`Italianen vergeten dat ze naast rechten ook plichten hebben'

Antonio Bassolino, burgemeester van Napels en minister van Arbeid, maakt deel uit van een nieuwe generatie bestuurders in Italië. Maandag geeft hij een lezing in Den Haag.

Het zijn slechts twee woorden, maar ze tekenen Antonio Bassolino ten voeten uit. E' possibile. Het is mogelijk. Keer op keer komt dit zinnetje terug als je met hem praat, en steeds hoor je het uitroepteken, de nadruk. Een echte Napolitaan gelooft een beetje in wonderen. Ook al is hij minister.

Daarom is de 52-jarige Bassolino met zijn korte grijze haren en brede, blinkende lach een symbool geworden. Hij vertegenwoordigt een nieuw soort politicus in Italië. Pragmatisch, concreet. Met weinig belangstelling voor evenwichtskunstjes of belangenbehartiging, meer gericht op het oplossen van concrete problemen. ,,Voor mij betekent politiek bedrijven allereerst dingen dóen'', zegt Bassolino.

Dat is een betrekkelijk nieuw geluid in een land vol politieke strategen die allemaal bij Macchiavelli in de leer zijn geweest. Al zes jaar preekt Bassolino zijn boodschap als burgemeester van Napels, en sinds zes maanden ook als minister van Arbeid. Het zijn twee functies waarin je voortdurend tegen taaie problemen oploopt die schijnbaar onoplosbaar zijn. Maar Bassolino is een kruistocht begonnen tegen de het-lukt-toch-niet geest in het Italiaanse overheidsbestuur. Zijn mantra: E' possibile.

,,Toen ik in 1993 burgemeester werd, was de gemeente Napels vrijwel bankroet'', vertelt Bassolino. Corruptie en misdaad hadden verwoestende sporen getrokken door de stad. Napels leek grauw en hopeloos. Nu stromen de toeristen toe naar de herontdekte kunstschatten, staat de gemeente als zeer betrouwbaar te boek bij de internationale kredietmaatschappijen, en worden er plannen gemaakt voor de sanering van wijken en de ontwikkeling van groenstroken die zeven jaar geleden onhaalbaar leken. Op allerlei bestuurlijke gebieden loopt Napels voorop.

Zo is het de eerste stad die gemeente-obligaties uitgaf (om beter openbaar vervoer te financieren) en de eerste die zijn vliegveld privatiseerde (door het te verkopen aan de British Airport Authority).

Bassolino erkent dat hij geluk heeft gehad. De toenmalige premier Carlo Azeglio Ciampi, nu minister van Financiën, nam een enorme gok door Napels aan te wijzen als de plaats voor een topontmoeting van de G7. Bassolino heeft de bijbehorende geldstroom zeer bekwaam gebruikt als startmotor voor zijn plannen. Zo herstelde de G7 in één klap het internationale prestige van Napels, eeuwen geleden een vermaarde hofstad.

Maar Bassolino heeft ook een eigen recept toegepast. ,,Dat had twee hoofdelementen. Nadruk leggen op cultuur als de wortels van onze identiteit, en de burgers keer op keer voorhouden dat de verhouding met de gemeente bestaat uit een combinatie van rechten en plichten.''

Tot verbijstering van veel Napolitanen ontsloeg hij ambtenaren die niet op hun werk kwamen, en ontnam hij drieduizend gemeentewerkers een aanvullende uitkering waar zij helemaal geen recht op hadden. ,,Het probleem van rechten en plichten is fundamenteel voor de ontwikkeling van het zuiden van Italië'', zegt hij. ,,Daar bestaat een sterke gewoonte om privileges te verwarren met rechten, en realiseren mensen zich nauwelijks dat ze als burger ook plichten hebben.''

Bassolino kon ook een bestuurlijke vernieuwing toepassen. In 1993 konden de Italianen voor het eerst direct hun burgemeester kiezen. Dat gaf de lokale bestuurders een armslag en beslissingsruimte waar veel landelijke politici met jaloezie naar kijken. Het heeft een proces van bestuurlijke vernieuwing op gang gebracht dat nu vaak als voorbeeld dient voor de landelijke politiek. Ook de burgemeesters van Catania, Rome, Venetië, Milaan en Triëst gelden als voorbeelden van een nieuwe stijl van besturen.

Naast `rechten en plichten' is `cultuur' het andere hoofdthema van Bassolino, een thema dat met name in het zuiden dankbaar is overgenomen door andere steden. Hij besteedde veel aandacht aan het opknappen van oude paleizen en weer in gebruik nemen van in verval geraakte musea. ,,Zo heeft de stad haar eigen identiteit herontdekt en is ze zich beter bewust geworden van haar eigen geschiedenis'', zegt hij. Na jaren zijn Napolitanen weer ongegeneerd trots op hun stad.

,,Dit is ook psychologisch belangrijk geweest'', vervolgt Bassolino. ,,Het betekende dat we allereerst vertrouwden op onze eigen kracht, op wat we al hadden, in plaats van steeds maar afwachtend naar Rome te kijken, naar de regering.''

Hij blijft als burgemeester kampen met enorme problemen. De camorra, de Napolitaanse mafia, blijft machtig. ,,Je moet dat niet alleen aanpakken door harder op te treden en ervoor te zorgen dat er effectiever wordt gestraft, maar ook met actie op sociaal en cultureel gebied. Als je de leefbaarheid van de stad vergroot, bestrijd je daarmee de criminaliteit.''

Andere obstakels zijn de zwarte economie, die buitengewoon aarzelend gebruik maakt van nieuwe maatregelen om `wit' te worden, en de bestuurlijke impasses door het feit dat eigenlijk een geïntegreerd beleid nodig is voor groot-Napels, de stad zelf met al de randgebieden eromheen. Bassolino verwacht dat een wetsvoorstel voor een soort stadsprovincies een belangrijke nieuwe stap in de bestuurlijke vernieuwing wordt.

Hem is wel verweten op te treden als een padre padrone, een wat autoritaire bestuurder die zich onafhankelijk opstelt van de partij waaruit hij voortkomt, de Linkse Democraten. Volgens sommigen is dat het einde van de politiek. Bassolino bestrijdt dat fel. ,,Ik heb meteen gezegd dat ik de burgemeester van alle Napolitanen wilde zijn. Dan moet ik mij autonoom kunnen bewegen.'' Dat de Napolitanen dat waarderen, bleek bij zijn herverkiezing, toen hij bijna 73 procent van de stemmen kreeg.

,,Politiek is voor mij pragmatisme'', zegt hij. ,,In 1993 was er (door de corruptie- en mafiaschandalen) een enorme crisis van de politiek. De burgers keerden zich ervan af. De direct gekozen burgemeesters en de manier waarop zij werken, hebben het vertrouwen in de politiek juist hersteld, in ieder geval lokaal. Dat is een essentiële bijdrage voor de politieke vernieuwing in Italië.''