KEILEUK COMMUNICEREN

`Do you have a computer-room and how much do you behave yourself in it?' leest Samantha (12) voor vanaf haar briefje. Haar aandachtig gehoor bevindt zich in Groot-Brittannië. Via een videoconferentie is de brugklas van het Eindhovense Bisschop Bekkers College verbonden met het Brooke Weston City College in Corby. Op een televisiescherm voor in het lokaal is een twintigtal geüniformeerde Engelse scholieren te zien. Wanneer iemand het woord neemt zoemt de camera in op die persoon. Over en weer wordt er wat verteld over teachers en rules. Het enige echt interactieve moment in deze korte en speciaal voor de gelegenheid belegde videoconferentie vindt plaats wanneer Sybel (12) aan een meisje vraagt of deze haar haar geknipt heeft. ``No'' zegt ze, terwijl ze haar zwarte haar over haar schouder naar voren haalt en in een giechelbui uitbarst.

Het Bisschop Bekkers College is een van de `Informatie en Communicatietechnologie (ICT)'-voorhoedescholen van Nederland. Sinds ongeveer anderhalf jaar maakt de school gebruik van videoconferentie. Daarin is flink geïnvesteerd, vertelt rector Marco Otten. Hij schat het totaalbedrag op een kleine 250.000 gulden, ``maar daarin zit vooral heel veel tijd, omdat wij alles moeten uitzoeken, van apparatuur tot mogelijke subsidiefondsen, zoals vanuit de EU.'' De school beschikt nu over een luxe videoconferentie-set en een aantal kleine camera's, die bovenop de computer gezet kunnen worden en waarmee een soort beeldtelefoon gecreëerd wordt. Al met al heel mooie speeltjes, die zelfs in het bedrijfsleven nog geen gemeengoed zijn.

Is dat echt belangrijk op een school die maar beperkte middelen tot haar beschikking heeft? ``Zonder meer'', vindt Otten. ``Ons beleid is dat je leerlingen niet als `digibeet' in de wereld kunt zetten, maar dat je ze zo breed mogelijk ervaring met ICT moet laten opdoen. Bovendien vereist de Tweede Fase straks dat een leerling contact heeft met een native speaker of dat hij tenminste in andere reële `communicatieve situaties' terechtkomt. Hoe kan dat makkelijker dan met videoconferentie?'' Wel baren de financiën hem zorgen. Het ministerie heeft namelijk een éénmalige subsidie verleend, maar er geen vervolg voor in het vooruitzicht gesteld. En dat is nodig, aldus Otten, want niets verandert zo snel als de wereld van ICT.

De leerlingen vinden het in ieder geval ``keileuk'', aldus Hans (12). En eng vindt hij het ook niet, want hij kan ``keigoed'' Engels. Wat het makkelijker maakt is dat de juf een native speaker is, die ``boos wordt als je geen Engels in de klas praat'', vertelt Gülgün (12). Bij Engels heeft de klas één keer een uur videoconferentie gehad. Aan dat uur gingen vier lessen vooraf, waarin gespreksthema's worden voorbereid. Zo werden de verschillende vakken op beide scholen vergeleken. Hans laat zien hoe hij alles op papier heeft genoteerd. ``Religious studies is the boringst subject because its all about importent questiens'', staat er te lezen. ``In Engeland krijgen ze koken, vertelden ze'', aldus Sybel, die vindt dat ze er veel van leert. ``Nieuwe woorden enzo, bijvoorbeeld detention. Dat hebben hun niet, wij wel.''

Het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum (CPS) onderzoekt momenteel het gebruik van videoconferentie als een nieuwe manier om gespreksvaardigheid te oefenen in het vreemde-talenonderwijs. In het project praten Nederlandse leerlingen onder meer met Finse in een een-op-een-relatie. Ook hier is het niet zomaar ``babbelen'', vertelt projectleider Trees Haaksma, maar praten over een voorbereid thema. Maar wat leren slecht Engels sprekende Nederlandse leerlingen van slecht Engels sprekende Finnen? ``Of hun Engels er beter van wordt is nog niet onderzocht, maar hun communicatieve vaardigheden worden er wel beter van, en dat is in het huidige vreemde-talenonderwijs belangrijk. Leerlingen leren gebruik te maken van strategieën om duidelijk te maken wat ze bedoelen, want in een videoconferentie met Finland kun je niet overschakelen op het Nederlands als je een woord niet weet.''

