Mahler onder Van Zweden rijk aan expressie

In 1995, toen de violist Jaap van Zweden nog maar net was begonnen te dirigeren, wilde hij het jaar daarop in Buenos Aires bij het orkest van het Teatro Colon de Zevende symfonie van Mahler dirigeren. Al werd het stoutmoedige plan met dit uiterst complexe werk later veranderd in Mahlers overzichtelijker Eerste symfonie, ook dat kwam er niet van. Pas afgelopen Kerstmis leidde van Zweden bij zijn eigen Orkest van het Oosten zijn eerste Mahler: de Tweede symfonie. Nu brengt hij als gastdirigent bij het Brabants Orkest vier uitvoeringen van Mahlers Zevende symfonie.

Met Kerstmis was Van Zweden in Enschede bij de eerste uitvoering van de Tweede nog erg gespannen, want een grote Mahler-symfonie in de provincie blijft een uitdaging. Het Noord Nederlands Orkest, dat volgende week Mahlers Zesde symfonie zou spelen, heeft die plannen nu uitgesteld tot het volgende seizoen omdat dirigent Alain Lombard acht in plaats van zes repetities nodig achtte voor een succesvol eerste optreden in Groningen en Leeuwarden.

Dat de schaduw van het Concertgebouworkest ver reikt weet ook ex-concertmeester Jaap van Zweden. Het bijzondere bij hem is dat hij bij het Brabants Orkest, dat hij inmiddels uitstekend kent, niet probeert Amsterdam te imiteren. Het kan natuurlijk anders en met meer instrumentaal raffinement, maar Van Zweden leidt een Zevende die perfect past bij dit competente orkest en nergens lijkt het ook maar even dat dit toprepertoire te hoog is gegrepen. Integendeel, ook de eerste, ogenschijnlijk ontspannen gespeelde uitvoering klonk zó muzikantesk, zeker en overtuigend, dat het wel dagelijks werk leek.

Van Zweden is als dirigent erg gegroeid: hij straalt naast enthousiasme ook zekerheid en gezag uit. Over zijn gebaar hoeft hij niet meer na te denken, dat is exact en komt automatisch. En in zijn houding lijkt Jaap van Zweden steeds meer op Leonard Bernstein: hij verplaatst zich veel, verlegt als een windvaan telkens de as van zijn bewegingen, staat soms stokstijf alleen maar met zijn schouders het ritme aan te geven of modelleert de expressie met elegante, wufte gebaartjes.

Van de anderhalf uur durende Zevende maakt Van Zweden een rijk geschakeerd geheel. Met zijn directe, hoekige expressie en snijdend felle koperscheuten is het openingsdeel een groteske danse macabre, gevolgd door een chaos waarbij hysterische orkestpassages in alle richtingen schieten om na een plotse sfeerverandering op te lossen in serene magie, die weer wordt opgeslokt door duistere krochten.

Ook in de twee grillige, mysterieuze en exotische Nachtmusiken rondom het zwierig en opzwepend gespeelde Scherzo bereikt Van Zweden een grote variatie aan expressie met soms magnifieke dramatische effecten, gevolgd door een enerverende, orgiastisch-luidruchtige finale. Deze muziek ligt Van Zweden echt en dirigeren kan hij ook echt.

Concert: Het Brabants Orkest o.l.v. Jaap van Zweden. Programma: G. Mahler: Symfonie nr 7. Gehoord: 6/5 Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven. Herhalingen: 9/5 Eindhoven; 10/5 Breda.