS-Journaal vorig jaar maart, dat bij enkele Bijlmerbewoners en hulpverleners verhoogde concentraties uranium in de ontlasting waren aangetroffen? Groot nieuws, dat grote maatschappelijke onrust veroorzaakte en dat leidde tot een spoeddebat in de Tweede Kamer, maar wel was gebaseerd op ondeugdelijke onderzoek, zoals ook de enquêtecommissie vaststelt in haar eindrapport. Zou een mens daar niet doodziek van worden? En dan heb ik het nog niet eens over al die andere bizarre complottheorieën en wilde speculaties, waarin het wemelde van talrijke geheimzinnige, maar uiteraard volstrekt anonieme bronnen.

Wie verwacht dat de media in al hun analyses, achtergronden en commentaren over het Bijlmerrapport ook eens terugkomen op hun eigen rol in het geheel, komt bedrogen uit. In de journalistiek evalueert men misschien wel ter redactie, maar niet in het openbaar. Bovendien komen de media ook niet meer terug op alle verontrustende `onthullingen' die ze zelf met veel aplomb hebben gebracht en die nu door de Commissie definitief zijn afgeschoten. Zo heeft Trouw zich in het verleden vastgebeten in de kwestie van de aanwezigheid van plutonium in de Boeing (uiteraard gebaseerd op anonieme bronnen), maar is daar tot op heden niet op teruggekomen. Integendeel, er worden gewoon weer nieuwe `raadsels' gelanceerd. Hetzelfde geldt voor De Telegraaf die de lezers wekenlang in de ban hield met grote onthullingen over het genetisch gemanipuleerde mycoplasma (bewerkt met een aantal aidscomponenten), zogenaamd niet alleen verantwoordelijk voor het Golfoorlogsyndroom, maar ook voor de `Bijlmerziekte.'

Aan de ene kant hebben de media sinds de Bijlmerramp een positieve rol gespeeld door vasthoudend onderzoek te doen en lastige vragen te blijven stellen aan de autoriteiten en de politiek. Aan de andere kant hebben zij regelmatig grenzen overschreden door het publiceren van ongefundeerde en speculatieve verhalen over de giftige lading, de betrokkenheid van de Israelische geheime dienst Mossad en natuurlijk de gezondheidsklachten. Waakhondfunctie prima, het controleren van de macht uitstekend, maar waar ligt de grens tussen serieuze onderzoeksjournalistiek en sensatieberichtgeving?

In het eindrapport stelt de Commissie vast dat een ,,gemêleerd gezelschap'' jarenlang heeft geprobeerd om antwoorden te vinden op de vragen die nog steeds onbeantwoord waren. Positief is dat hierdoor ,,enkele'' vragen beantwoord zijn en dat de ,,slachtoffers niet zijn vergeten.'' Negatief is volgens het eindrapport dat ,,dat theorieën die niet op feiten berusten, eveneens de weg naar de media kunnen vinden. [...] Dat heeft nodeloze onrust en onzekerheid tot gevolg gehad, met een negatief effect op de gezondheidsklachten.'' De Commissie stelt vast dat bij het brengen van al die ,,theorieën geen afdoende toetsing plaatsvindt van het waarheidsgehalte of de waarschijnlijkheid. [...] Het is niet aan deze Commissie om een oordeel te hebben over de berichtgeving.'' Het is de vraag wie dat oordeel over de berichtgeving dan wel zou moeten geven. De politiek? De wetenschap? De Raad voor de Journalistiek? De journalistiek zou dat zelf moeten doen. Niet in de besloten kring van de eigen redactie, maar in het openbaar. Laat eerst gedegen onderzoek doen naar de berichtgeving en kom dan tot een evaluatie waaruit `lessen voor de toekomst' getrokken kunnen worden. De eerste stap kan al worden gezet: welke redactie durft het aan om eens een overzicht te maken van alle berichten die men heeft gepubliceerd en waarvan nu met zekerheid vaststaat dat deze onjuist waren? Welke redactie durft het aan om kritisch te kijken naar de manier waarop die verhalen tot stand gekomen zijn? Waren de feiten voldoende onderbouwd? Zijn de gezondheidsrisico's in de juiste context geplaatst? Anders moet voortaan boven stukken over de nasleep van de Bijlmerramp staan: ,,Waarschuwing! Deze berichtgeving kan uw gezondheid schaden.''

Peter Vasterman is docent massacommunicatie aan de School voor de Journalistiek in Utrecht.