Maanzwiep

DE MODERNE Nederlander regelt zijn zomervakantie tijdens het winterverlof, tussen kerstkrans en oliebol. Dan bekijkt hij de Neckermannfolder en valt het besluit of er tussen de hoelameisjes van Sri Lanka, van Bhutan of die van de Seychellen zal worden bijgebruind. Wie pas vakantieplannen maakt als het al bijna te laat is, kan er nog rekening mee houden dat op woensdag 11 augustus een zonsverduistering plaatsvindt die binnen het Letzeburgeschsprekende deel van de Benelux totaal is. Ongekend dichtbij, midden in de vakantie en op een mooi moment: om een uur of half één 's middags.

Een once-in-a-lifetime-event die het stralend blauw van de zee bij Bhutan tot grauw sop doet verbleken. De totale verduistering zelf duurt maar twee minuten, maar met voor- en naspel kan men er rustig een dag mee zoet zijn. Wie zich de sensatie van 30 juni 1954 herinnert zal niet aarzelen de vakantie in Centraal-Europa door te brengen. De komeet van Halley is niet erg uit de verf gekomen, maar de zonsverduistering kan niet mislukken.

De Europese zone waarbinnen de verduistering totaal zal zijn staat tot op een paar honderd meter nauwkeurig in een door de ANWB uitgegeven boek van de hand van de meteorologen Otten en Kuiper en ongetwijfeld ook in het door de Volkskrant uitgegeven boek van Govert Schilling. Beide boeken stoppen er een fijne eclipsbril bij die het klassieke beroeten van een glaasje, dat onvermijdelijk in glasbreuk en brandblaar eindigde, overbodig maakt. Er zijn 5-jarigen die de eclipsbril nu al op hebben.

Grote delen van het berekende schaduwpad zijn vanuit Nederland binnen een paar uur per trein te bereiken en men zou het van de weersvoorspelling – en de te verwachten drukte in de trein – kunnen laten afhangen of positie moet worden ingenomen in Le Havre, Rouen, Amiens, Reims, Verdun, Luxemburg of verder naar het oosten, bij de Duitsers. Otten en Kuiper bevelen een plaats op een hoge heuvel aan, dan kun je de maanschaduw uit de verte zien aankomen. Meereizen met de verduistering is onmogelijk, daarvoor zwiept hij te snel over Europa heen: in twintig minuten van Le Havre naar München.

Het fenomeen zonsverduistering dankt de aardbewoner aan het feit dat de perfect ronde maan er vanaf de aarde precies even groot uitziet als de perfect ronde zon: een bijzonderheid die als Godsbewijs goede diensten zou doen maar als zodanig door het christendom is verwaarloosd. Terwijl het niet eens de enige troef is waarover de maan beschikt: dat het vlak waarin zij om de aarde draait samenvalt met het vlak waarin de aarde om de zon draait kan ook geen toeval zijn. En wat te denken van het gegeven dat zij in precies evenveel uren om haar eigen as draait als om de aarde? En dat al dat gedraai van zon, aarde en maan om hun assen en om elkaar allemaal dezelfde kant opgaat: tegen de klok in vanaf de poolster gezien?

Nu, ja. Er is veel af te dingen op de perfectie. De zon wordt, als de maan toevallig nogal ver weg staat en de zon juist nogal dichtbij, bij verduisteringen ook wel eens als een ring gezien. Ook houdt de maan niet helemaal precies een kant op de aarde gericht, omdat zij, à la Kepler, niet altijd even hard loopt in haar ellipsbaan. Voor de Loena-3 uitrukte was al 18 procent van de maanachterkant gezien. Kosmografen kunnen het rijtje onvolkomenheden nog uitbreiden, maar komen natuurlijk nooit zover dat zij de afwezigheid van een opperwezen kunnen bewijzen.

Vandaag is het 8 mei en staat de maan in haar laatste kwartier. Zij komt pas na middernacht op en is aan de rechterkant recht afgesneden. Die rechte rechterkant, de scheiding tussen het verlichte linkerdeel en het duistere, onzichtbare rechterdeel, noemen maanmannen wel de terminator. Wie wil kan van de maan in haar laatste kwartier een letter d maken, de d van `dernier'. Wie bovendien Frans kent en tegelijk kan onthouden hij niet de D van Dernier moet hebben, heeft daarmee een fantastische ezelsbrug in handen om voortaan Eerste Kwartier en Laatste Kwartier uit elkaar te houden. Je zou ook kunnen bedenken dat de maan in haar laatste kwartier ècht aan haar laatste dagen bezig is: over een week is ze helemaal weg en schuift ze onzichtbaar vlak boven of onder de zon langs.

De schijnbare beweging van de maan aan de hemel wordt voornamelijk bepaald door twee reële bewegingen: die van de aarde om haar as (die het hele firmament de andere kant op sleurt) en die van de maan om de aarde die vanaf de aarde de indruk wekt dat de maan langzaam naar links tussen de sterren doorkruipt. Per uur wordt een afstand afgelegd die ongeveer even groot is als de diameter van de maan (een halve graad). Dat is zo snel dat je erop kunt wachten, maar tegelijk zo langzaam dat de meeste mensen dat niet doen. Overigens is het geluidloos schuiven van de maan het mooist te zien als zij in Eerste Kwartier is: dan dekt de donkere kant steeds nieuwe sterren af.

Het mini-AW-probleem van deze week is eigenlijk een mini-waarneming: de constatering dat de amateurmaanwaarnemer er onbewust van uitgaat dat de maan tussen de sterren schuift in een richting die precies loodrecht staat op de terminator. Of om het even in tekst aan te geven: als in het woordje X-D de D de maan in Eerste Kwartier is en X een belendende ster: dat dan de maan precies via de - van X-D naar de X toeschuift. En niet schuin boven of onder de X uitkomt.

Met al die zonsverduisteringsschema's bij de hand was er opeens het vermoeden dat dit helemaal niet zo hoeft te zijn. Het makkelijkst valt dit nog uit het ongerijmde aannemelijk te maken. Hieronder op het plaatje staat een zonnestelsel met een maan in een maanbaan die loodrecht op de aardbaan staat. Zo'n maan schuift, als het gevoel niet bedriegt, in de richting van haar terminator langs de sterren (en heeft nog meer vreemde eigenschappen: maanden waarin zij bijna voortdurend in Eerste Kwartier blijft). Omdat ook in werkelijkheid de maanbaan niet helemaal binnen het vlak van de aardbaan valt, maar daarmee een hoek van 5 graden maakt, staat wel vast dat zij regelmatig schuin wegschuift. De vraag is: hoe groot kan de afwijking maximaal zijn en hoe bont maakt zij het in de praktijk?