Patrick

,,Zjoeffff.'' Met een onhandige zwaai werpt Patrick zijn zelfgemaakte bamboehengel in het water. Hij zit op een geel stoeltje, naast hem staat een emmer en een zak oud Oerbrood Koren van Edah. ,,Damn'', zegt hij, ,,ik had beter wit brood kunnen doen.''. Elke keer als hij een stukje brood aan het haakje steekt, laat het los.

De sloot ligt achter de flat in de wijk de Hoge Vught in Breda. Daar woont hij met zijn moeder en met Peter, zijn stiefvader. Patrick heeft een emmer meegebracht. Gisteren had hij een baars gevangen met rode ogen. Hij had hem mee naar huis genomen, in zijn handen. Maar zijn moeder deed niet op tijd open en toen hij de baars in het aquarium losliet, zwom hij al niet meer.

Als hij gaat vissen, is hij altijd een beetje bang voor de kinderen in de buurt. Dat ze zijn hengel afpakken en zijn stoeltje in het water gooien. Daarom vist hij het liefst met zijn vriend Alsjero, die is al groot, al tien of elf jaar. ,,Er zijn een paar jongens die me plagen'', zegt Patrick. En dan stoer: ,,maar papa maakt zo een nieuwe hengel.''

Er komen cirkels om zijn dobber. ,,Yep!'' Patrick heeft een vis gevangen. ,,Goed he, voor een kind van zeven.''

Op zijn verjaardag wil Patrick ook gaan vissen, alleen met Marlous. ,,Dat is een verrassing.'' Hij is verliefd op Marlous. Dat had hij eigenlijk niet willen zeggen. Marlous weet het namelijk nog niet. ,,En ik denk niet dat Marlous ook verliefd is op mij.'' Op zijn verjaarskalender staat achter de naam van Marlous een hartje.