Videoconferentie kan volgens de enthousiaste gebruikers voor meer dan alleen gespreksvaardigheid worden gebruikt. Het Veurs College in Leidschendam is bezig met een project over zonne-energie. Hiervoor bouwen leerlingen een autootje dat op zonne-energie rijdt. Hetzelfde gebeurt op een school in Californië. De leerlingen zullen via videoconferentie hun bouwsels aan elkaar laten zien om uiteindelijk tot een gezamenlijk ontwerp te komen, dat ingestuurd wordt naar een wereldwijde wedstrijd van de University of San Diego.

Het Veurs College ontvangt voor zijn videoconferentie-projecten subsidie van onder meer het Europees Platform, dat samen met het Procesmanagement ICT een werkgroep Internationalisering en Innovaties vormt. De opdracht van de werkgroep is om binnen drie jaar (zolang loopt de jaarlijkse subsidie van 100.000 gulden) producten en activiteiten te ontwikkelen die kunnen dienen als voorbeeld voor het basis- en voortgezet onderwijs om daarmee internationalisering in te bedden in het onderwijs. Het doel van videoconferentie is in dat kader ``kennismaken met het buitenland en zo de Europese dimensie in het onderwijs brengen'', aldus Ab van Rheenen van het Europees Platform. ``Het past in de globale maatschappij'', verwoordt Peter Baak, sectormanager primair onderwijs en internationalisering bij het Procesmanagement ICT, de reden waarom videoconferentie gesubsidieerd wordt. ``ICT is een verrijking voor het onderwijs'', meent hij, ``omdat het onder meer communicatie met de buitenwereld vergemakkelijkt. Daarom is het voor internationalisering zo belangrijk. Videoconferentie is daarin weer een nieuw medium, niet per se noodzakelijk, maar het biedt het non-verbale aspect als extra.''

Maar wat je er precies van leert blijft een beetje vaag. ``Alles wat je niet uit een boekje kunt leren'', probeert Baak, en: ``Het past in deze tijd.'' Volgens Baak leren leerlingen op deze manier ``directer en authentieker'', omdat het in een andere situatie wordt gebracht dan in die van het gewone schoollokaal. ``Je kunt er de actualiteit mee leren begrijpen'', vervolgt hij, ``bijvoorbeeld nu Kosovo, want boeken daarover bestaan niet.'' Of dat in de praktijk gebeurt, weet Baak niet. ``Ik weet wel dat er ten tijde van Bosnië Nederlandse scholen met vluchtelingen hebben gecorrespondeerd, omdat er een computer met e-mail van een Nederlandse militair was.'' Wat scholen doen met hun videoconferentie is aan de scholen zelf. ``Wij faciliteren alleen.'' Scholen mogen van Baak zoveel experimenteren als ze willen, ``want ik wil in zo'n vroeg verkennende fase nog niets uitsluiten.''

De werkgroep gaat ook videoconferentie in het basisonderwijs ondersteunen. Basisschool De Marke in Losser – inmiddels bekroond als computerschool van het jaar – dient als voorbeeld. De Marke heeft veel ervaring met e-mail en begint nu aan videoconferentie, vertelt Robert Postel, coördinator ICT-projecten. ``Een opdracht kan bijvoorbeeld zijn `beschrijf je school', aldus Postel, op basis waarvan beide klassen tekeningen maken en aan elkaar laten zien tijdens een videoconferentie. ``Natuurlijk kun je die tekeningen ook opsturen met de `slakkenpost' zoals de kinderen dat hier noemen, maar tijdens een videoconferentie kun je er meteen over praten en bijvoorbeeld nog een videofilmpje laten zien van hoe het er echt uitziet.''

Een mogelijk gebruiksdoel van videoconferentie is de ziekenhuisschool. ``Wij kunnen met ons systeem drie locaties tegelijk bedienen'', vertelt Nico van Gennip, coördinator educatieve videocommunicatie op het Bisschop Bekkers College. Ziekenhuizen zouden zo het benodigde onderwijs bij het Bisschop Bekkers College kunnen inkopen. Van Gennip is hiervoor al op pad geweest, maar zijn ervaring is dat ziekenhuizen hun eigen schoolvoorzieningen afschermen. ``Dat is jammer, want wij kunnen heel gemakkelijk alle vakken op niveau aanbieden, omdat wij de vakkennis in huis hebben.''