Het verjaarsfeest

Suzanne is zeven vandaag en ze dribbelt de kamer rond. ,,Zullen jullie niet raar doen'', zegt ze. Pappa staat op een stoel met een rolletje plakband tussen zijn lippen. De slinger hangt in een slappe boog van de deurpost naar de boekenkast. Pappa springt op de grond en legt de plakband in de la. Dan kijkt hij scheel over zijn schouder. ,,Raar doen'', gromt hij. ,,Raar doen? Ik ben maar een eenvoudige dinosaurus.'' Aan zijn snor kleeft een stukje plakband.

Suzanne loopt naar de stapel cadeaus. Die Furby moet nog net iets schattiger om de hoek van het paardenetui kijken. En het boek Kleine Sjang, dat ze zogenaamd van oma kreeg, is wel erg dik. Snel legt ze Dolfje Weerwolfje erop, haar lievelingsboek. Het is toevallig ook het lievelingsboek van David en Laila, van Naima en Nina en vast ook van Jeffrey. Toen de juf het voorlas in de klas, zei hij dat hij weleens een weerwolf had gezien. 's Nachts op straat, bij volle maan, toen hij een ommetje maakte. ,,Doe ik elke nacht, met Jim, mijn broer.'' Jeffrey heeft altijd geluk.

De bel gaat. Mamma draagt de taart binnen. De slinger glipt van het plafond. Oma begint schel te joelen en te klappen in haar fauteuil: ,,Er is er een jarig, hoera, hoera''. Gelukkig, het is Naima maar, die kent oma al. Dan komt de rest, ineens, allemaal tegelijk. Suzanne krijgt knikkers (piraatjes), een reukgum, lichtgevende veters, drop, Barbie-laarzen (maar ze heeft alleen beren), een Spice Girl-schrift en drie ballen. Als laatste belt Jeffrey aan. Hij slentert binnen, zijn handen diep in de zakken van zijn skatebroek gestoken. ,,En, nog wat gehad?''

Iedereen eet taart en drinkt cola. Toen Suzanne zes was, hield ze niet van cola. Nu neemt ze kleine slokjes. Pappa gaat staan. Suzanne begint te hoesten, zo hard mogelijk. Maar pappa roept heel hard: ,,En nu gaan we zingen voor mijn kleine prinses. Lang zal ze leven, allemaal.'' Hij zwaait met zijn armen de maat. Lauw pruttelen de kinderen het lied mee.

Oma zingt in haar eentje een ander lied, over een groen dal waar bloempjes bloeien. Suzanne ziet hoe Naima Nina aanstoot. Ze beginnen te giechelen. Snel springt Suzanne op. ,,We moeten weg'', brult ze boven alles uit.

Oma moet ook mee naar het tropisch zwemparadijs, daar is niets aan te doen. Mamma heeft het wel twintig keer uitgelegd: als oma thuis blijft, gaat ze weer aan het fornuis zitten. Of uit de wc drinken. Oma zit voorin de bestelbus en kraait: ,,Kom maar lekker bij me''. Ze slaat op haar knokige knieën. De kinderen op de stoep deinzen achteruit. ,,Mijn oma was vroeger minister, een hele slimme'', vertelt Suzanne als ze eindelijk rijden. Het is echt waar, maar niemand gelooft het. ,,Zeker van debielenzaken'', zegt Jeffrey. Iedereen lacht.

In het zwembad hangt een dikke chloorlucht, maar de waterglijbaan ziet er spannend uit. Zo snel mogelijk hijst Suzanne zich in haar nieuwe donkerblauwe badpak. Vroeger was roze haar lievelingskleur, nu donkerblauw, zwart en grijs. Dat is meer spicy, zoals Mel B. Net als ze omvalt, haar billen tegen het klamme klapdeurtje bonzen, verschijnt Jeffreys hoofd boven het schot. ,,Ha ha, kikkerdril, blote bil'', krijst hij. Mamma zei dat Jeffrey vast wel op haar was.

Suzanne springt snel het zwembad in. Als alles nat is, kun je niet zien of iemand huilt. Laila komt aangezwommen. Haar zwarte haar wolkt achter haar aan. ,,Gaaf partijtje wel'', zegt ze. ,,Je oma is wel een beetje in de war, maar dat geeft niets hoor.'' Ze gaan van de glijbaan en spelen `kopje thee drinken'. Op de bodem geef je elkaar een hand, doet alsof je een kopje thee drinkt, schudt elkaar opnieuw de hand en stijgt snel op, voor je stikt. De jongens vinden het een meidenspel.

Op de kant is pappa ineens toch weer een dinosaurus, maar iedereen vindt het leuk. Hij pakt je grauwend op en smijt je in het water. Jeffrey is zijn hulpdino. Hij sleurt Suzanne steeds aan de bandjes van haar badpak het water in. Het partijtje lukt!

Maar dan klinkt een krakend stemmetje. Op de rand van het bad, aan de overkant, bij de tribune waar je patat en frikandellen kunt eten, staat een piepklein mevrouwtje in een gebloemde jurk. Met haar tasje tegen zich aan geklemd zwaait oma heen en weer. ,,Welletjes, welletjes'', roept ze. ,,Het is nu welletjes!'' Het laatste welletjes wordt gesmoord in een plonsje. De zwembadrand is leeg. Een kaal hoofd met een enkel grijs strengetje erop zakt, te midden van een snel opbollende bloemenzee, naar de bodem.

Mamma dient de spaghetti op. Spaghetti is Suzanne's lievelingseten. Nu heeft ze niet zo'n honger. Dan laat Jeffrey een boer en zegt: ,,Ik lust helemaal geen wurmen. Trouwens.''

Het lijkt een bevel. Midden in een hap stopt iedereen met kauwen. Zelfs de slierten op pappa's keurig gerolde vorkje laten los en kronkelen omlaag. De kinderen kijken elkaar aan en proesten het uit.

In de hoek van de kamer, in haar eigen fauteuil, zit oma. Ze draagt een enorme witte badjas, om haar hoofd is een handdoek gewikkeld. Een vogeljong met een tulband. In haar hand beeft een bakje spaghetti. ,,Schraalhans keukenmeester'', kraait ze zachtjes. ,,Schraalhans keukenmeester.'' Wat dat betekent, weet niemand. Suzanne denkt: was ik maar acht.